Spinnen en spinachtigen

Kogelspin in de groene bak

 

In groene afvalbakken kom je veel en mooie dieren tegen. Wanneer je de deksel optilt zie je huisjesslakken in alle leeftijden, vraatzuchtige naaktslakken, pissebedden, spinnen enz. Mijn oog viel op een klein licht gekleurd spinnetje van iets meer dan een halve centimeter, dat netjes op haar witte eiklompje bleef zitten. Met een spinnenboek kwam ik uit op de groepsnaam kogelspinnen en vervolgens op een vreemde soortnaam: gewoon tandkaakje, Enoplognatha ovata. De naam Tandkaakje slaat op de vorm van de monddelen, in spinnenland cheliceren genoemd. Het zijn de kaken, waarmee het voedsel wordt vastgehouden. Wanneer een spin bijt, maak je er kennis mee. Soms injecteren ze er gif mee.

Dit spinnetje komt in veel kleurvariaties voor, deze is wit, maar felrode achterlijven komen ook voor. Wel constant is het vlekkenpatroon en de dunne zwarte lijnen op het midden en langs de zijrand van het glanzende kopborststuk (bij spinnen is de kop vergroeid met de borst)

Het spinsel waarin de eieren zitten is lichtblauw. Bij verdere lezing zag ik, dat ze verwant zijn aan de giftige zwarte weduwen. Foto’s: AvBH

Souvenirtje

 
Terug vorige week van een kampeervakantie in Frankrijk wilde de vrouw van een collega de was doen en kwam bij het uitrollen van de handdoeken een drie centimeter lange schorpioen tegen. “Rob, Rob, kom gauw” riep zij. Loslaten van het dier is geen optie in ons land, want voor schorpioenen is het te koud hier. En zo kwam deze schorpioen in de collectie van het Museon terecht. Met literatuur die niet meer zo modern is, kwam ik uit op de soort Euscorpius carpathicus

Schorpioenen zijn verwant aan spinnen. Toen hun voorouders aan land gingen werden ze kleiner. Ze leven in de tropen en subtropen.

Schorpioenen waren er al 400 miljoen jaar geleden en zijn twee keer zo oud als de dinosaurussen. Toen waren het net als de dino’s gigantjes van soms wel een meter lang. Nu wordt de grootste schorpioen niet langer dan dertig centimeter.

Boeklongen, de naast elkaar geplaatste witte kammen aan de onderzijde, zijn ademhalingsorganen die nog sterk lijken op de uitwendige kieuwen van hun voorouders die honderden miljoenen jaar geleden in het water leefden.

Er zijn maar een paar schorpioenen die dodelijk zijn voor de mens. En dat zijn niet eens de grootste soorten. Veel steken hebben hetzelfde effect als de steek van een wesp. Toch maar beter van af blijven. Foto’s: AvBH

Springspinnen

 

Lang niet alle spinnen maken een web. Er zijn spinnen die hun prooi besluipen, erop springen, bijten en injecteren met gif. De prooi raakt verlamd of sterft snel, waarna de spin haar leegzuigt. Ze hebben acht ogen, waarvan er twee veel groter zijn en die ze gebruiken om afstanden te schatten. Opvallend is dat ze gemakkelijk veel grotere prooien dan zijzelf aankunnen. Spinnen hebben acht poten, insecten zes. Op de foto een mannetje, wat te zien is aan de verdikte tastorganen, de pedipalpen die op de boomsprinkhaan, Meconema sp., rusten. Deze organen spelen een rol bij de paring. Bij vrouwtjesspinnen zijn deze organen niet verdikt. Deze springspin, Marpissa muscosa, is een van de soorten die je de komende tijd op zonbeschenen raamkozijnen en lantaarnpalen kunt zien. Bij onraad verdwijnen ze in een gaatje.

De bijna één centimeter grote springspinman heeft een twee keer zo grote boomsprinkhaan te pakken. Foto: AvBH

Spin van het Jaar

De Europese Arachnologische Vereniging heeft de kruisspin uitgeroepen tot ‘internationale ‘spin van het jaar 2010. Terwijl ik dit schrijf kroelen er jonge kruisspinnen, Araneus spec., door mijn haar. In de tuin hangt een broednest van de kruisspin met honderden kleine, krioelende spinnetjes waar ik dwars doorheen liep. Volgens genoemde vereniging loopt het aantal kruisspinnen schrikbarend terug. Dit jaar gaan ze geteld worden in heel Europa, zodat we straks weten of dat klopt. De spin leidt een duurzaam leven: zijn oude web eet hij op. De eiwitten worden hergebruikt voor een nieuw web.

Zodra het web beroerd wordt, vluchten ze alle kanten op.

Het web

Kruisspinmoeder in het midden van haar web. Haar poten vangen de kleinste trilling van het web op. Zij weet precies wanneer het een prooi is en reageert bliksemsnel.

Een "near miss". Foto's: Arno van Berge Henegouwen

Trilspin in de wc

 

Trilspinnen, familie Pholcidae, maken een web om prooi mee te vangen. Ze worden heel vaak verward met hooiwagenspinnen, die geen web maken. Hooiwagens lopen rond en scharrelen op de grond naar voedsel. Trilspinnen kunnen hun web met zichzelf erin laten trillen. Het lijkt een verdediging tegen vijanden te zijn. Ze leven op warmere plaatsen in huis tegen plafonds en in kelders. Ze zijn ongevaarlijk voor ons; daarom laat ik ze altijd met rust. Ik heb dan ook maar zelden last van muggen…..

Trilspin, Pholcus cf phalangoides, in een hoek van de wc. foto: Arno van Berge Henegouwen