Spinnen en spinachtigen

Safety first: spinnen met koplampen

 

Springspinnen bouwen geen web, maar hebben wel spintepels. Ze springen en lopen even makkelijk over horizontale als verticale vlakken. Voordat ze springen plakken ze een spindraad op de ondergrond om veilig verankerd te zijn. Safety first. Wanneer ze springen zetten ze zich af met hun derde en vierde pootpaar. Het gaat niet mis, want altijd blijven ze als een bergbeklimmer verzekerd door hun safety-line, de spindraad. Springen doen ze niet zo goed als vlooien en sprinkhanen, maar ze komen toch ver genoeg om hun prooi te verrassen.
Aan beide zijkanten van de kop staat een paar ogen waarmee ze niet scherp kunnen zien. Die waarschuwen voor gevaar of voor de nabijheid van een prooi. Daarmee vergroten ze hun gezichtsveld aanzienlijk. Met de vier koplampogen zien ze een beeld met diepte van hun omgeving. Samen met de vier ogen aan de zijkanten van de kop leidt dit tot een uniek gezichtsvermogen in het dierenrijk.

 

Deze Bonte springspin, Evarcha falcata,  zag ik op De Hoge Veluwe.

Deze Bonte springspin, Evarcha falcata, zag ik op De Hoge Veluwe. Hij kijkt mij met belangstelling aan en ik zie mijzelf vier keer weerspiegeld.

Scherpstellen doen ze ongeveer zoals een microscoop of een verrekijker scherp stelt. Ze bewegen hun netvlies naar voor of naar achter. Of naar opzij, naar omhoog of omlaag, zodat ze ook zonder hun kop te draaien iets dat niet recht voor hen staat scherp kunnen zien. Wonderogen.

 

Het is een algemene soort die je bij mooi warm weer op droge plaatsen aan kunt treffen. Foto’s AvBH.

Het is een algemene soort die je bij mooi warm weer op droge plaatsen aan kunt treffen. Foto’s AvBH.

De warme muur: spinnen

 
In muurspleten vinden veel koudbloedige dieren onderdak tijdens de winter. Ze profiteren daarbij een klein beetje van de warmte die van binnen naar buiten uitstraalt. Tijdens strenge winters trekken ze het huis binnen. 

Over een paar weken verwisselt deze jager de muur voor de bodem om achter zijn prooien aan te gaan.

Zonnende wolfspinman, Pisaura amentata. Dat het een man is zie je aan de bokshandschoentjes waarmee het sperma wordt overgebracht tijdens de paring. Over een paar dagen verwisselt hij de muur voor de grond om achter zijn prooien aan te gaan.


 
Overdag komen nu spinnen uit de muur tevoorschijn om op te warmen in de lentezon. Opgewarmd zijn ze in staat om ‘s nachts op jacht te gaan.
 
Over een maandje verkassen de spinnen naar de struiken, paren en dragen dan hun pakketje met eieren rond.

Over een maandje verkassen de Grote wolfspinnen naar de struiken, paren daar en lopen met hun pakketje met eieren rond. Foto’s AvBH


 
Ondanks de koude staat deze huisspinman, Tegenaria sp. met 'gebalde' vuisten tegenover de fotograaf, op zoek naar prooi of een vrouw. Foto's AvBH

Ondanks de koude staat deze huisspinman, Tegenaria sp. met ‘gebalde’ vuisten tegenover de fotograaf, op zoek naar prooi of een vrouw. Foto’s AvBH


 

Strekpoot

 
Tot voor kort waren hooiwagens voor mij niet veel meer dan ‘bolletjes op stelten’. Het zijn spinachtigen met extreem lange poten en met twee ogen die bovenop de kop staan. Ik heb ze pas kort geleden echt ontdekt. Het komt door de macrofotografie waar ik me steeds meer mee bezig hou en door de uitstekende tabel uit 2009 voor de meer dan dertig uit ons land bekende hooiwagens van Hay Wijnhoven: De Nederlandse hooiwagens (Opiliones). Uitgave NEV, Naturalis en EIS-Nederland.

 

Hier is de typische houding te zien waaraan de strekpoot, Dicranopalpus ramosus, zijn naam dankt. Foto AvBH

Hier is de typische houding te zien waaraan de strekpoot zijn naam dankt. Dit is een mannetje wat te zien is aan de onbehaarde tasters. Vergelijk met de volgende foto. Foto AvBH

 

Hooiwagens zijn geduchte rovers die zich met hun lange en schijnbaar kwetsbare poten heel snel en behendig door struiken, bomen en door strooisel op de grond verplaatsen. Ze kunnen ook dagenlang roerloos op een blad of een muur zitten, wachtend op prooi. Soorten die in struiken en bomen leven hebben poten tot meer dan vijf centimeter lang. En dat is tien keer zo lang als hun lichaam. Op de grond levende soorten hebben kortere poten en zijn trager. Het aardige van hooiwagens is, dat de meeste soorten in het veld te herkennen zijn met een 8x vergrotende handloep.

