Zoogdieren

Muis in huis

 
De gemeente heeft een maand terug het plantsoentje voor ons huis geschoond. Dat hield in, dat alle planten die er stonden zijn verwijderd. Er is gemest en er zijn nieuwe planten neergezet. We hebben dat al eerder meegemaakt. Deze ingreep zorgt ervoor, dat de muizen die in het plantsoen leven wegvluchten en in de huizen verzeild raken.

 
Apodemus-sp_bosmuis_IMG_1720_140314_800x600

 
Zo ook deze keer. Een van onze twee katten bracht eerder twee bosmuizen, Apodemus spec. mee naar huis. Een daarvan is direct opgegeten, maar de andere ontsnapte en vestigde zich in de keuken achter het aanrecht. Daar hoorden wij hem een paar weken scharrelen. De katten bleven er ‘s nachts voor op en posteerden zich bij de afwasmachine. Zo’n twee weken was er een patstelling. De muis liet zich niet vangen en de katten kregen hem niet te pakken. Tot gisteren. Plotseling was er veel kabaal, de siamees liep met een muis door het huis, liet hem los en begon het wrede spel dat steevast eindigt met een kleine maaltijd.

 

Muizen verdediogen zich zelfs tegen katten. Deze probeerde de kat in de lippen en de neus te bijten. sprong daar zelfs naartoe.

Muizen verdedigen zich tegen katten. Deze probeerde de kat in de lippen en de neus te bijten. En sprong daar zelfs naartoe.

 
Voor de muis liep het goed af. Nadat ik de foto’s maakte kon ik hem vangen en verderop in het plantsoen loslaten. En nu maar hopen, dat hij niet terugloopt naar ons huis waar ie al aardig gewend was.
 

Koude oorlog

 
Op het internet vond ik deze foto van een ijsbeergezin bij een onderzeeër. De koude oorlog in het noordpoolgebied loopt op zijn einde dacht ik bij het zien ervan.

 

1280px-Polar_bears_near_north_pole_US navy footageFoto “U.S. Navy”

 

De ijsbeer, Ursus arctos, is als soort nog heel jong. Zijn evolutiegeschiedenis hangt ten nauwste samen met het optreden van ijstijden. Ongeveer 600.000 jaar geleden splitste hij zich af van de kleinere bruine beer, niet van de Grizzlybeer. Uit DNA-vergelijking blijkt, dat zijn voorouder uit Europa komt. Van daaruit heeft de ijsbeer het hele poolgebied veroverd waar hij het enige grote roofdier is. Van zijn geboortegrond Europa is hij al lang verdwenen, want door de opwarming sinds de laatste ijstijd verdween daar het ijs. De ijsbeer is een toppredator, hij staat bovenaan de voedselketen, waardoor hij extra gevoelig is voor milieuvervuiling. Door de extreem koude leefomstandigheden moeten hij en ook zijn prooidieren veel reservevet in het lichaam opslaan. Hiermee slaat hij ook hoge concentraties PCB’s op, met alle gezondheidsgevolgen van dien. Bovendien verdwijnt door de versnelde opwarming van de aarde zijn leef- en jachtgebied, wat naar verwachting de soort binnen honderd jaar de das om zal doen. En daarmee verdwijnt een van de jongste zoogdieren sneller dan ooit een zoogdier deed. Een triest record.

 

Mijnwerkers in de tuin

 
Toen ik de vorige blog over de mijnwerker en zijn kanarie schreef vroeg ik me af hoe mollen, Talpa europaea, het uithouden in hun gangen. Onder en in het dunne mollenvachtje gaan unieke eigenschappen schuil. Mollenharen laten zich in alle richtingen strijken. Daardoor loopt een mol even gemakkelijk vooruit als achteruit door de nauwe gangen.

 

Mollen hebben een stierennek, sterke spieren vullen de ruimte tussen kop en schouders op. De piepkleine ogen zijn hier met moeite te zien als kleine speldenknoppen. De mollenneus is een uiterst gevoelig orgaan. Zo gevoelig, dat een mol die een tik op zijn neus krijgt sterft. Op kop en poten en staart zitten talloze tastharen.

Mollen hebben een stierennek, sterke spieren vullen de ruimte tussen kop en schouders op. De piepkleine ogen zijn hier met moeite te zien als kleine speldenknoppen. De mollenneus is een uiterst gevoelig orgaan. Zo gevoelig, dat een mol die een tik op zijn neus krijgt sterft. Op kop en poten en staart zitten talloze tastharen.

 

Mollen hebben voorpoten als kolenschoppen waarmee ze razendsnel gangen tot bijna twee meter diep graven. De palm van de poot heeft een voor iedere mol uniek patroon van groefjes.

Mollen hebben voorpoten als kolenschoppen waarmee ze razendsnel gangen tot bijna twee meter diep graven. De palm van de poot heeft een voor iedere mol uniek patroon van groefjes.

 

Een keer stond ik erbij, dat een mol een hoop aarde omhoog drukte. Het ging razendsnel. Om zoveel aarde naar boven te verplaatsen is veel kracht nodig. Foto's AvBH

Een keer stond ik erbij, dat een mol een hoop aarde omhoog drukte. Het ging razendsnel. Om zoveel aarde naar boven te verplaatsen is veel kracht nodig. Foto’s AvBH

De grootste kans om een mol te zien heb je in juni. Dan worden de jongen door hun moeders uit de gangen verjaagd. Bovengronds moeten ze maar zien ergens anders een gebiedje met onbewoonde gangen te vinden, want ze zijn nog niet sterk genoeg om zelf te graven. In die periode gaan er veel dood en dan zie je er soms een liggen. Foto’s AvBH

 

Van zijn stokje vallen

 

Toen ik een blog over de mol voorbereidde moest ik aan mijnwerkers denken die, net als mollen maar dan veel dieper, onder de grond werken. Waarom stikt een mol niet in zijn gang dacht ik? En hoe kan een mijnwerker overleven?

 

mijnwerker_kanarie

 

Diep onder de grond is het grootste gevaar mijngas. Je ruikt het niet en voordat je het weet ben je dood. De mijnwerkers van 100 jaar geleden hebben er wat op gevonden: ze namen een kanarie in een kooitje mee naar beneden en hingen die aan het plafond van de mijngang. Wanneer er mijngas, heel licht is het, vrijkomt uit de steenkool verzamelt zich dat tegen het plafond van de mijngang. Vogels ademen snel en wanneer de kanarie aan het plafond dood van zijn stokje valt weten de mijnwerkers dat ze naar boven moeten.

 

kanarie

 

Eerder vroeg ik me af waar de uitdrukking bij ons mensen: “van zijn stokje vallen” vandaan komt. Toen ik de foto van de kanarie in de mijn zag wist ik het. Het komt van de mijnwerkers.

En wie wil beleven hoe het was in een kolenmijn veertig jaar geleden, die kan terecht in Blegny in België. Daar is een oude mijn die nu een museum is. Met een echte mijnwerker daalden we af om over het leven onder de grond te leren. Ik vond het heel spannend vijfentwintig jaar geleden met onze kinderen. Maar of de gepensioneerde mijnwerker (met witte helm) die ons rondleidde nog leeft…..

 

Onze oudste dochter rechts vooraan.

 

Onze oudste dochter rechts vooraan met achter haar heur vader.

De volgende blog gaat over de mollen, mijnwerkers in de tuin.

 

Dode muizen

 

Ieder jaar kom ik in de maand augustus dode bosspitsmuizen, Sorex araneus, tegen. Op 3 augustus van dit jaar lagen er twee vlak bij elkaar naast een fietspad. En vandaag vier weken later lagen er op dezelfde plaats weer twee. Rond het huis worden het jaar rond door de kat spitsmuizen gevangen die netjes voor de deur worden achtergelaten. Ze eten ze vrijwel nooit op. Daarvoor stinken ze te erg. Ik geef de kat gelijk, hun lucht is ook voor ons nauwelijks te harden. Kleine stinkdiertjes met stinkkliertjes zijn het. Ik begrijp die katten wel. Ze hebben liever brokjes. Blijft over het spel met de vangst tot de dood er op volgt.

 

Bosspitsmuis, Sorex-araneus. Foto AvBH

De donkere rug is op de flank begrensd door een roodbruine band, waardoor de bruinzwarte rug goed afsteekt. Spitsmuizen hebben een spitse kop, de neus is verlengd in de vorm van een klein slurfje. Bij het bovenste dier is dat goed te zien. Foto AvBH

 

Spitsmuizen zijn zenuwlijders. Hun dag bestaat uit tien periodes van bijna anderhalf uur waarin ze niet rusten. Vraatzuchtig jagen ze op slakken, kevers, pissebeddden, spinnen en andere strooiseldieren. De voortplantingstijd loopt van maart tot augustus. In die tijd werpt het vrouwtje tot drie keer toe vijf of zes jongen. Terwijl ze het eerste kroost nog zoogt dient de volgende worp zich al aan. Na vier weken moeten de jongen het zelf zien te rooien. Daarbij proberen ze hun ouders te verdringen. En dat verklaart waarom juist in augustus en in september/oktober dan meer dode spitsmuizen – worden gevonden. Volwassen dieren die niet op deze manier aan hun einde komen worden maximaal een jaar en vier maanden oud.

 

Bosmuizen zijn voornamelijk planteneters. Ze leveren meer voedingsstoffen aan roofdieren. Foto AvBH

Bosmuizen zijn voornamelijk planteneters. Ze leveren meer voedingsstoffen aan roofdieren. Foto AvBH

 

Bosmuizen, Apodemus sylvaticus, hebben grote ronde oren, bij spitsmuizen zijn die klein en nauwelijks zichtbaar. Hun kop is relatief veel groter en de staart is langer en dunner dan bij spitsmuizen.

 

hyujui

Bosmuizen worden door katten wel opgegeten. Foto AvBH

 

In de uitstekende Veldgids Europese Zoogdieren is meer over hun leefwijze en die van andere soorten te vinden.