Filmpjes

Vampiers

 

Bloeddrinkende vleermuizen leven alleen in Zuid- en Midden-Amerika. Voordat Columbus daar voet aan land zette, leidden ze een weinig opvallend leven in de tropische regenwouden. Koeien en paarden uit Europa meegebracht waren er de oorzaak van dat de vampiervleerrmuizen het bos verlieten om zich te voeden met hun bloed. Vampiers zijn sociale dieren. Vrouwtjes met kroost die geen bloed kunnen vinden worden door hun buurvrouwen in de kraamkolonie bijgevoerd.

De gewone vampiervleermuis, Desmodus rotundus, Museoncollectienummer 211579 kruipend over de grond naar de poten van een slachtoffer. Na de beet likt de vleermuis het bloed op. Ze drinken 50% van hun lichaamsgewicht per drinkmaal! Doe dat als mens maar eens na met water…

In 1998 was in het Museon een tentoonstelling te zien met levende vampiers. De vampiers kwamen van een onderzoeker in Bonn die hun speeksel analyseert om te kijken waarom het bloed niet stolt. Een antistollingsmiddel dat op basis van vampierspeeksel wordt gemaakt is Draculine. Het wordt voorgeschreven aan hartpatiënten.

De twee snijtanden samen met de hoektanden in de bovenkaak zijn goed aangepast om een effectieve beet in de huid van het slachtoffer te maken. Foto’s Museon

Na de tentoonstelling zijn alle nog levende vleermuizen naar een dierentuin gegaan. De film hieronder waarin we op de tentoonstelling de vleermuizen bloed zien drinken is uit 1998. Primeur was toen, dat voor het eerst levende vampiers in ons land te zien waren. Daarbovenop kwam nog een geboorte. Moeder en kind zijn ook te zien in de film.

 

 

De vleermuizen zijn er niet meer, maar in ons museum zijn behalve de vele opgezette dieren vrijwel altijd levende dieren te zien. In de tijdelijke tentoonstelling Plantastic zijn dat hommels in hun nest en in de vaste expositie op de eerste etage slijkspringers en schuttersvissen.

 

Foute bever

 
Ik kreeg een reactie op mijn blog van 29 november 2011 over onze opgezette bever, Castor fiber, Museonnr 58323 van Willy de Koning uit Limburg: “Deze bever ziet er niet erg uit als een bever. Niet erg kundig geprepareerd denk ik. De staart is te smal, de kop te rond en te klein en de tanden zijn helemaal verkeerd. De ondertanden zijn juist langer dan de boventanden. Tijdens het knagen zet de bever z’n boventanden vast in het hout en schraapt er met z’n ondertanden telkens langs. Net zoals wij een appel eten. Wil je alles weten over bevers? Lees dan op mijn blog hoe ik de bevers ontmoet.”
 
En inderdaad, onze bever is fout. Wil je veel meer weten over vooral Nederlandse bevers? Willy heeft een prachtige blog, ga erheen via deze link

Aan deze schedel is duidelijk te zien, dat de snijtanden in de onderkaak veel langer zijn dan die in de bovenkaak. Museoncollectienummer 58323.Foto Museon
Bekijk het filmpje van Willy de Koning over het knagen van een bever.
 

 

Knaagsnippers van Nederlandse bevers uit de Ooypolder bij Nijmegen. Museoncollectienummer 224056. Foto Museon


 

Happy end

 

Vale gieren, Gyps fulvus, staan laat op, afhankelijk als ze zijn van opstijgende warme luchtstromen. Hanggliders hebben dat afgekeken en beginnen gelijk met de gieren te vliegen. Dat leidde  zeer onlangs in de uitlopers van de Himalaya in India tot een spectaculaire botsing. Piloot en gier konden zichzelf ternauwernood in veiligheid brengen.

 

 

Voor onderschriften: start de film en ga met de muis naar beneden in het filmframe. Op CC wordt de mogelijkheid geboden een russisch-engelse vertaling te starten.

 

vale gier collectie museon

Gieren verdwijnen met hun hele kop in het aas waarvan ze leven. Op kop en hals zitten kortere veertjes dan op de rest van het lichaam: gierenbebop. De kraag daaronder bestaat uit lange veren die voorkomt, dat de gier onder de drek komt te zitten. Museoncollectienummer 58563.

Broodschimmel

 

In de Museoncollectie zit dit prachtige onderwijsmodel van een schimmel, stammend uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het zijn schimmels die na een dag of wat verschijnen op brood dat ze wattenachtig overwoekeren. De door de schimmel geproduceerde stoffen verteren het brood. De stoffen die daarbij gevormd worden zijn vaak giftig. Bij toeval ontdekte de Brit Fleming in 1928 bij een andere schimmel, een stof die bacteriën kon doden: penicilline. Die ontdekking heeft de wereld veranderd. Bacterie-infecties konden vanaf toen veel beter en vooral sneller genezen worden.�

Het sterk vergrote schaalmodel van de schimmel, Mucor mucedo, laat zogenaamde zwamdraden, de hyphen, zien die over de ondergrond, bijvoorbeeld brood of een vrucht lopen. Het model stamt uit de tijd van Fleming. Museon 220548.


 

Dit onderwijsfilmpje van 8 minuten is gemaakt in een voor de medische wetenschap opwindende tijd van grote vooruitgang, dezelfde tijd waarin ons onderwijsmodel is vervaardigd.

 

NB wie geïnteresseerd is in de wijze van voorplanting bestudeert dit schema waarin de twee manieren van voortplanting, ongeslachtelijk door sporen en geslachtelijk door versmelting van twee celkernen waarbij van een + en – kern wordt gesproken, omdat er niet zoiets als mannelijk of vrouwelijk aan te herkennen is.

 

Buizerd plukt prooi

 

Veel buizerds jagen lekker lui. Op een paal of hek zittend speuren ze onder zich naar beweging. Zo worden muizen en insecten gevangen. Soms bidden ze staand in de lucht met langzame vleugelslagen. Op de grond achtervolgen ze hun prooi ook lopend.

Biddende buizerd boven de Hongaarse poesta. Foto AvBH

 

Het zijn ook aaseters. Langs snelwegen ruimen ze doodgereden of nog levende verkeersslachtoffers op. Dan zie je ze ook op grotere dieren zitten zoals hier op het filmpje op een aangereden zwarte kraai.

 

 

Met dank aan Lia Koomen die de film maakte.