Vogelzang

De lente grijpt om zich heen

 

Vanochtend op weg naar de tram kwam ik een bruine kikkerman, Rana temporaria, tegen op straat. Hormonen en een stijging in temperatuur hadden hem uit zijn winterslaapplaats gedreven. Nu was hij op zoek naar de vrouwen. Zijn extra verdikte bovenarmpjes waren klaar om de vrouwen te omvatten. Maar ja, op het droge van een veelbelopen stoep is het lastig kikkervrouwen pakken. Ik heb de koude meneer opgepakt en ben naar huis teruggelopen waar ik hem voorzichtig in de vijver liet zakken. Vanavond kwam buurman aan de deur: “kikker voor de garages”. Weer dikke armpjes. Ook naar de vijver waar het nu vrolijk brommen is. Nog meer nieuws: tot half elf zong in het duister de merel. De lente grijpt om zich heen.

merelzang bruine kikker

 
De sfeer van de avond is het beste weer te geven door de geluiden na eerst apart ook eens gelijk te starten.
 

Veldleeuwerik

Vorige week vrijdag en zaterdag zag en hoorde ik de eerste veldleeuweriken. Op een paar plaatsen waren zingende mannetjes bezig met hun eerste bruidsvluchten.

 veldleeuwerik

 
Het kunnen heel goed doortrekkers zijn geweest die even aan de grond kwamen om te eten. De drang om te zingen is zo groot, dat je ze vaak zingend voorbij ziet trekken naar hun noordelijke broedgebieden. Ieder jaar zingen bij ons minder veldleeuweriken. De broedgebieden in het laaggelegen westen van ons land worden steeds minder geschikt.

Op de hogere zandgronden klinkt de zang nog volop. De geluidsopname is van deze vogel gemaakt op de Hoge Veluwe in 2006. Foto’s en geluidsopname: AvBH

Staartmezengroepen vallen uit elkaar

 
Gisteren, zondag, zag ik voor het eerst weer baltsgedrag van staartmezen, Aegithalos caudatus, in de tuin. Een winter lang zag ik groepen die om de paar uur even onze tuin aandeden, zenuwachtig de twijgen van de appel afzochten naar spinnen en insecten, om daarna langs het huis naar het pleintje te vliegen en vandaar over de huizen naar de beboomde laan daarachter. Ik ken hun dagelijkse route niet, ik weet alleen dat ze na twee uur weer langskomen, altijd komend uit en doorgaand in dezelfde richting. Ik kan niet zien, maar slechts vermoeden, dat het telkens dezelfde vogels zijn.

De staartmees is een eenvoudig te volgen vogel. Behalve door hun unieke lange staart zijn ze ook nog eens heel luidruchtig. Niet te missen. Foto AvBH

In Engeland is onderzoek gedaan door staartmezen in het broedseizoen te vangen en te kleurringen. In de winter werden die gevolgd. Telkens kwamen dezelfde groepjes voorbij, die gemiddeld uit twee tot drie families bleken te bestaan. Die familiegroepjes werden aangevuld met mezen uit naburige groepen. Groepen die in elkaars buurt hun route volgen zijn meer verwant met elkaar dan met verder weg levende groepen. Ik zag gisteren een half uur na elkaar twee paartjes in de appelboom, terwijl in het water eronder de bruine kikkers begonnen te bewegen. Een mezenpaar zocht de dennenbomen bij de buren op. De andere leden van de clan gaan ergens anders op de route, die ze ’s winters dagelijks volgen, broeden. Voordeel is, dat ze hun toekomstige broedterritorium de hele winter hebben kunnen verkennen op de beschikbaarheid van voedsel voor de jongen straks en de gevaren van roofdieren.
 

staartmees

 

Het wetenschappelijke artikel waarop dit bericht deels gebaseerd is klik HIER. Een heel goed boek over mezen is het volgende: De vier seizoenen van de mezen door Jenny de Laet. In 2005 uitgegeven door VUBPRESS in Brussel.

 

Diepvriesvijg

 
Wilde Wijde Wereld ontving een nieuwjaarskaart waarop een mediterrane diepvriesvrucht met een grappig onderschrift. In de voorbije decennia veroverden veel mediterrane planten onze tuinen.

Nu slaat de winter terug.

Door klimaatverandering ingevroren vijgen op 22 december 2010. Foto: Emil Garvelink

Maar …. de dagen lengen en de natuur reageert als elk jaar. Het wordt straks lente. Na eerst nog meer sneeuw en ijs misschien. Ondanks de sneeuw en de vorst zong in de straat op tweede kerstdag een heggenmus

Heggenmus: 's zomers insecteneter, 's winters zaadeter. Foto AvBH

Kerstheggenmus

 

Voorloperkraai

 

Er was eens één soort kraai. Was deze voorloperkraai zwart of was hij bont? We weten het niet. Die kraai leefde lang geleden, nog voor de laatste ijstijd. Het ijs kwam van Zweden en Noorwegen uit het noorden en van de Alpen uit het zuiden. Europa raakte in de greep van de kou. De voorloperkraaien sloegen op de vlucht, weg van het ijs. Naar Italië, van de kou afgeschermd door de Alpen. Naar het zuidwesten, de Pyreneeën over, Spanje in om daar te overwinteren tot na de ijstijd. De voorlopers vluchten ook naar het zuidoosten, naar Irak en naar het Arabisch schiereiland. Tijdens die afzondering kon de natuur experimenteren. Tussen de vogels in de afzonderlijke gebieden ontstonden verschillen. In Spanje werd de kraai zwart, in Irak bontgekleurd.

Zwarte kraai uit Nederland. Foto: AvBH

Bonte kraai uit Slovenië. Foto: AvBH

En toen…. Toen draaide hun wereld weer terug, want tienduizend jaar geleden smolt het ijs. De inmiddels zwarte kraai, Corvus corone, en de bonte kraai, Corvus cornix, uit het oosten trokken achter de smeltende ijsrand aan. En toen het ijs weg was, zagen ze elkaar. Op de grens mengden ze met elkaar. Maar alleen daar. In Amsterdam zijn ze zwart gebleven en in Berlijn bont. Op ons Vlieland zaten tot twintig jaar terug van die mengkraaien. En nu nog op Helgoland.

Zwartbonte kraai op Helgoland vorige week. De buik is zwart als bij de zwarte, de borst licht als bij de bonte. Foto: Marcel van der Tol

Wat het gekras betreft is er geen verschil. Ze spreken nog dezelfde taal. Luister maar.
 

zwarte kraai zoetermeer