Tegen de vleug

 

Vorige week schreef ik over de houtduif als vroege broeder in mijn tuin. Zaterdag zagen leden van de vogelwerkgroep Zoetermeer een broedende zwarte zwaan, Cygnus atratus, in de Polder van Poelgeest bij Oegstgeest. Ik schreef al eerder een blog over deze soort: zie hier. Ze worden als siervogels gehouden in particuliere vijvers. Maar ook in de vrije natuur zijn ze wel te zien. Behalve in zoet water ook op zee voor de kust. Zwarte zwanen komen oorspronkelijk alleen in Australië en Nieuw-Zeeland voor. In de 18e en 19e eeuw zijn ze – net als de dodo van Mauritius in de 16e en 17e eeuw – meegenomen naar Europa en in particuliere dierenverzamelingen terecht gekomen. De dodo redde het niet, de zwanen wel en die verwilderen soms. Broedend in de vrije natuur zien we ze de laatste tijd vaker. Meestal in de wintermaanden wanneer het in hun thuisland volop zomer is. Hun aantal groeit niet erg snel.

 

Zwarte zwaan op het nest. Let op de opgekrulde veren op de rug.

Zwarte zwaan op het nest. Let op de opgekrulde veren op de rug.

 

Mijn vrouw maakte een opmerking over de afwijkende veren van deze zwaan. Op de rug krullen de veren naar voren. Iets wat aan deze zwaan een bijzonder uiterlijk geeft. Het lijkt wel een beetje op kippenvel, maar dan voor zwanen…. In de populaire literatuur kon ik er niets over vinden. De zwarte zwaan lijkt nog het meest op onze knobbelzwaan met dit verschil, dat de hals dunner en veel langer is: even lang als het lichaam.

 

Op deze foto van dezelfde zwaan zijn de veren niet gekruld. Het mechanisme hoe ze dit doen is me niet duidelijk. Foto's Kees Luijks

Op deze foto van dezelfde zwaan zijn de veren niet gekruld. Het mechanisme hoe ze dit doen is me niet duidelijk. Foto’s Kees Luijks

 

Met dank aan Kees Luijks van de VWG Zoetermeer.

 

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *