Zeekatten op het strand

 
Het strand veranderde vorige week in een inktvissenkerkhof. Van de pier in Scheveningen tot zover ik kijken kon richting Katwijk waren rugschilden van inktvissen aangespoeld. Het zijn de inwendige schelpen van de gewone zeekat, Sepia officinalis. Pas nadat ze dood en vergaan zijn, wordt hun ware schelpdierenaard duidelijk. De mannen worden twee tot drie keer zo oud als de vrouwen, die net één jaar halen. En dan te bedenken dat er onder de verwante slakken en schelpen soms honderden jaren oude grijsaards voorkomen! Maar die leven hun leven heel traag; inktvissen eten en bewegen veel sneller.

‘s Nachts worden zeekatten actief en eten dan garnalen en krabben, die ze met de twee lange vangarmen grijpen. In de mond zit een snavel van hoornstof waarmee de prooien worden doorgebeten.

Kooivogels houden van de schilden, ook wel zeeschuim genoemd, vanwege de kalk en om hun snavel aan te scherpen.

Twee 25 centimeter lange schilden van de gewone zeekat, de bovenste is een bovenzijde. Het kleine puntje rechts is het rostrum. Het is hetzelfde als de complete schelp van een belemniet, een al lang uitgestorven inktvis. Vergelijk met de laatste foto.

Tot zover het oog reikt….. Een telling over honderd meter strand resulteerde in zeshonderd schilden. Over een kilometer liggen er dan zesduizend. Tot aan de Wassenaarse Slag zijn dat er … en tot Katwijk … reken maar uit.

Rostrum van 15 centimeter lang van de belemniet, Belemnitella mucronata, een inktvis uit het Krijt van Maastricht, Museon 38027. Foto’s: AvBH

2 Responses to Zeekatten op het strand

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *