Waterbeestjes op zaterdag 7 november in het park

 

Ik heb wat waterdiertjes verzameld die ik als illustratie gebruik bij een excursie hier in de natuurtuin in november. We gaan dan met kinderen de sloten schonen. Wat er aan levende dieren en planten uitkomt kunnen ze bij mij brengen. We doen de dieren in aquaria en zoeken samen uit wat er gevangen is. Hoewel het water in de tuin niet heel erg rijk aan waterleven is, blijft het toch de moeite waard. Want wie heeft er wel eens een bloedzuiger gezien, of een waterwants of waterkever in zijn hand gehad?

 

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

 

Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto's AvBH

Onderaanzicht. Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto’s AvBH

 
Maak kennis met het leven in het zoete water en kom op 7 november naar de natuurtuin in het Westerpark en vang libellenlarven, waterkevers, bloedzuigers en vele andere dieren en planten.
 

Ruggenzwemmers

 

Ruggenzwemmers zijn insecten die ondersteboven zwemmen. Je ziet het terug in de wetenschappelijke naam Notonecta, een samenvoeging van noto = rug en necton = zwemmen. Met hun poten omhoog en hun rug omlaag hangen ze roerloos aan de onderkant van het wateroppervlak, wachtend op een prooi. Wanneer je ze beet pakt kunnen ze venijnig steken met hun snuit, die ze normaal gebruiken om hun prooi leeg te zuigen. Vijvers kunnen vol zitten met deze insecten. Ze vallen kleine vis en kikkerlarven aan. Zelf worden ze gegeten door grote libellenlarven en roofvis als baars en snoek.

 

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

 

Hun achterpoten zijn afgeplat en van zwemharen voorzien. Wanneer de poot naar voren beweegt zijn de haren aangelegd, en ze staan uit wanneer ze naar achteren slaan. Zo werken ze als roeispanen. De luchtvoorraad wordt tussen haren aan de buik vastgehouden. Dat zorgt ervoor, dat de buikzijde lichter is dan de rug waardoor de dieren vanzelf ondersteboven blijven. De haren staan uit wanneer ze de lucht aan hun buik verversen.

 

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

 

Om minder  op te vallen is hun rug- en buikkleur verwisseld. Dat is een aanpassing tegen rovers die het op hen gemunt hebben.  Van buiten het water dreigen reigers en waadvogels. De onderstboven hangende wants heeft een donkere buik. Omdat de bodem van het water zwart is, valt de wants minder op. De rug is licht van kleur waardoor een roofvis de roerloze wants boven hem minder snel opmerkt. De andere waterwantsen keren hun zwarte rug naar boven en hun witte buik naar onder. Er zijn zo’n zeven soorten in ons land. de algemeenste is Notonecta glauca, ofwel het bootsmannetje.

 

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto's AvBH)

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto’s AvBH)

 

Verongelukte ijsvogel

 

In de herfst krijg ik nogal eens vogels gemeld die zich doodvliegen tegen een ruit. Het zijn bijna altijd ‘s nachts trekkende soorten die dit overkomt. Overdag gebeurt het ook, dan zijn het vooral sperwers die zich tijdens een achtervolging van een prooi over heggen en schuttingen tegen een ruit te pletter vliegen. In de meeste gevallen zie ik dan jonge onervaren vogels als slachtoffer van zo’n botsing. Je maakt ook mee, dat ze voor dood onder de ruit liggen en na een poosje toch weer wegvliegen. Is hun nek gebroken, dan is het einde verhaal. De eerste melding van dit jaar kwam uit Brielle waar een ijsvogel een vroegtijdig einde vond tegen een ruit.

