inktvis

Nautilus

 

De schelp van de Nautilus, een inktvis,  is gewild als souvenir. En ze zijn zeldzaam. Dat gaat niet saam. Ze leven in de Indische en Grote Oceaan langs de steile onderzeese hellingen van koraalriffen waar veel toeristen komen en de overbevissing een groot probleem is. De trage groei naar hun volwassenheid is een ander gevaar voor deze inktvissen.

 

Bij deze soort is de zogenaamde navel, die onder het midden van de schelp te zien is, gesloten. Museoncollectienr 83878. Foto Museon

 

Er zijn zes Nautilussoorten over van een groep die in het verleden uit vele duizenden soorten bestond. Iedere Nautilus leeft in een door henzelf gemaakte schelp. De schelp bestaat uit kamers, het dier leeft in de laatste kamer. Andere inktvissoorten, de octopussen, zeekatten en de pijlinktvissen hebben een inwendige schelp. Die je dus niet ziet. Na te zijn gestorven blijft de schelp over en die vindt je als de zogenaamde zeekaak aangespoeld op het strand. In de Museoncollectie hebben we drie Nautilussoorten.

 

Zeekatten op het strand

 
Het strand veranderde vorige week in een inktvissenkerkhof. Van de pier in Scheveningen tot zover ik kijken kon richting Katwijk waren rugschilden van inktvissen aangespoeld. Het zijn de inwendige schelpen van de gewone zeekat, Sepia officinalis. Pas nadat ze dood en vergaan zijn, wordt hun ware schelpdierenaard duidelijk. De mannen worden twee tot drie keer zo oud als de vrouwen, die net één jaar halen. En dan te bedenken dat er onder de verwante slakken en schelpen soms honderden jaren oude grijsaards voorkomen! Maar die leven hun leven heel traag; inktvissen eten en bewegen veel sneller.

‘s Nachts worden zeekatten actief en eten dan garnalen en krabben, die ze met de twee lange vangarmen grijpen. In de mond zit een snavel van hoornstof waarmee de prooien worden doorgebeten.

Kooivogels houden van de schilden, ook wel zeeschuim genoemd, vanwege de kalk en om hun snavel aan te scherpen.

Twee 25 centimeter lange schilden van de gewone zeekat, de bovenste is een bovenzijde. Het kleine puntje rechts is het rostrum. Het is hetzelfde als de complete schelp van een belemniet, een al lang uitgestorven inktvis. Vergelijk met de laatste foto.

Tot zover het oog reikt….. Een telling over honderd meter strand resulteerde in zeshonderd schilden. Over een kilometer liggen er dan zesduizend. Tot aan de Wassenaarse Slag zijn dat er … en tot Katwijk … reken maar uit.

Rostrum van 15 centimeter lang van de belemniet, Belemnitella mucronata, een inktvis uit het Krijt van Maastricht, Museon 38027. Foto’s: AvBH

Pijlinktvis op het strand

 

Van de Nederlandse stranden en dijken wordt al sinds de dertiger jaren een uniek registratiesyteem bijgehouden. Alleen onderbroken door de oorlogsjaren waarin het strand niet toegankelijk was. Het begon allemaal als een samenwerkingsverband tussen NJN, de Nederlandse Jeugdbond van Natuurstudie en de KNNV, de Koninklijke Natuurhistorische Vereniging. Het Zeepaard is met zijn zeventigste jaargang een van de oudste natuurtijdschriften van ons land, waarin de waarnemingen gepubliceerd worden. Alle waarnemingen komen terecht in het zogenaamde Centraal Systeem, het CS dat je ook kunt zien als een van de eerste gegevensverzamelende autoriteiten van ons land. Deze pijlinktvis, Loligo cf vulgaris, raakt niet in de vergetelheid, maar zal daarin blijvend herinnerd worden. Waarmee aangegeven is, dat het strand een goed gedocumenteerde begraafplaats is. Het Centraal Systeem leent zich goed voor onderzoek aan wat was.

Pijlinktvis aangespoeld op 23 mei 2010 bij de vuurtoren van De Cocksdorp op Texel en gedocumenteerd door de dames Geertje en Willemke Marinus

Chihuahua, speciaal op de foto gezet om de afmeting van de inktvis inzichtelijk te maken. Foto's Willemke Marinus