dolfijn

Reuzenhagedissen in de Maas

 
Mosasaurus betekent letterlijk Maashagedis. De naam komt van de plaats waar de eerste is gevonden, de Sint Pietersberg in Maastricht. Het waren in zee levende hagedissen, die geen verwantschap hebben met dinosaurussen, maar wel met slangen en varanen. Geologisch gezien leefden ze van het Midden-Krijt (van ongeveer 120 miljoen jaar tot aan het einde van het Krijt zo’n 65 miljoen jaar geleden), toen ze tegelijk met de dinosaurussen uitstierven. De grootste werden zestien meter lang.

Na de Pietersberg zijn later vondsten gedaan over de hele wereld. Deze onderkaak komt uit Marokko. Museoncollectienummer 217690

Onderzoekers dachten dat de vondsten in Maastricht een ademhalende visachtige betrof, waarmee toen een dolfijn, een walvisachtige (Pisces cetacei), werd bedoeld. De in 1766 gevonden fossielen, een onder- en bovenkaak van imposante afmeting, zijn verworven door Teylers Museum in Haarlem.

Aan de spitse vorm van de tanden is te zien, dat de Maashagedis een vleeseter is. Dat is te voelen aan de zijrand die na vele miljoenen jaren nog steeds even scherp is. Je kunt er vlees mee snijden. Mosasaurussen wisselen hun tanden doorlopend.

Nederlandse musea met mooie fossielen van maashagedissen zijn Naturalis, het Natuurhistorisch Museum in Maastricht en Teylers Museum in Haarlem.

 

Walvisluizen

 
We noemen ze walvisluizen (Cyamidae), maar het zijn kreeften en geen luizen. Ze leven behalve op walvissen ook op dolfijnen. Op verzwakte en zieke dieren nemen ze snel in aantal toe. Die kunnen aanspoelen en een onaangename dood sterven. Als ze op tijd gevonden worden, belanden ze in een opvangcentrum en worden daar van hun parasieten verlost. Na aangesterkt te zijn kunnen ze terug naar zee.

bruinvis

Dode bruinvis, Phocoena phocoena, met wonden over de hele huid. Links zijn grote aantallen walvisluizen te zien.

Close-up opname van de walvisluizen op dezelfde bruinvis die op 29 maart 2010 aanspoelde op Vlieland. Foto’s Pierre Bonnet, Ecomare

Parasieten zijn deel van de biodiversiteit. Net als hun slachtoffers waar ze van afhankelijk zijn. Wij zien ze niet zitten, verachten ze, en bestrijden ze op alle mogelijke manieren. Kattenvlooien verlammen we met vlooienpoeder, luizen doden we met elektrisch geladen kammen en voor de uitdrijving van wormen bij koe en hond geven we pillen. Al die middelen willen vriendelijk zijn voor de gekwelden, maar ze zijn onvriendelijk voor de parasieten en slecht voor het milieu.

 

Met dank aan Pierre Bonnet en Rob Hammer van Ecomare op Texel.
 

Witsnuitdolfijn

 
Op de bruinvis na is de witsnuitdolfijn, Lagenorhynchus albirostris, de talrijkste dolfijn in de Noordzee. Omdat ze niet vaak bij de kust komen, zijn de meeste waarnemingen afkomstig van schepen. Van onze kust zijn meer dan 200 strandingen bekend.

witsnuitdolfijn

De witsnuitdolfijn van het Museon, een volwassen vrouwtje, is op 15 december 1980 aangespoeld op het strand van de Kaloot bij Vlissingen. Museoncollectienummer 216367b

Een stranding is meestal een teken, dat het dier niet in goede conditie verkeert of ziek is. Dat was het geval bij de witsnuitdolfijn die op 4 december bij Den Helder aanspoelde. Dit dier heeft het niet gered in tegenstelling tot de witsnuitdolfijn die eerder op Ameland aanspoelde. Na opgeknapt te zijn – in dit geval bij opvangcentrum SOS-Dolfijn in Harderwijk – wordt dit dier weer in zee uitgezet.

 

NASCHRIFT: Helaas, de dolfijn van Ameland heeft het niet gered. Op 12 december is dolfijn Robbie gestorven.

witsnuitdolfijn afgietsel museon

Het beschilderde afgietsel van het vrouwtje witsnuitdolfijn van de Kaloot in Zeeland. In onze collectie is het skelet aanwezig met inschrijfnummer 73515.

Bruinvis

 
Bruinvissen, Phocoena phocoena, hebben een snuit die kort en stomp is en de tanden zijn niet spits, maar spatelvormig. Ze nemen een aparte plaats in binnen de grote groep van 88 soorten walvissen en dolfijnen.

Dit bruinvisvrouwtje was ongeveer een jaar oud toen zij op Tweede Kerstdag 1980 op het strand van Castricum werd gesmeten. Aquarel Museon 216366

Bruinvistanden zijn spatelvormig. Andere dolfijnen hebben spits toelopende tanden. Schedel Museon 93394.

 

Gewezen bruinvis

 
Bruinvissen, Phocoena phocoena, leven dichter bij de kust dan andere dolfijnen. Bij ons is de kans om ze te zien het grootst voor de havenhoofden van Scheveningen en IJmuiden, de uitwatering in Katwijk en langs de Oosterscheldedijken in Zeeland. Sinds 1848 zijn meer dan 5500 gevallen bekend van bruinvissen die op onze kust zijn aangespoeld.

Door meeuwen aangevreten bruinvis. We vonden dit pas aangespoelde kadaver op de Zandmotor bij Ter Heijde op 23 oktober 2011

Hoger op het opgespoten strand lag dit schouderblad.

Schouderblad van een bruinvis op de Zandmotor gisteren. Foto's AvBH