Rafflesia, de tapir en de neushoorn

 
De zaden van Rafflesia worden verspreid door hoefdieren als tapirs en neushoorns die in de stinkende massa trappen en de zaden tussen hun hoeven meenemen. Ze raken die weer kwijt wanneer ze verderop een liaanwortel beschadigen waarin dan een zaad achter kan blijven. Het zaad kiemt en begint aan zijn verborgen leven in de wortel van de gastheer, altijd een liaan. De natuurbescherming richtte vroeger wanneer er een groeiplaats van Rafflesia’s werd gevonden kleine reservaten in en hoopte daarmee de plant bescherming te bieden.

Door de kap van het omringende bos raakten de Rafflesiareservaatjes onbereikbaar voor grotere zoogdieren als herten, olifanten, tapirs en neushoorns die voor de verspreiding van de zaden zorgen. Illustratie: Museoncollectienummer 220067

Tijdens de tentoonstelling Plantastic verzorgt Wilde Wijde Wereld blogs over alles wat met planten te maken heeft.

 

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *