Museon Collecties

Toont voorbeelden uit de collectie van het Museon

Coelacanth, levend fossiel

 

ICHTHYOLOGIE

 

Er is in zee een coelacanth gevonden,
de missing link tussen twee vissen in.
De vinder weende van verwondering.
Onder zijn ogen lag voor ’t eerst verbonden

 

de eeuwen onderbroken schakeling.
En allen die om deze vis heenstonden
voelden zich op dat ogenblik verslonden
door de miljoenen jaren achter hen.

 

Rangorde tussen mens en hagedis
en van de hagedis diep in de stof,
verder dan onze instrumenten reiken.

 

Bij dit besef mogen wij doen alsof
de reeks naar boven toe hetzelfde is
en kunnen zo bij God op tafel kijken.

 

Gerrit Achterberg
In: Cenotaaf, 1953

 

 

Soms glipt een uitgestorven gewaande soort door de mazen van de tijd. Dat deed een vis, de Coelacanth, Latimeria chalumnae. Hij werd springlevend teruggevonden in de Indische Oceaan bij Zuid-Afrika terwijl we dachten dat de groep, waartoe hij behoorde, 80 miljoen jaar geleden was verdwenen. We spreken in zo’n geval van een levend fossiel.

 

De Coelacanth was lange tijd alleen bekend als fossiel. Het afgietsel in de collectie van het Museon (163636) is gemaakt van een vis op alcohol die in het museum in Luik ligt. Foto: Museon

 

Was het eerst alleen Zuid-Afrika waar deze vis levend werd teruggevonden, ze blijken ook bij de Comoren voort te leven. Zestig jaar na de eerste vangst werd voor de kust van het Indonesische eiland Sulawesi ook een Coelacanth aangetroffen op een vismarkt.

Dat deze vis niet zo “modern” is komt o.a. tot uiting in de zwemwijze en de beweging van de vinnen die heel anders is dan bij tegenwoordige beenvissen.” Kijk maar naar het filmpje.

 

 

De ontdekking van de Coelacanth met zijn onafhankelijk van elkaar bewegende vinnen op steeltjes waarin verschillende botjes zitten, leidde tot de veronderstelling dat deze vissen de voorouder zouden zijn van de eerste landdieren. Later is dit idee weer verlaten en nu houden onderzoekers het erop, dat een verwante groep vissen, Panderichthys, die 380 miljoen jaar geleden leefde, daar eerder aanspraak op kan maken. Coelacanth betekent letterlijk holle stekel naar de holle stekels van de eerste rugvin, een uniek kenmerk. Onze vis is de enige overlevende van zijn groep die 100 tot 200 miljoen jaar geleden uit veel meer soorten heeft bestaan.

 

Dodelijke slang

Bungarus candidus

De dodelijke slang van Java: Bungarus candidus (Linnaeus, 1758), Maleise krait. Foto: Wikimedia Commons

Bericht uit het  “Dagblad van Zuidholland en ‘s-Gravenhage” van donderdag, 14 Februarij. No. 38. 1861: Onder de kop Kolonien staat het volgende relaas:

 

“Twee heeren officieren vonden op hunne wandeling eene slang en nadat dezelve bijna doodgeslagen was, gaven zij die aan de heer van Lammeren, officier van gezondheid 3de klasse, alhier in garnizoen, die een vrij aanzienlijke collectie hiervan bezittende, ook deze daaraan willen toevoegen.
Het dier slechts bijna dood zijnde, kwam langzamerhand weder bij en werd nu een voorwerp van meerdere beschouwing.
De heer van Lammeren had de onvoorzigtigheid het dier spelende te tergen en werd door hetzelve in de hand gebeten, waarop men hem den raad gaf, naar spoedige hulp uit te zien, doch deze vertrouwende, dat eene uitzuiging van de wond voldoende was, oordeelde dit overbodig.
Zeer spoedig daarna openbaarden zich de hevigste vergiftigingsverschijnselen met mondklem, in den dood eindigende, vier uren nadat de beet was toegebragt.
De heer van Lammeren had eene groote voorliefde voor zijne slangencollectie en bezat daarvan ook eene groote verzameling op liquor en een acht à tiental levend in een kist, waarmede hij voortdurend aardigheden vertoonde, niettegenstaande door zijne kameraden op het gevaar daarvan was gewezen.
De slang, welke hem de doodende wond toebragt, was eene oeler welang, en wordt nu in leven gehouden, ten einde daarmede op dieren proeven te nemen aangaande de uitwerkselen van den zoo befaamden Rhinoceroshoorn.
Volgens zeggen, zijn hier proeven genomen met de slang, die den heer v. L. den doodelijken beet heeft toegebragt. Een hond werd in eene kist, waarin zich de slang bevond, gedaan; daar de slang echter niet door den hond werd aangevallen en ook niet getergd werd, zoo heeft zij den hond ook niet gebeten. Des anderendaags heeft men een kip erbij gebragt; de slang getergd en door de kip gepikt wordende, bragt haar al spoedig een beet toe, met dat gevolg, dat een en een halve minuut daarna de kip reeds dood was. Hieruit kan men zich een denkbeeld vormen van de spoedige en verschrikkelijke uitwerking van dat venijn. Deze soort slangen Oeler Wellang staat ook bij den Inlander als Radja darie Oeler, zijnde bij hen geen middel bekend tegen den beet dier slang, die altijd doodelijk zou zijn.”

99761a 99761d

In de collectie van het Museon vonden we deze pot. De dood van de heer van Lammeren door de beet van deze slang staat op het etiket op de pot. Het bericht in de krant over dit voorval waaruit wij veel meer informatie kregen is pas kort geleden door ons gevonden (met dank aan collega Frits van Rhijn, afdeling Collecties van het Museon). Het geeft de slang, een Maleise Krait, Bungarus candidus, een bijzondere lading.
 

Antonie van Leeuwenhoek en de Hydra

 

Onlangs ben ik het ijskoude water van de tuinvijver ingedoken. Op zoek naar watervlooien , maar Hydra, Chlorophyta viridissima, gevonden, een zoetwateranemoon. Ooit, in 1702, verzameld in een Delfts water en getekend en beschreven door Antonie van Leeuwenhoek en per brief naar de Royal Society in Londen gestuurd. Antonie had alles goed gezien. Hij dacht, dat de Hydra een plant was, want ze snoerden knoppen af net als planten die je kunt scheuren en stekken.

 

Van Leeuwenhoeks eerste tekening van een Hydra

Van Leeuwenhoeks eerste tekening van een Hydra.

J.Verkolje Sr. portretteerde van Leeuwenhoek in 1686. Origineel in Rijksmuseum Boerhaave, Leiden

J.Verkolje Sr. portretteerde van Leeuwenhoek in 1686. Origineel in Rijksmuseum Boerhaave, Leiden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op van Leeuwenhoeks tekening van een Hydra hierboven zijn B en C de knoppen van nieuwe individuen die zich later afsnoeren.  Samen met de groene kleur van deze Hydrasoort (er zijn ook grijze) was dat voldoende om hem te doen denken, dat Hydra’s planten waren.

 

 

 

 

 

Drie gestrekte Hydra’s waarbij de steel en de tentakels goed te zien zijn. Het onderste exemplaar laat op een donker stukje zien, dat daar een nieuw poliepje gaat groeien. Foto AvBH

 

In 1740 ontdekte de Zwitser Abraham Trembley op het landgoed Sorghvliet (nu het Catshuis) tussen de waterkevers die hij in de vijvers ving en in een glazen pot voor het raam zette, kleine groene steeltjes op planten. Aan hun eind zag hij bewegende draadjes, de tentakels. Schudde hij het aquarium, dan trokken ze zich tijdelijk samen. Hij hield het voor een plant omdat ze groen waren totdat hij zag, dat ze watervlooien vingen met hun tentakels. Zijn twijfel nam toe, was het plant of dier. Toen hij zag, dat het wezen zich kon verplaatsen wist hij het zeker: Hydra’s zijn dieren!

Hydra animatie

Hydra’s zijn zeer beweeglijk, ze kunnen zich ook door het aquarium verplaatsen. Hydra’s zijn groene dieren, geen wieren!

 

Voor ieder onderwerp maakte van Leeuwenhoek een nieuw microscoopje en sleep hij een nieuwe lens. Hij schonk een twintigtal zilveren microscopen aan de Royal Society in Londen. Maar heel jammer, die zijn verdwenen….

 

In de Museoncollectie hebben we een namaak microscoopje voor educatieve doeleinden:

Met zelfgeslepen lensjes van gesmolten glas zag Antonie meer dan ik met mijn Canon! Foto Museon

 

Zelf een Van Leeuwenhoek microscoop maken en veel geld voor een moderne microscoop besparen? Zie hier.

 

Ter ere van Anthonie van Leeuwenhoek organiseert de Royal Society of London sinds 1950 elke drie jaar een lezing: “The Leeuwenhoek Lecture”.

 

De Reuzenalk en zijn ei

 

 
 

 

 

Het linker ei waarvan de spitse top ontbreekt draagt de naam Pimperne egg. Het wordt bewaard in de collectie van het University Museum of Zoology in Cambridge. Dit ei van de uitgestorven Reuzenalk, Alca impennis, stond model voor het door preparateur Bisseling van het Museum voor het Onderwijs gemaakte ei rechts dat onder nummer 163681 in de collectie van het Museon zit.

 

Tegen de tijd dat de reuzenalk bijna was uitgestorven (in 1844), haastten eierverzamelaars zich om hun collecties aan te vullen. Dominee Walker die op bezoek was bij Philip Hill in Pimperne herkende het ei, dat onbeschermd op de schoorsteenmantel lag, als mogelijk van een Reuzenalk. Op zijn vraag waarom het daar zo lag, kreeg hij als antwoord, dat een kapot ei geen waarde meer heeft. Het ei werd voor 50 Engelse Pond verkocht en kwam later in de collectie van het Zoölogisch museum in Cambridge. Onderzoek onder de eerste eigenaar leverde geen informatie over de plaats waar het ei ooit was gelegd. Het door onze preparateur Bisseling gemaakte ei is samen met een reconstructie van de volwassen alk – ook van Bisseling –  te zien in de vaste tentoonstelling op de eerste etage van het Museon.

Reconstructie van de Reuzenalk Museonnr 47702 en het Pimperne ei nr 163681 door G.A.L.Bisseling.

Wie in ons land een echte Reuzenalk wil zien moet naar Naturalis in Leiden waar een opgezette Reuzenalk en een ei worden bewaard.

 

 

Merel en lijster

 

In de museumcollectie zitten niet alleen opgezette vogels. De preparateurs Bisseling en van Assen waren ook meesters in het illustreren voor populaire en wetenschappelijke tijdschriften. Ik schreef daar al eerder over. Hieronder een tekening van een merelvrouwtje van Bisseling en een recente natuurfoto van mijzelf.

Het museum bezit meer originele illustraties van Bisseling. Museumnummer 220005

 

Dhr. G.A.L. Bisseling (1901-1977) was van 1937 tot 1967 preparateur en conservator van het Museum voor het Onderwijs te s-Gravenhage.

Merelvrouw gezien in 2007. Foto AvBH

Op de tekening en de foto is heel gedetailleerd de streping onder het oog en onder de snavel te zien. Dit zorgt wat betreft de merelvrouwen nogal eens voor verwarring met de zanglijster. De oude naam is zwarte lijster, maar dat gaat alleen op voor de merelman. De vrouw moet het doen met lijster.