huismus

Spaanse mus

 

Onze mussen zijn nauw verwant aan de in tropisch Afrika veel voorkomende wevervogels. De laatsten bouwen ingenieuze nesten van plantenstengels. Soms is het nest meer dan een meter lang waarbij de ingang aan het ondereinde zit. Het schijnt dat dit een verdediging is tegen eieretende slangen. Mussen gebruiken ook veel droge stengels en strootjes om hun nest mee te bouwen. Maar zij zijn slordiger in het gebruik ervan. 

Mannetje van de huismus. De kop achter de snavel is grijs.

Mannetje van de huismus. De kop achter de snavel is grijs.

De ringmus is duidelijk kleiner dan de huismus. Hij heeft als enige een zwart vlekje op de wang.



De twee mussensoorten die je in heel europa en Azië tegenkomt zijn de huismus, Passer domesticus en de ringmus, Passer domesticus. Oorspronkelijk was de huismus  alleen verspreid rond de rivieren de Euphraat en de Tigris in wat nu Irak is. Huismussen zijn typische cultuurvolgers: ze reisden met de mens mee naar alle hoeken van de wereld. Dat geldt in mindere mate ook voor de ringmus.

 

Mannetje Spaanse mus met nestmateriaal.

Mannetje Spaanse mus met nestmateriaal.

 

Over een kleiner gebied verspreid is de Spaanse mus, Passer hispaniolensis. Je krijgt ze moeilijk te zien, want de meesten leven in dicht struikgewas en mijden bebouwde omgevingen, hoewel ze soms wel in gebouwen worden gevonden. De naam Spaanse mus is misleidend, want het gebied waar ze leven is behalve Spanje ook Noord-Afrika, griekenland, Turkije, Irak en Iran. Mannetjes zijn in het voorjaar en de zomer makkelijk te herkennen aan de zwarte streping op de buik en de flanken. Huismusmannen hebben een grijze buik

 

Italiaanse mus bij het Gardameer in Italië. Let op de bruine kopkap. Foto's AvBH

Italiaanse mus bij het Gardameer in Italië. Let op de bruine kopkap. Foto’s AvBH

 

En dan is er nog een soort mus in Europa, de Italiaanse mus, Passer italiae, die in Italië ten zuiden van de Alpen voorkomt. Persoonlijk vind ik dat de mooiste van alle Europese mussensoorten. Ze zijn heel zuiver van kleur. Je herkent ze aan de kleur van de kop: roodbruin in plaats van grijs zoals bij de huismus.

 

 

Zweten vogels?

 
Zweten vogels? Nee, want vogels hebben geen zweetklieren. Krijgen ze het dan niet te warm? Ja, maar daar gaan ze op hun eigen manier mee om. Bij warm weer zie je vogels met opengesperde snavel snel, maar ondiep ademhalen. Dan verdampen ze vocht uit hun mondholte, waardoor ze afkoelen. Hun lichaamstemperatuur is hoger dan bij zoogdieren, dus raken ze minder snel oververhit wanneer de buitentemperatuur stijgt.

Mannetje huismus op Terschelling die zich probeert te koelen door snel te ademen met opengesperde snavel. Foto AvBH

Een ervaren vogelaar vertelde mij, dat wanneer het lang warm en droog blijft vogels minder zingen, omdat er dan uit hun bek te veel vocht verdampt waardoor ze uitdrogen. En inderdaad tijdens een telrondje door een park in een droge periode hoorde ik minder zang dan een paar dagen later toen het flink ging regenen….. Dat dacht ik tenminste. Bij natelling van de zang op de droge dag bleek dat het aantal zingende vogels gelijk was gebleven. Maar omdat elke vogel een korter liedje liet horen en er minder vaak gezongen werd, was het net of er minder vogels zongen. Ik ga het nog eens natrekken door een langere periode het aantal zangers en de duur en frequentie van hun liedje bij vochtig en langdurig droog weer op te meten.