trilspin

Strekpoot

 
Tot voor kort waren hooiwagens voor mij niet veel meer dan ‘bolletjes op stelten’. Het zijn spinachtigen met extreem lange poten en met twee ogen die bovenop de kop staan. Ik heb ze pas kort geleden echt ontdekt. Het komt door de macrofotografie waar ik me steeds meer mee bezig hou en door de uitstekende tabel uit 2009 voor de meer dan dertig uit ons land bekende hooiwagens van Hay Wijnhoven: De Nederlandse hooiwagens (Opiliones). Uitgave NEV, Naturalis en EIS-Nederland.

 

Hier is de typische houding te zien waaraan de strekpoot, Dicranopalpus ramosus, zijn naam dankt. Foto AvBH

Hier is de typische houding te zien waaraan de strekpoot zijn naam dankt. Dit is een mannetje wat te zien is aan de onbehaarde tasters. Vergelijk met de volgende foto. Foto AvBH

 

Hooiwagens zijn geduchte rovers die zich met hun lange en schijnbaar kwetsbare poten heel snel en behendig door struiken, bomen en door strooisel op de grond verplaatsen. Ze kunnen ook dagenlang roerloos op een blad of een muur zitten, wachtend op prooi. Soorten die in struiken en bomen leven hebben poten tot meer dan vijf centimeter lang. En dat is tien keer zo lang als hun lichaam. Op de grond levende soorten hebben kortere poten en zijn trager. Het aardige van hooiwagens is, dat de meeste soorten in het veld te herkennen zijn met een 8x vergrotende handloep.

 

Bij de vrouwtjes zijn de naar voren stekende tasters dikker en meer behaard. Foto AvBH

Bij de vrouwtjes zijn de naar voren stekende tasters dikker en meer behaard. Foto AvBH

 

De strekpoot, Dicranopalpus ramosus, heeft een lichaam dat ongeveer vijf millimeter lang is. Het is een soort die honderd jaar geleden voor het eerst werd ontdekt in Marokko. De voorbije eeuw heeft de soort zich snel over Europa verspreid en is nu overal in ons land te vinden. De naam strekpoot komt van het gestrekt houden van de poten in rusthouding, de wetenschappelijke naam ‘Dicranopalpus’ slaat op de tweetakkige tasters.

 

Ze worden vaak verward met trilspinnen, Pholcidae,  die je tegenwoordig veel in huis kunt vinden. Trilspinnen spinnen een web, hebben acht ogen en een lichaam dat uit twee delen bestaat. Foto AvBH

Ze worden vaak verward met trilspinnen, Pholcidae, die ook heel lange poten hebben. Foto AvBH

Trilspinnen spinnen een web, hebben acht ogen en een lichaam dat uit twee delen bestaat. Het zijn echte spinnen, die je tegenwoordig veel in huis kunt vinden. Zij maken de slordige webben tegen het plafond en in kasten. Ze worden heel vaak met hooiwagens verward.
 

Trilspin in de wc

 

Trilspinnen, familie Pholcidae, maken een web om prooi mee te vangen. Ze worden heel vaak verward met hooiwagenspinnen, die geen web maken. Hooiwagens lopen rond en scharrelen op de grond naar voedsel. Trilspinnen kunnen hun web met zichzelf erin laten trillen. Het lijkt een verdediging tegen vijanden te zijn. Ze leven op warmere plaatsen in huis tegen plafonds en in kelders. Ze zijn ongevaarlijk voor ons; daarom laat ik ze altijd met rust. Ik heb dan ook maar zelden last van muggen…..

Trilspin, Pholcus cf phalangoides, in een hoek van de wc. foto: Arno van Berge Henegouwen