Sloot en Plas

Kroeskarper: de enige echte goudvis

 
Zaterdag was de jaarlijkse landelijke Natuurwerkdag. In Zoetermeer was de Natuurtuin in het Westerpark aan een schoonmaakbeurt toe. Met harken werden planten verwijderd uit de sloten en vijvers. Een schelpen- en slakkenkenner ging te water met een korf. En in de tuin waren tafels met waterbakken neergezet om de dieren die met de planten mee kwamen te bekijken.
 

Op zoek naar waterleven.

Op zoek naar waterleven.

 
Klap op de vuurpijl was een kroeskarper, Carassius carassius, van tien centimeter. Een prachtig goudgekleurde vis met een hoge rug. Deze vis zou door zijn prachtige kleur eigenlijk goudvis moeten heten en de meestal rode goudvis op zijn beurt zou een andere naam moeten hebben. Want die is allesbehalve goudkleurig. De kroeskarper is vooral te vinden in plantenrijke wateren die ’s nachts zonder zuurstof raken omdat planten de zuurstof opnemen. Kroeskarpers voelen zich goed thuis in water dat uitdroogt. Ze kruipen dan weg in de modder totdat er weer water komt.
 
Kroeskarper, de enige echte goudvis  

Deze prachtige vis zit nu tijdelijk bij mij thuis in een aquarium. Het is lang geleden, dat ik kroeskarpers in het schepnet kreeg. Zo herinner ik mij dat ik ze wel eens levend op het strand vlakbij de uitwatering in Katwijk heb gevonden. Tijdens het spuien door Rijnland via de Oude Rijn waren ze met andere zoetwatervissen waaronder zeelten en voorntjes in zee geloosd. Ik vond toen twee nog levende kroeskarpers die ik bij Rijnsburg heb losgelaten in een sloot.
 

Behalve kroeskarpers vingen we zaterdag nog drie zeelten, Tinca tinca, een groot aantal tiendoornige stekelbaarzen, Pungitius pungitius, en een paar rietvoorns, Scardinius erythrophthalmus.
 

Waterbeestjes op zaterdag 7 november in het park

 

Ik heb wat waterdiertjes verzameld die ik als illustratie gebruik bij een excursie hier in de natuurtuin in november. We gaan dan met kinderen de sloten schonen. Wat er aan levende dieren en planten uitkomt kunnen ze bij mij brengen. We doen de dieren in aquaria en zoeken samen uit wat er gevangen is. Hoewel het water in de tuin niet heel erg rijk aan waterleven is, blijft het toch de moeite waard. Want wie heeft er wel eens een bloedzuiger gezien, of een waterwants of waterkever in zijn hand gehad?

 

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

 

Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto's AvBH

Onderaanzicht. Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto’s AvBH

 
Maak kennis met het leven in het zoete water en kom op 7 november naar de natuurtuin in het Westerpark en vang libellenlarven, waterkevers, bloedzuigers en vele andere dieren en planten.
 

Ruggenzwemmers

 

Ruggenzwemmers zijn insecten die ondersteboven zwemmen. Je ziet het terug in de wetenschappelijke naam Notonecta, een samenvoeging van noto = rug en necton = zwemmen. Met hun poten omhoog en hun rug omlaag hangen ze roerloos aan de onderkant van het wateroppervlak, wachtend op een prooi. Wanneer je ze beet pakt kunnen ze venijnig steken met hun snuit, die ze normaal gebruiken om hun prooi leeg te zuigen. Vijvers kunnen vol zitten met deze insecten. Ze vallen kleine vis en kikkerlarven aan. Zelf worden ze gegeten door grote libellenlarven en roofvis als baars en snoek.

 

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

 

Hun achterpoten zijn afgeplat en van zwemharen voorzien. Wanneer de poot naar voren beweegt zijn de haren aangelegd, en ze staan uit wanneer ze naar achteren slaan. Zo werken ze als roeispanen. De luchtvoorraad wordt tussen haren aan de buik vastgehouden. Dat zorgt ervoor, dat de buikzijde lichter is dan de rug waardoor de dieren vanzelf ondersteboven blijven. De haren staan uit wanneer ze de lucht aan hun buik verversen.

 

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

 

Om minder  op te vallen is hun rug- en buikkleur verwisseld. Dat is een aanpassing tegen rovers die het op hen gemunt hebben.  Van buiten het water dreigen reigers en waadvogels. De onderstboven hangende wants heeft een donkere buik. Omdat de bodem van het water zwart is, valt de wants minder op. De rug is licht van kleur waardoor een roofvis de roerloze wants boven hem minder snel opmerkt. De andere waterwantsen keren hun zwarte rug naar boven en hun witte buik naar onder. Er zijn zo’n zeven soorten in ons land. de algemeenste is Notonecta glauca, ofwel het bootsmannetje.

 

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto's AvBH)

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto’s AvBH)

 

Kannibaal: de Rode Amerikaanse rivierkreeft

 
Vijf maanden geleden kwam de conciërge van het Coornhert Gymnasium in Gouda naar de biologieleraar met een emmer waarin een zwangere rivierkreeft rondliep. In de klas werden een paar kleine kreeftjes losgelaten in een aquarium. Zij groeiden voorspoedig op. Tenminste, zij die overbleven. Want een kreeft die zijn pantser vervelt loopt tijdens en vlak na de vervelling groot risico. Zijn broertjes en zusjes proberen hun slag te slaan door te proberen zolang zijn nieuwe schild nog niet is uitgehard hem op te eten. Zo blijven er na iedere vervelling steeds minder kreeften over. In een niet zo groot aquarium aquarium uiteindelijk een. En zodra die vervelt, eet hij zijn eigen afgeworpen schild op. Dat hergebruik is belangrijk, want in het water is niet genoeg chitine en kalk voorradig.
 

Kort na de vervelling. Op de voorgrond een restantje van een schaar. Foto AvBH
 

Hierboven is het laatst overgebleven jong in mijn aquarium te zien. Het is nu vrijwel volwassen . Dan komt ook de tijd, dat de kreeften op zoek gaan naar ander water. Vorig jaar liep er een op de tennisbaan waar ik speelde. Hij kleurde nog roder door al het gravel waar hij doorheen liep.
 

Amerikaanse rode rivierkreeft die door de kat is meegenomen. Foto AvBH

 

Ze zijn onverzadigbaar. Ze eten alles op dat op hun weg komt. Al mijn aquariumplanten zijn verknipt en verorberd. De vissen vielen vroeger of later in de scharen en verdwenen in zijn maag. Al het eetbaars verdwijnt. Vijanden hebben ze hier wel. Reigers, katten en ratten en zijzelf. Maar kennelijk zijn die niet in staat hun toename te stoppen.

 

De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Foto AvBH

 De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Een beetje verwaand kijkt hij naar mij. Foto’s AvBH

 

 

Een jaar later

 
Een jaar geleden postte ik het laatste bericht. Dat ging over de bruine kikker. Het voorjaar is tot nu zeer koud geweest. De kikkers hebben zich daar niets van aangetrokken. Op 19 maart hoorde ik de eerste kikker brommen in de vijver. Het duurde nog tot 30 maart voordat de eerste eiklomp in het water dreef.

 

Deze vrouw zeulde de halve dag met een van de mannen rond in de tuin. Zij puilt uit van de eieren. Foto AvBH

Deze vrouw zeulde de halve dag met een van de mannen rond in de tuin. Zij puilt uit van de eieren. Hij heeft nog wel wat ruimte op zijn buik… Foto AvBH

 

Het ging er net als andere jaren weer heftig aan toe. De vrouwen werden van alle kanten besprongen. Sommige waren hier kennelijk niet zo van gediend en verlieten de vijver met man erbij. Ik heb alweer wat eieren in het warmere water van het aquarium gedaan. Dan kun je zien hoe snel de ontwikkeling gaat. Het net gelegde kogelronde ei verandert in een dag in een platte zogenaamde neurula. Deze weg zijn wij ook gegaan. Leuk om eens per jaar te volgen.