 

Bij de vrouwtjes zijn de naar voren stekende tasters dikker en meer behaard. Foto AvBH

Bij de vrouwtjes zijn de naar voren stekende tasters dikker en meer behaard. Foto AvBH

 

De strekpoot, Dicranopalpus ramosus, heeft een lichaam dat ongeveer vijf millimeter lang is. Het is een soort die honderd jaar geleden voor het eerst werd ontdekt in Marokko. De voorbije eeuw heeft de soort zich snel over Europa verspreid en is nu overal in ons land te vinden. De naam strekpoot komt van het gestrekt houden van de poten in rusthouding, de wetenschappelijke naam ‘Dicranopalpus’ slaat op de tweetakkige tasters.

 

Ze worden vaak verward met trilspinnen, Pholcidae,  die je tegenwoordig veel in huis kunt vinden. Trilspinnen spinnen een web, hebben acht ogen en een lichaam dat uit twee delen bestaat. Foto AvBH

Ze worden vaak verward met trilspinnen, Pholcidae, die ook heel lange poten hebben. Foto AvBH

Trilspinnen spinnen een web, hebben acht ogen en een lichaam dat uit twee delen bestaat. Het zijn echte spinnen, die je tegenwoordig veel in huis kunt vinden. Zij maken de slordige webben tegen het plafond en in kasten. Ze worden heel vaak met hooiwagens verward.
 

Hooiwagen, Weberknecht, Harvestman

 

Nu het kouder wordt ‘s nachts is de tijd gekomen, dat spinnen en hooiwagens onze huizen binnenkomen op zoek naar een plekje voor de winter. Gisteravond zat er een hooiwagen op de muur in de gang en de eerste huisspinnen beginnen naar binnen te vluchten. Menig bewoner gaat opschrikken de komende tijd.

Opilio canestrinii

De oude wetenschappelijke naam voor de hooiwagens komt van het Italiaanse en Spaanse woord Opiliones wat schaapsherder betekent. En dat doen ze: op stelten lopen om hun schaapjes beter te kunnen tellen. Foto AvBH

Hooiwagens hebben in Europa de vreemdste namen gekregen: in Duitsland Weberknecht, Harvestman in Engeland, Daddy Longlegs in Amerika en Australië. In Frankrijk is de naam Faucheur in zwang en Segador in het Spaans en Portugees. De laatste twee namen betekenen maaimachine.

Opilio canestrinii

Kop en achterlijf zijn met elkaar vergroeid en de twee ogen staan op een verhoging op de rug. Op deze en vorige foto staat een rode hooiwagensoort, Opilio canestrinii. Foto AvBH

Het Engelse Harvestman, letterlijk oogstmannetje, en het Nederlandse hooiwagen slaat volgens sommigen op het feit, dat ze in de zomer geslachtsrijp zijn en veel in stoppelvelden worden gezien. Mij lijkt eerder, dat het slaat op de manier van vergaren van hooi door de boeren. Met lange rieken werd van alle kanten om de wagen het hooi bijeengetrokken en opgeladen. Ik stel me voor, dat die arbeid wat weg heeft van de manier waarop de hooiwagen met zijn lange poten beweegt. Maar ik geef toe, enige fantasie kan mij niet ontzegd worden. Het Duitse Weberknecht, weefknecht, kan ik niet verklaren. Hooiwagens hebben geen spinklieren en weven geen web. Wie de verklaring van het Duitse woord denkt te weten laat het horen.

 

En dan nog dit: Hooiwagens hebben geen spinklieren, maar wel een penis. De spinnenman spint wel, maar mist zijn penis. Hij brengt zijn zaad bij de vrouw in met een speciaal pootje vooraan de kop.

 

Mariticide

 

“Vrouw vermoordt echtgenoot.” Daar was Frans Jansen getuige van toen hij in de bloem van een witte roos het liefdesspel van twee kogelspinnen, Enoplognatha sp., had bekeken en gefotografeerd. Een dag na het samenzijn vond hij in hetzelfde web een uitgezogen lijkje.

Enoplognatha, kogelspin. Foto Frans Jansen

Het paar in het web. Links het mannetje met verdikte tasters waarin het sperma zit dat hij tijdens de paring bij het vrouwtje inbrengt. Foto Frans Jansen

 

Hoewel de foto niet 100% uitsluitsel geeft omtrent de geaardheid van het slachtoffer ga ik ervan uit, dat hier mariticide is gepleegd. De vrouw heeft haar man om zeep gebracht. In de mensenwereld komt het maar sporadisch voor. In de natuur vaker, maar ook hier blijft het uitzondering.

 

Een dag later vond Frans Jansen dit uitgezogen spinnenlijkje in dezelfde bloem als waar hij eerder het liefdesspel zag. Foto Frans Jansen

Een dag later vond Frans Jansen dit uitgezogen spinnenlijkje in dezelfde bloem als waar hij eerder het liefdesspel zag. Foto Frans Jansen

 

Iedereen kan nu getuige zijn van wat er in het web van deze soort gebeurt. Gewoon in de tuin. De spinnen zijn vrij klein, maar vallen op door hun kleur en tekening.

 

Met dank aan Frans Jansen die voor de foto’s zorgde.