Schaatsen op het water

 

Hoewel nog (lang?) geen winter, nu al aandacht in Wilde Wijde Wereld voor schaatsen. Deze schaatsenrijders, de insecten, gaan zo langzaam aan van het water af en straks hopen wij hun plek in te nemen. Maar dan op ijs. Schaatsenrijders, leven op het grensvlak van water en lucht. Dat vraagt speciale voorzieningen. Dat op water lopen kan, bewijzen deze insecten. Behalve op sloten, meren en snelstromende beken, zijn het de enige insecten die midden op oceanen in wiervelden leven en nooit land zien. Een extreme aanpassing!

Vreemd, in onze taal heten ze schaatsenrijder: niet goed gekozen. In het Duits en Engels geeft de naam beter weer waar het bij deze insecten om draait: Wasserläufer en Water Strider. Foto: Milly Zeilstra

Zo langzamerhand is er minder insectenleven op en onder water te zien, veel insecten overwinteren op de oever tussen de planten. Anderen zoals waterkevers en waterwantsen met de toepasselijke namen bootsmannetje, ruggezwemmer en waterschorpioen kruipen in de slootbodem om daar de winter door te brengen. Ze worden alleen nog actief tijdens zonnige perioden langs op het zuiden liggende en tegen de wind beschutte oevers.

Lang dacht men dat ze niet door de oppervlaktespanning van het water heen braken en daardoor niet onder water verdwenen dankzij een vette substantie aan de poten. Dat beeld klopt niet, het is juist de microstructuur aan de poten die het mogelijk maakt. Foto: Winfried van Meerendonk

Met dank aan Winfried van Meerendonk voor zijn schaatsenrijders uit de Amsterdamse Waterleidingduinen en Milly Zeilstra voor haar Steenwijkse schaatsenrijder.

 

4 Responses to Schaatsen op het water

  • Arno says:

    Beste May,
    Ze leggen telkens een ei in een blad of stengel van een water- of moerasplant. Het wordt er a.h.w. in gestoken. Hoeveel een vrouwtje er in haar leven legt weet ik niet. Het zal samenhangen met de temperatuur van het water, de beschikbare hoeveelheid voedsel. Wanneer het ei uit is gekomen volgen er vijf larvenstadia. Telkens vervellen tot aan het volwassen stadium. Ze doen er meer dan een maand tot twee maanden over om volwassen te worden. Hangt van de omgevingstemperatuur af. In de winter overwinteren ze langs de oevers op de oever. Paren zie ik ze vaak doen. Daarbij worden ze vaak lastig gevallen door concurrerende mannetjes.
    Dit is het zo’n beetje, hoop, dat je er wat aan hebt.
    Arno

  • may says:

    hoi,
    ik zit al de hele tijd te zoeken maar ik kan maar niet vinden hoeveel jongen de schaatsenrijder krijgt, en hoe vaak de schaatsenrijder paart. weet je misschien ook iets over de levencyclus.
    alvast bedankt.

    May

  • Arno says:

    Hallo Famke, je bedoelt waarschijnlijk waardoor ze op het water kunnen lopen. Dat zit ‘m in een eigenschap van vloeistoffen die oppervlaktespanning heet. De moleculen in de vloeistof trekken elkaar van alle kanten aan, maar op de overgang van vloeistof naar gas is het anders. Daar overheersen de krachten die zorgen dat de vloeistofmoleculen naar beneden worden getrokken. Zie voor een schematische uitleg: http://nl.wikipedia.org/wiki/Oppervlaktespanning. Om die oppervlaktespanning te doorbreken hoef je alleen maar je vinger in het water te steken. Dan lijkt het of er geen gesloten vlies is. Dat er wel degelijk zo’n vlies bestaat merk je wanneer je in het zwembad plat op je buik in het water terecht komt. Dat doet pijn en je komt er dan wel eens een beetje met een rood aangelopen huid uit. Het oppervlak werkt als een gesloten dek. Tot een bepaald gewicht kun je op het water drijven en, in het geval van de wantsen, lopen. Als je maar niet die oppervlaktespanning doorbreekt. Er zijn stoffen die wanneer je ze aan het water toevoegt de oppervlaktespanning verminderen. Zeep bijvoorbeeld. Tja en dan kan de schaatsenrijdende wants het wel schudden. Hij zakt door het ijs, pardon water.

  • Famke says:

    Hoi,
    Weet iemand misschien, hoe schaatsenrijders zich aanpassen aan het water.
    Alvast bedankt.
    Famke

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *