Sloot en Plas

Een maand vroeger!

 
Door de zachte winter doen de bruine kikkers, Rana temporaria in de vijver het precies een maand vroeger dan vorig jaar. Er is nog een verschil met april 2013. Het spektakel in de vijver was toen na een week al voorbij. Dit voorjaar duurt het langer, met als gevolg meer eiklompen. De kikkers zijn zo gemotiveerd, dat ze overdag gewoon doorgaan met hun liefdesspel: brommen, omhelzen, wisselen, bevruchten, afzetten van eieren. Daarbij komt nog dat ze minder schuw zijn dan vorig jaar. Ik kan nu op klaarlichte dag aan de rand van de vijver gaan zitten.
 

Dit is de Neurula, het mooist te zien aan het middelste ei. Het embryo strekt zich, over de lengte loopt een gleuf, de neurale buis die het ruggenmerg vormt. Straks sluit die zich. Rechts boven zijn de aanleg van de ogen en de kieuwen te zien. Die moeten nog verder uitgroeien. Wij hebben er ooit ook zo ongeveer uitgezien. Foto AvBH

Dit is de Neurula, het mooist te zien aan het middelste ei. Het embryo strekt zich, over de lengte loopt een gleuf, de neurale buis die het ruggenmerg vormt. Straks sluit die zich. Rechts boven zijn de aanleg van de ogen en de kieuwen te zien. Die moeten nog verder uitgroeien. Wij hebben er ook zo ongeveer uitgezien. Foto AvBH

 
Vorig jaar is de hele ontwikkeling mislukt. Alle eieren, honderden waren het er, stierven. De eieren die het wel tot kikkervisje brachten haalden het ook niet. Waarschijnlijk komt dat door de regen die er is gevallen toen. Regen is zuur en daar kunnen ze niet tegen. Ik weet van vroeger, dat kikkereieren heel gevoelig zijn voor verandering van water. In kraanwater dat je in een aquarium stopt redden ze het niet. Ze ontwikkelen zich het beste in hun eigen water. Een tuinvijver is geen natuurlijk water. Toch is het eerder wel goed gegaan. Ik heb jaren meegemaakt, dat de kikkertjes overal in de tuin rond sprongen, achterna gezeten door katten.
 

Pas gelegde eiklompen steken altijd en beetje boven water uit. Hier zie je heel goed de omringende dooier en het nog ronde embryo. Dit is de nacht voor de foto gelegd. De bruine kleur is ontstaan door de flits.

Pas gelegde eiklompen steken altijd een beetje boven water uit. Hier zie je de grijsblauwe dooier met in het midden het nog ronde embryo. De eieren zijn de nacht voordat de foto is gemaakt gelegd. De bruine kleur ontstaat door de flits. Foto AvBH

 
Wanneer je leerplaten ziet waarop de kikkerontwikkeling van ei tot volwassen kikker wordt getoond, dan geven die allemaal een kortere tijdsduur op voor de verschillende ontwikkelingsfasen. Bij mij buiten duurt het langer. Begrijpelijk, want koudbloedige dieren leven al naar gelang de temperatuur sneller of langzamer. De meeste leerplaten zijn getekend naar dieren in het laboratorium waar het warmer is.

 

Dit spel gaat nog wel even door. In steeds wisselende groepen. Foto AvBh

Dit spel gaat nog wel even door. In steeds wisselende groepen. Foto AvBh

 

Schoolplaat waarop de ontwikkeling van de kikker te zien is. Rechtsboven en in het midden boven komen overeen met de foto's. Copyright 1941 Carleton College Biology Department

Schoolplaat waarop de ontwikkeling van de kikker te zien is. De stadia rechtsboven en midden boven komen overeen met mijn foto’s.
Copyright 1941
Carleton College Biology Department

 
Mijn kleindochter van bijna drie heeft haar eerste eitjes op haar kamertje staan. Toen ze ze zag kon ze het verband met de volwassen kikker nog niet leggen. Ze staarde niet begrijpend in het potje met dril. Het bleef abstract. Maar ja, dat was voor de volwassen middeleeuwer bij het verdwijnen van de zwaluwen in de winter ook het geval. Zij dachten dat die in de modder kruipen waar ze hun nesten van metselen. Nu verdwijnen zwaluwen ook in rap tempo, maar weten we hoe dat komt. Geen modder meer.

 

Rotjes, gelukkig nieuwjaar!

 

In de zomer en nazomer zitten de bloemen vol met vliegen die door velen voor bijen worden gehouden. Ze hebben twee vleugels en geen vier zoals bijen. Ondanks hun grote ogen worden ze blinde bijen genoemd. Blind slaat op het ontbreken van een angel. De vliegen leggen in het najaar eieren in modderpoeltjes, vervuilde tuinvijvers en afvoergoten.

 

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

De drie centimeter lange larven zijn door een tot vijftien centimeter uitschuifbare adembuis met de atmosfeer verbonden. Daardoor zijn ze in staat in zuurstofloze omgevingen te leven. Vanwege de vuurwerkgelijkenis worden ze rotje genoemd. Aan het einde van de adembuis zitten waterafstotende haren die uitzetten aan het wateroppervlak om zo de verbinding met de lucht tot stand te brengen.

 

Eristalis larve

Rotje, ook wel rattenstaartlarve genoemd met uitgeschoven adembuis die werkt als een snorkel. Er zijn twee plekken met lange haren zichtbaar, halverwege en vlak voor het dunne zwarte einde. Dat zijn de punten waar de buisstukken in elkaar schuiven. Foto AvBH

 
De larven eten door met hun mond modder te zeven. Na verpopt te zijn komen in het voorjaar de vliegen tevoorschijn.

