kievit

G.A.L.Bisseling, preparateur en illustrator

 

G.A.L. Bisseling (1901-1977) was van 1937 tot 1967 preparateur en conservator van het Museum voor het Onderwijs. Behalve met biologie hield hij zich ook bezig met Volkenkunde en Geologie. De Museoncollectie herbergt vele zeer vakkundig opgezette vogels, zoogdieren en reconstructies van zijn hand. Hij maakte die ten behoeve van de educatie door het museum en voor tentoonstellingen. Voor wetenschappelijke tijdschriften verzorgde hij illustraties. Daarbij werd vaak een voorwerp uit onze collectie als model voor gebruikt.

 

De heer Bisseling was ook een uitmuntende leraar. Foto Museon.

Kievitkoppen in voor- en najaar door Bisseling. Museoncollectienr 230639

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klier geeft kievitsei kleur

 
De kleur van vogeleieren is uitermate variabel. Van effen wit bij aalscholvers en pelikanen tot bruingroen met chocoladebruine vlekken bij weidevogels. De kleurvlekken zijn afscheidingen uit klieren in de eileider. Het is de finishing touch voordat het ei gelegd wordt. Dat verklaart ook de variatie in de eieren, want iedere kievitvrouw heeft haar eigen klierpatroon.

Kievitseieren zijn goed gecamoufleerd. Musea verzamelen geen eieren meer. Deze eieren zijn verzameld voor de tijd dat vogelwetten dit verboden. Collectie Museon.

De betekenis van de vlekken is helder: camouflage. De witte eieren in de nesten van aalscholvers en pelikanen roepen in dit verband vragen op. De verklaring zou liggen in het gegeven dat dit primitieve vogels zijn die dichter bij hun voorouders de reptielen staan, die witte eieren leggen. Daar tegenover staat dat evolutionair gezien verder ontwikkelde groepen als spechten en duiven ook witte eieren leggen. Dat wordt gezien als een aanpassing aan het broeden in donkere nestholtes. Camouflage door een vlekkenpatroon is daar minder nodig. En futen bedekken bij verstoring hun witte eieren met waterplanten en vluchten dan van het nest. Zie hier.

Zijn aalscholvereieren primitief of liggen de hagelwitte witte eieren veilig door het broeden in dichte kolonies? Het broeden begint bij deze vogels direct na de leg van het eerste ei, zodat het bijna altijd bedekt blijft door de oudervogel. Collectie Museon. Foto’s: Winfried van Meerendonk en Leon van den Berg.