zee-egels

De zandmotor bij Ter Heijde: met mijn neus in het gruis

Een dagje strand kun je afsluiten door eens een hoopje gruis mee te nemen. Behalve massa’s schelpfragmentjes kun je er de kleinste slakkenhuisjes, zee-egeltjes en schelpjes in vinden.

Op de foto zie je veel zeeboontjes, Echinocyamus pusillus, liggen. Met 3-5 mm zijn het de kleinste zee-egeltjes die je in het gruis kunt vinden. Verder zie je veel stukjes schelp die soms nog te herkennen zijn als soort. De donkere houtstukjes komen uit veenafzettingen onder de Noordzeebodem. Het hout bewijst, dat de Noordzee ooit droog heeft gestaan en bedekt was met moerassen en vochtige bossen die later het veen vormden.

Het gat in het midden is de mond, het kleinere gat achteraan is de anus. Op de bovenzijde is een vijfarmige figuur te zien. Uit de gaatjes steken bij levende zee-egels buisjes waarmee ze zich ingraven en verplaatsen. Foto's AvBH

Op ons strand vinden we vrijwel nooit zeeboontjes waar nog stekels op zitten. En dat terwijl ze vlak voor de kust leven.
 

Zee-egel

 
Ik was gistermiddag op het strand om te kijken wat er tijdens de storm van vorige week was aangespoeld. Weinig. Er lagen enkele schalen van zee-egels, in dit geval van de hartegel of zeeklit, Echinocardium cordatum. De stekels die op zee-egels zitten zijn er na de dood van het dier afgevallen. Daardoor zijn de gaatjes te zien waardoorheen bij het levende dier met zeewater gevulde zuigvoetjes steken. Die maken deel uit van het watervaatstelsel, een systeem van met elkaar verbonden buizen. Door de waterdruk in de voetjes te veranderen verplaatsen zee-egels – en ook zeesterren – zich over de zeebodem.

De schaal van de hartegel is erg dun en breekbaar. Door de gaatjes steken de zuigvoetjes naar buiten.

Achteraanzicht van de hartegel met in het midden de anus. De mond zit in het midden aan de onderzijde. Foto’s: AvBH