Flatslachtoffer

 

In de nacht van 8 op 9 september vloog een klein vogeltje tegen een ruit van een Zoetermeerse flatwoning. De volgende ochtend vond Piet Guijt hem. Hij was van plan het vogeltje snel te begraven, maar belde eerst mij nog even. Ik vroeg hem nog even te wachten en foto’s te maken. Want vooral in de trektijd komen er ook zeldzame soorten voorbij die bij ons niet broeden. Een dode vogel is soms moeilijker te herkennen dan een levende soortgenoot in de vrije natuur. Dat komt omdat in de moderne veldgidsen de nadruk wordt gelegd op kenmerken van vogels op afstand. Vooral kleine zangvogels zoals fitis, tjiftjaf, bladkoninkje, fluiter, tuinfluiter, enz. verschillen niet heel veel van elkaar. Juist aan de zang, roepjes en hun gedrag worden ze herkend waarbij de ervaring van de vogelaar van groot belang is. Daarom vraag ik altijd om foto’s wanneer iemand een verongelukt vogeltje vindt. Met een goed handboek is dan veel meer te ontdekken. Hoe oud is de vogel, in welk stadium van de rui zit hij of heeft ie een fris verenpak. Door hem te wegen kom je erachter of de vogel vet opgeslagen heeft voor de energieverslindende trekperiode. Wanneer de vogel niet al te lang dood is, kunnen er parasieten tussen zijn veren zitten, etc.

 

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Met hun zang steken ze de nachtegaal naar de kroon. De tuinfluiter mag voor mij onze Nationale Vogel zijn. Luister maar naar deze zanger die ik op 23 mei 2012 in het Zoetermeerse Westerpark heb opgenomen.
 


 

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto's Piet Guijt.

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto’s Piet Guijt.

 

Dankzij de uitstekende foto’s die ik ontving, zag ik direct dat het geen alledaagse soort is. De tuinfluiter is weliswaar niet zeldzaam als broedvogel in onze parken, maar toch, hij is veel minder algemeen dan de er op lijkende fitis en tjiftjaf die tijdens de trek ook verongelukken. De tuinfluiter, Sylvia borin, heeft een olijfbruine rug, een grijze halsband achter het oor, de onderstaartdekveren zijn witachtig zonder vlekken of schubben, de bovensnavel is leigrijs en de ondersnavel is licht van kleur. De poten zijn grijsbruin. Het vogeltje is 13 cm lang en het weegt 19 gram. Er zijn meer soorten met een vergelijkbaar signalement. Van karekieten en spotvogels verschilt hij met name in de snavel die bij hem korter en stomper is. En het voorhoofd is plat, terwijl spotvogels een steil voorhoofd hebben.

 

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *