waterkever

Bodemloze teerput

 

De streek rond Los Angeles is rijk aan olie. Boortorens domineerden in de vorige eeuw het landschap voordat LA uitgroeide tot de megastad langs de Stille Oceaan. De olie ligt niet diep, al meer dan 40.000 jaar vormt het asfaltmeertjes in de laagste delen van het gebied. Die meertjes zijn dodelijk voor plant en dier. Zoals honden wel eens geloven over met kroos dichtgegroeide Hollandse sloten te kunnen lopen, zo liepen wilde dieren over de met bladafval en regenwater bedekte meertjes hun ondergang tegemoet. Botten van zoogdieren, insecten en plantenzaden raakten verzadigd met teer en bleven bewaard. De oudste vondsten zijn met de C14 methode gedateerd op 46.800 jaar.

De boortorens zijn weg, de put is opgenomen in het stadsbeeld van LA

De bubbels in het water verraden het teer. Op de achtergrond de vele boortorens. Situatie in 1910.

 

 

De Museoncollectie bevat enkele fossielewaterkevers uit de teerputten. Omdat we niet precies weten uit welke tijd ze stammen ligt hun ouderdom ergens tussen de 10.000 en 50.000 jaar. Er zitten twee drie centimeter grote waterkevers in die ik kon determineren: een tot geslacht en een tot soort. De ene is een spinnende waterkever, Hydrophilus cf triangularis en de waterroofkever, Cybister spec.

Onze grootste waterkever bouwt een nest van zijde voor de eieren en maakt dat vast aan een drijvend blad. Van links af de volgroeide larve, het mannetje met de driehoekige schopjes aan de voorpoten en het vrouwtje dat aan het nestje werkt.

Rechts een spinnende waterkever op de rug en in het midden een ander op de buik gezien. Museoncollectienummer 230670. Foto AvBH



In het Page Museum worden alle vondsten bewaard. En dat zijn er nogal wat. Een kleine greep: 250.000 vogelbotten afkomstig van 139 soorten waarvan er inmiddels 23 zijn uitgestorven. De 100.000 plantenresten laten zich onderbrengen bij 158 soorten. De planten tonen aan, dat klimaatverandering ervoor zorgde, dat in 40.000 jaar vier vegetaties elkaar afwisselden:  een droge struikgemeenschap van de kust, moerassen en vegetaties van stromende wateren, ondoordringbare, licht ontbrandbare chaparralvegetatie en de planten die tegenwoordig in de Grand Canyon groeien.

Het Page Museum vaart er wel bij, want hoeveel musea zijn er, die bovenop hun collectie zijn gebouwd?

Toen in 2006 het Los Angeles County Museum of Art, LACMA, een parkeergarage bouwde werden onder het museum zestien nieuwe teerputten ontdekt. Het Page Museum gaat ze onderzoeken en kan nog wel even vooruit.

Onze fossiele waterkevers zijn afkomstig van McKittrick Tar Pits in Kern County California

 

Een waterkever voor de blauwe reiger

Braakbal van een blauwe reiger met in het midden een waterkeverrest. Zie verder het etiket. Collectie Museon. Deze braakbal is nog tot en met zondag 6 maart a.s. te zien op de tentoonstelling WNF Photo Award 2010.

Het uitstekende halsschild van de geelgerande waterkever in de braakbal.

Onlangs kwam ik in de collectie van het Museon een braakbal tegen van een blauwe reiger. Eruit staken de resten van een grote waterkever. Bij determinatie kwam ik uit op een geelgerande waterkever. Er leven zeven soorten in ons land. Op grond van de kenmerken kwam ik op twee mogelijke soorten, Dytiscus circumcinctus of Dytiscus marginalis. Om te bepalen welke soort, zou ik een specialist moeten vragen. Het etiket vermeldt braakbal blauwe reiger met als vindplaats Amsterdam.

De twee op elkaar lijkende geelgerande waterkevers: rechts Dytiscus circumcinctus, links Dytiscus marginalis. Lengte ongeveer 35 mm. Foto’s: AvBH