wulp

Dunbekwulp, Slender-billed curlew, Numenius tenuirostris

 

Op 23 januari 1947, toen in ons land een heel strenge winter heerste, kreeg preparateur C.Bais een dode wulp die gevonden was op het bevroren wad bij Wieringen. Gewone wulpen werden op Wieringen “Kuut” genoemd en de regenwulp “Meikuut”. Voor de tweede wereldoorlog werd er door de Wieringers veel op wulpen gejaagd, vandaar die streeknamen. De  zeldzaamste wulp die de Wieringers wel eens vingen kenden zij als de “Gevlekte Wulp”. De officiële Nederlandse naam is dunbekwulp, Numenius tenuirostris. In het vogeltijdschrift Limosa is in 1948 naar aanleiding van deze vondst een overzicht gepubliceerd van alle acht erkende waarnemingen van de dunbekwulp in ons land.

 

dunbekwulp_IMG_3732_130612_1280x853

De dunbekwulp, een vrouwtje, (Museoncollectienr 98354) uit 1947 is de laatste uit een reeks van acht die met zekerheid sinds 1856 in ons land gemeld zijn. Foto Museon (AvBH)

 

dunbekwulp_IMG_3717_130612_1280x853

Slender-billed curlew, female (Museoncollectionnumber 98354) from Wieringen, The Netherlands, 23rd of January, 1947. Photo: Museon (AvBH)

 

Weinig is bekend over deze vogel. In het begin van de 19e eeuw was het een algemene soort, maar begin 20e eeuw werden ze nog maar weinig gezien. Zeker is, dat tussen 1909 en 1924 er nog dunbekwulpen broedden achter het Oeralgebergte ten noorden van de stad Omsk. In 1924 werden daar voor het laatst veertien nesten vlak bij elkaar gevonden. De laatste bevestigde waarneming is uit Hongarije in 2001.

 

Numenius tenuirostris

De dunbekwulp is de zeldzaamste vogelsoort van Europa. Hij staat in de top 50 van de zeldzaamste vogels ter wereld. Foto Chris Gomersall/RSPB

Hoeveel dunbekwulpen er nog rondvliegen weet niemand, maar veel zullen het er niet zijn. Uit 19e eeuwse verslagen van jagers komt het beeld naar voren van een algemene, niet erg schuwe vogel. Zo vlogen ze als laatste op wanneer een troep gemengde wulpen werd opgejaagd. Logisch dat dunbekken dan als eerste het loodje legden.

 

Klik hieronder voor meer informatie en een English summery:

 

Continue reading

Vlucht Regenwulpen

 

cap rregenwuilp

Regenwulpen, Numenius phaeopus, broeden boven de boomgrens in hoogvenen op de Faeröereilanden, Shetlands, IJsland, het hoge noorden van Scandinavië en Rusland. Foto AvBH

De zomer duurt maar kort in het hoge noorden, wat betekent, dat Regenwulpen weinig tijd hebben om te broeden. Het grootste deel van het jaar brengen ze in West-Afrika door. Eind april trekken ze in drie tot vier dagen naar de Waddenzee om zich nog een keer vol te eten voor de laatste etappe naar de broedgebieden. In hun overwinteringsgebied in West-Afrika is maar beperkt voedsel aanwezig voor de vele miljoenen steltlopers uit het noorden. Voordat ze in het voorjaar naar hun broedgebieden vertrekken moeten ze extra eten om voldoende vetreserve op te bouwen om de lange tocht te kunnen maken. Uit een detailstudie aan de Regenwulp op de Banc d’Arguin bleek dat hun opvetting voordat ze op trek gaan afhangt van het voortplantingsgedrag van hun voornaamste voedsel de wenkkrab, Uca tangeri.

 

In Europa komen wenkkrabben, Uca tangeri, alleen voor langs de zuidkust van Portugal tot Gibraltar in Spanje. Deze zag ik daar vorig jaar.

Uca-tangeri_IMG_6815_120917_600x450

Alleen de mannetjes hebben een vergrote wenkschaar waaraan de groep zijn naam dankt. Foto’s AvBH

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De paartijd van deze Wenkkrabben is gebonden aan het maandelijkse tijdstip van volle en nieuwe maan, en die varieert van jaar tot jaar. En dat bepaalt weer of de regenwulpen voldoende krabben kunnen vinden om zich mee te voeden en aansluitend naar het noorden te trekken. En dat verklaart ook het moment van doortrek van Regenwulpen door Nederland in april. Afhankelijk dus van de dag dat het volle maan is. Als er op de Banc d’Arguin wadvogelvoedsel genoeg zou zijn, dan zou zo’n strak verband met de maanstand niet worden gevonden. Regenwulpen zouden dan gewoon doen wat gemiddeld het beste voor hen is, en dat betekent dat ze ieder jaar op hetzelfde moment door Nederland trekken.

 

 

Wulp

 
Ik was eergisteren in Naturalis in Leiden op een symposium. Ze hebben daar ladenkasten met voorwerpen uit de natuur. Een vader gaf zijn zoontjes, die nieuwsgierig een laadje geopend hadden, uitleg over de snavels van de vogels. `Een wulp kijkt naar zijn gulp`, hoorde ik hem zeggen. Beginnende vogelaars leren met deze ezelsbruggetjes hun soorten kennen.

Vrouwtjeswulpen hebben een langere snavel dan hun man. Dat zou verklaren waarom in de winter bij vorst er voornamelijk vrouwtjes achterblijven. Zij kunnen hun snavel dieper in de bodem steken en plaatsen bereiken waar hun voedseldieren zoals kreeftjes en wadslakjes zich verschuilen tegen de vrieskou.

Snavels zijn precisie-instrumenten. Een wulp steekt bij het voedsel zoeken zijn snavel diep in de modderbodem. In de snavelpunt zitten talloze tastorganen waarmee trillingen en bewegingen worden geregistreerd. Dankzij een ingewikkeld mechanisme kan de punt van de snavel opengetrokken worden terwijl de rest gesloten blijft.

Wulpenpaar op trek. De achterste vogel heeft een kortere snavel: een mannetje. Foto’s: AvBH