 

Rotjes, happy New Year

 

During summer and early autumn flowers are full of Syrphid flies. Many people think they are bees. But they have just one pair of wings, not two as in bees. Despite their large eyes they are called Blind bees. “Blind” means in this case stingless. The flies deposit their eggs in the autumn in mudpools, polluted ponds and waste pipes.

 

The Dutch name is “Doodskopvlieg”, literally skull fly after the drawing of a skull on the pronotum.

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

 
The larvae reach a length of three centimeter. They are connected with the outer world via a long extension breathing pipe that reaches a length of fifteen centimeters. That makes it possible for them to live surroundings that lack oxygen. Because of their resemblance to a piece of firework the Dutch name them “rotje”. At the end of the breathing pipe there are water-repellant hairs that help in making the connection with the air.

 

Eristalis larve

“Firecracker” or rattail, is named after its long telescopic breathing pipe that acts like a snorkel. You can see two rings with longer hairs indicating where, dependant on the water depth, the length of the snorkel can be changed. Foto’s AvBH

 
The larvae feed by seeving mud. After pupation the adult flies emerge in the spring.

 

De Wilde Wijde Wereld draait doorrrrrrr….

 

Mijn werkzame leven is voorbij. Nu iedere dag vrij. Maar de blog gaat verder. Met naar ik hoop interessante onderwerpen, veelal eigen foto’s en verhalen. Op mijn eerste pensioendag zag ik overal langs de oevers de zwanenbloem, Butomus umbellatus, volop in bloei staan.

 

butomus-umbellatus_bloemhoofdje_IMG_1715_100718_800x600

De bloemen staan in zogenaamde schermen. Mag niet geplukt worden. Desondanks overal verkrijgbaar als vijverplant. Foto AvBH

 

Omdat de bloemen opvallend zijn vreesde de wetgever dat het voortbestaan van de plant bedreigd werd door plukken. Daar was gezien hun zeldzaamheid vroeger wel wat voor te zeggen.

 

butomus-umbellatus_IMG_1746_100718_1280

Vroeger was deze water-/moerasplant zeldzaam. Maar gelukkig – het klinkt cynisch – is het milieu de soort te hulp geschoten: verrijking van de sloten door mineralen zoals sulfaat heeft de soort goed gedaan. Foto AvBH

 

In de volksmond wordt de zwanenbloem wel eens koffiebloem genoemd. Het is me nooit gelukt te achterhalen wat de plant met koffie te maken heeft. Vergelijk maar met de foto hieronder van een echte koffieplant.

 

Koffie hoort tot de familie van de Rubiaceae, de zwanenbloem zit in een eigen familie, Butomaceae

Koffie hoort tot de familie van de Rubiaceae, de zwanenbloem zit in een eigen familie, Butomaceae

 

De Nederlandse naam is wel verklaard. Ik schreef daar al eerder over. Kijk hier.

 

Libellenreservaat Zoetermeer

 

In 1992 bezocht ik de Floriade in Zoetermeer. In een van de attracties, de Poldertuinen, waren vijf vijvers te zien. Ik herinner mij nog, dat er scholeksters en tureluurs op de oevers liepen. En visdiefjes doken tussen de waterlelies naar stekelbaarzen. Landschappelijk was het een van de mooiste onderdelen van de Floriade. Ongetwijfeld hebben er toen al libellen gevlogen.

 

De Poldertuinen, onderdeel van de Floriade 1992, gezien vanaf de Balijbrug over de A12. Destijds ontbraken de bomen en was het een open landschap. Bereikbaarheid per fiets: ga naar knooppunt 2 in het netwerk van Haaglanden.

 

De laatste jaren ontdekten natuurliefhebbers steeds meer libellensoorten langs en op de vijvers. Zij opperden het idee om de Poldertuinen de bestemming Libellenreservaat te geven. Het is aantrekkelijk omdat je als bezoeker, lopend over de vlonderbruggen, vlak boven het wateroppervlak staat en daar de activiteiten van de libellen – en andere waterinsecten – goed kunt volgen. Parende libellen, eileggende libellen en libellenlarven die langs een stengel omhoog kruipen, uit hun vel kruipen, hun vleugels oppompen en daarna wegvliegen. Het is allemaal van heel dichtbij te volgen.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op het mooi vormgegeven informatiebord is veel informatie over libellen te vinden.

 

De vuurjuffer is een van de eerste soorten die vliegt in het voorjaar. Door de late lente zijn zij dit voorjaar een maand later actief geworden. Mannetjes kiezen een tegen andere mannen verdedigde positie op een oever- of waterplant en komen direct in actie zodra zij een soortgenoot gewaar worden. Er is nog een andere roodgekleurde libellensoort, de koraaljuffer, Ceriagrion tenellum. Die is makkelijk te onderscheiden aan zijn rode poten (zwart bij de vuurjuffer).

 

Pyrrhosoma-nymphula_vuurjuffer_m_IMG_3297_130528_1280x853

Mannetje van de vuurjuffer. Het vrouwtje ziet er ongeveer hetzelfde uit, maar heeft meer zwart op het achterlijf. Foto’s AvBH

 

Tussen april en oktober zijn hier bij mooi weer wel 27 soorten libellen te zien. Niet allemaal tegelijk natuurlijk. Op het informatiebord is te vinden wanneer welke soorten te zien zijn. Een overzicht van alle soorten, de ligging en de bereikbaarheid van het reservaat, is te vinden op de website van de Zoetermeerse afdeling van de KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging).