Stad

Stedelijke natuur

Verongelukte ijsvogel

 

In de herfst krijg ik nogal eens vogels gemeld die zich doodvliegen tegen een ruit. Het zijn bijna altijd ‘s nachts trekkende soorten die dit overkomt. Overdag gebeurt het ook, dan zijn het vooral sperwers die zich tijdens een achtervolging van een prooi over heggen en schuttingen tegen een ruit te pletter vliegen. In de meeste gevallen zie ik dan jonge onervaren vogels als slachtoffer van zo’n botsing. Je maakt ook mee, dat ze voor dood onder de ruit liggen en na een poosje toch weer wegvliegen. Is hun nek gebroken, dan is het einde verhaal. De eerste melding van dit jaar kwam uit Brielle waar een ijsvogel een vroegtijdig einde vond tegen een ruit.

 

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevolgen. Foto Hans Beers

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevlogen. Foto Hans Beers

IJsvogels, Alcedo atthis, zijn op dit moment heel algemeen. Ze worden vaak gezien. Waar ik woon hoef ik maar even het park in te gaan en hups, er vliegen er een paar voorbij. Meestal verraden ze zich door hun harde roep.
 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Deze ijsvogel is in de rui. Toch kan hij nog broeden. Er zijn jaren, dat vier keer gebroed wordt. (foto AvBH)
 

Stadsmeeuwen

 

Mijn vriend Ruud Hisgen schreef eerder in zijn blog Word of the Day een gedicht over de Haagse zilvermeeuwen.OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

De zilvermeeuw

 

Sinds Reinaert al haar kuikens vrat
en eieren roofde in het duin,
voedt zij haar kroost op in de stad
en broedt platdak op grind en puin.

 

Uit haar zandig paradijs
vol zeebanket verdreven,
moet zij vogelvrij en wereldwijs
van ranzig afval leven.

 

De zee kan zij nu wel vergeten:
vissen is voortaan taboe.
“Verandering van spijs doet vreten,”
bijt kokmeeuw haar venijnig toe.

 

 

Ook dit jaar zullen veel inwoners van Den Haag zich weer ergeren aan de meeuwen in de stad. Zolang er niet genoeg afsluitbare vuilcontainers zijn zullen er vuilniszakken aan de straat gezet blijven worden. De oorzaak van de toename van het aantal meeuwen in de stad moet langer geleden gezocht worden. Voordat de visserij voor onze kust fabrieksmatige vormen aannam was het aantal meeuwen klein. Toen de open vuilnisbelten kwamen was een eerste toename van het aantal meeuwen merkbaar. Broeden deden ze toen nog in de duinen en heel vroeger op het strand: zilvermeeuwen, stormmeeuwen en kokmeeuwen. Toen de vos kwam verdween eerst de kleinere en kwetsbaarder kokmeeuw. Die trokken niet naar de stad, maar gingen naar kolonies in het binnenland. De zilvermeeuw, Larus argentatus, was de volgende op het menu van de vos. Zij weken uit naar de stad om daar op daken veilig te broeden. De derde soort, de stormmeeuw, overleefde de komst van de vos. Bovenop dicht en stekelig struikgewas legden zij voortaan hun eieren. Daar konden de vossen niet bij.
 
Op Ruuds blog ‘Word of the Day‘die hij ooit begonnen is om expats onze taal te leren zijn behalve allerlei leuke weetjes over de Hofstad ook Haagsuh Meeuwen te vinden.
 

Tuinvogeltelling 2014


Zaterdag heb ik meegedaan aan de Nationale Tuinvogeltelling, georganiseerd door Vogelbescherming. In het midden van de huiskamer had ik overzicht op zowel voor- als achtertuin.  Van de organisatie kreeg ik het volgende bericht terug.

 

achtertuin

voortuin

Geachte heer van berge henegouwen,  Hartelijk dank voor uw deelname aan de Nationale Tuinvogeltelling 2014! Samen met duizenden anderen heeft u meegedaan aan belangrijk onderzoek naar de tuinvogelstand in Nederland.

Dit is uw persoonlijke Tuinvogeltelling

Ekster 2
Houtduif 1
Kauw 10
Koolmees 2
Merel 5
Pimpelmees 2
Roodborst 1
Turkse tortel 2
Vink 5
Winterkoning 1

De voortuin trekt meer vogels. Het zijn deze winter vooral vinken die op de havermout afkomen. Het roodborstje kruipt op de voederplank en de mezen halen pinda’s uit de zakjes die in de conifeer hangen. Die conifeer beneemt ons al zo lang wij hier wonen het uitzicht op de straat. Maar we krijgen er veel voor terug. Zo ook gisteren tijdens mijn telling. Omhoog kijkend ontdekte ik bovenin de boom een nieuwsgierig oog. Met een scheve pupil keek de houtduif mij aan. Zij zat op wat bij houtduiven een nest genoemd mag worden. Een losse hoop takjes op een vork. Nadat ik foto’s had gemaakt begon zij te koeren en toen ik een paar uur later terug kwam zat zij er nog.

Koerend op het nest trok de houtduif tijdens de tuinvogeltelling mijn aandacht. Het nest is slordig en dun, dat je goed kan zien, dat er geen eieren in liggen. foto AvBH

Koerend op het nest trok de houtduif tijdens de tuinvogeltelling mijn aandacht. Het nest is slordig en dun. Je kunt goed zien, dat er geen eieren in liggen. foto AvBH

De achtertuin is voor meer dan driekwart betegeld. In het midden staat een eenzame appelboom waarop een paar maretakken, Viscum album, het al jaren goed doen. Tegen de garage groeit de druif. De meeste druiven gaan naar de vogels. De lijsterbes is in december omgevallen. Op de garages naast ons huis staat vaak water. De afvoer is gebrekkig en dat trekt grote gele kwikstaarten, Motacilla cinerea, aan die leven van rode muggenlarven. In de vijver van drie bij anderhalve meter zitten in de winter bruine kikkers, Rana temporaria. En dát ontgaat de blauwe reiger niet. Hij trekt er meer dan een uur voor uit om één kikker te pakken. Loerend op de garagerand wacht hij tot er wat beweging in het water is. Dan daalt hij af in de tuin. Dat is niet zonder risico, want zijn vluchtmogelijkheid is door de schutting, de appelboom en de garagemuur beperkt. Maar nood breekt wet. Roerloos, en soms met een poot vooruit bewegend komt de snavel steeds dichter bij het water. Het werk wordt voltooid op de garage waar een wasritueel volgt voordat de kikker omhoog wordt geworpen en ingeslikt. Maar dit jaar is het anders, de reiger is niet gekomen en de kwikstaart heb ik maar een paar keer gezien. De milde winter geeft aan, dat mijn tuinvogels nog voldoende voedsel kunnen vinden buiten het dorp en in de parken.

Onvolwassen Grote gele kwikstaart op de garages. Foto AvBH

Onvolwassen Grote gele kwikstaart op de garages. Foto AvBH

Onze dakreiger een paar jaar geleden op de rand van de garage. Foto AvBH

Onze dakreiger een paar jaar geleden op de rand van de garage. Foto AvBH

 

KoosTeddy

De katten Koos en Teddy zijn mede verantwoordelijk voor mijn tuinvogeltelling.

 

Hooiwagen, Weberknecht, Harvestman

 

Nu het kouder wordt ‘s nachts is de tijd gekomen, dat spinnen en hooiwagens onze huizen binnenkomen op zoek naar een plekje voor de winter. Gisteravond zat er een hooiwagen op de muur in de gang en de eerste huisspinnen beginnen naar binnen te vluchten. Menig bewoner gaat opschrikken de komende tijd.

Opilio canestrinii

De oude wetenschappelijke naam voor de hooiwagens komt van het Italiaanse en Spaanse woord Opiliones wat schaapsherder betekent. En dat doen ze: op stelten lopen om hun schaapjes beter te kunnen tellen. Foto AvBH

Hooiwagens hebben in Europa de vreemdste namen gekregen: in Duitsland Weberknecht, Harvestman in Engeland, Daddy Longlegs in Amerika en Australië. In Frankrijk is de naam Faucheur in zwang en Segador in het Spaans en Portugees. De laatste twee namen betekenen maaimachine.

Opilio canestrinii

Kop en achterlijf zijn met elkaar vergroeid en de twee ogen staan op een verhoging op de rug. Op deze en vorige foto staat een rode hooiwagensoort, Opilio canestrinii. Foto AvBH

Het Engelse Harvestman, letterlijk oogstmannetje, en het Nederlandse hooiwagen slaat volgens sommigen op het feit, dat ze in de zomer geslachtsrijp zijn en veel in stoppelvelden worden gezien. Mij lijkt eerder, dat het slaat op de manier van vergaren van hooi door de boeren. Met lange rieken werd van alle kanten om de wagen het hooi bijeengetrokken en opgeladen. Ik stel me voor, dat die arbeid wat weg heeft van de manier waarop de hooiwagen met zijn lange poten beweegt. Maar ik geef toe, enige fantasie kan mij niet ontzegd worden. Het Duitse Weberknecht, weefknecht, kan ik niet verklaren. Hooiwagens hebben geen spinklieren en weven geen web. Wie de verklaring van het Duitse woord denkt te weten laat het horen.

 

En dan nog dit: Hooiwagens hebben geen spinklieren, maar wel een penis. De spinnenman spint wel, maar mist zijn penis. Hij brengt zijn zaad bij de vrouw in met een speciaal pootje vooraan de kop.

 

Merels weten van geen ophouden

 

De tuinmerel heeft het opnieuw geprobeerd. En met succes. Er zit nu – eind augustus – een uitgevlogen jonge merel in de appelboom te bedelen om voedsel. Moeder en vader merel struinen alle struiken in de tuin af om met wormen, duizendpoten, hooiwagens, spinnen, kevers, pissebedden enz. de bedelroep stil te krijgen. Vergeefs natuurlijk, want onstilbaar is de honger van de jongeling.

 

Jonge merel vanavond in de appelboom. Foto AvBH

Jonge merel vanavond in de appelboom. Foto AvBH

 

Onze katten moeten het bezuren. Vorige week kwam er een met een zus of broertje van deze merel thuis. Sinds een paar dagen heeft de meest moordlustige huisarrest. De ander, onze halfbloedsiamees taalt er niet om. Tot het donker is klinkt de bedelroep en voeren de ouders. Persoonlijk heb ik nog niet eerder zo’n laat broedgeval meegemaakt.

 

Jonge meerkoeten in het oude dorp van Zoetermeer. Foto AvBH

Jonge meerkoeten eerder dit jaar in het oude dorp van Zoetermeer. Foto AvBH

 

De merel is niet de enige vogel die nu nog jongen heeft. Vorige week zag ik nog opvallend veel nesten van meerkoeten waarin jongen van ongeveer tien dagen oud zaten. De lente leeft op voor een aantal soorten. Futen, houtduiven, Turkse tortels en huisduiven doen hier ook aan mee.

 

Ik vergeet bijna de winterkoning die in de carport van de buren vorige week nog jongen had zitten. Reageerde zeer alert op kat en mens. Foto AvBH

Ik vergeet bijna de winterkoning die in de carport van de buren vorige week nog jongen had zitten. Reageerde zeer alert op kat en mens. Foto AvBH