 

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevolgen. Foto Hans Beers

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevlogen. Foto Hans Beers

IJsvogels, Alcedo atthis, zijn op dit moment heel algemeen. Ze worden vaak gezien. Waar ik woon hoef ik maar even het park in te gaan en hups, er vliegen er een paar voorbij. Meestal verraden ze zich door hun harde roep.
 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Deze ijsvogel is in de rui. Toch kan hij nog broeden. Er zijn jaren, dat vier keer gebroed wordt. (foto AvBH)
 

Maansverduistering

 
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
 
De maan na opkomst rond 22 uur zondagavond. Het ziet er goed uit voor de komende verduistering later vannacht. We hebben een supermaan vanavond. Niet alleen omdat de maan aan de hemel groter is dan normaal. De conditie van de atmosfeer is zodanig, dat supermaanbeelden zijn te verwachten. Tijdens het maken zag ik zo nu en dan trekvogels voor de maan langs vliegen.

 
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
 
Ondanks dat er zo nu en dan een heel dun wolkenbandje over de maan schoof was de verduistering spectaculair. Het is heel erg leuk om direct naast de maan sterren te kunnen zien. Er vlogen koperwieken en zanglijsters over toen ik de foto’s maakte. Dat de maan rood kleurt komt doordat de atmosfeer van de aarde nog wat zonlicht doorlaat. Door verstrooiing wordt dat rood. Vergelijk het maar met de zon. Vlak voordat die ondergaat kleurt zij rood en zien we de bekende koperen ploert.

 

Zodra de maan uit de schaduw komt, wordt het belichten moeilijker, omdat het contrast tussen het lichte en donkere deel snel groter wordt. Tijdens het maximum is scherp stellen een probleem door het gebrek aan licht. Dan maar handmatig.
 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

En nu wachten tot 27 juli 2018 voor de volgende volledige verduistering.
 

Flatslachtoffer

 

In de nacht van 8 op 9 september vloog een klein vogeltje tegen een ruit van een Zoetermeerse flatwoning. De volgende ochtend vond Piet Guijt hem. Hij was van plan het vogeltje snel te begraven, maar belde eerst mij nog even. Ik vroeg hem nog even te wachten en foto’s te maken. Want vooral in de trektijd komen er ook zeldzame soorten voorbij die bij ons niet broeden. Een dode vogel is soms moeilijker te herkennen dan een levende soortgenoot in de vrije natuur. Dat komt omdat in de moderne veldgidsen de nadruk wordt gelegd op kenmerken van vogels op afstand. Vooral kleine zangvogels zoals fitis, tjiftjaf, bladkoninkje, fluiter, tuinfluiter, enz. verschillen niet heel veel van elkaar. Juist aan de zang, roepjes en hun gedrag worden ze herkend waarbij de ervaring van de vogelaar van groot belang is. Daarom vraag ik altijd om foto’s wanneer iemand een verongelukt vogeltje vindt. Met een goed handboek is dan veel meer te ontdekken. Hoe oud is de vogel, in welk stadium van de rui zit hij of heeft ie een fris verenpak. Door hem te wegen kom je erachter of de vogel vet opgeslagen heeft voor de energieverslindende trekperiode. Wanneer de vogel niet al te lang dood is, kunnen er parasieten tussen zijn veren zitten, etc.

 

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Met hun zang steken ze de nachtegaal naar de kroon. De tuinfluiter mag voor mij onze Nationale Vogel zijn. Luister maar naar deze zanger die ik op 23 mei 2012 in het Zoetermeerse Westerpark heb opgenomen.
 


 

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto's Piet Guijt.

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto’s Piet Guijt.

 

Dankzij de uitstekende foto’s die ik ontving, zag ik direct dat het geen alledaagse soort is. De tuinfluiter is weliswaar niet zeldzaam als broedvogel in onze parken, maar toch, hij is veel minder algemeen dan de er op lijkende fitis en tjiftjaf die tijdens de trek ook verongelukken. De tuinfluiter, Sylvia borin, heeft een olijfbruine rug, een grijze halsband achter het oor, de onderstaartdekveren zijn witachtig zonder vlekken of schubben, de bovensnavel is leigrijs en de ondersnavel is licht van kleur. De poten zijn grijsbruin. Het vogeltje is 13 cm lang en het weegt 19 gram. Er zijn meer soorten met een vergelijkbaar signalement. Van karekieten en spotvogels verschilt hij met name in de snavel die bij hem korter en stomper is. En het voorhoofd is plat, terwijl spotvogels een steil voorhoofd hebben.