Wildlife Photographer of the Year

Fototentoonstellingen in hun laatste week

 
Wie nog wil genieten van mooie natuurfoto’s kan nog tot en met a.s. zondag 6 maart terecht in het Museon. Op de begane grond staat nog de Wildlife Photographer of the Year 2010 en op de 1e etage de WNF-Ranger Photo Award 2010.

Alma Mandigers won met deze giraffen de eerste prijs in de WNF-Ranger Photo Award.

 

De algemeen winnaar van de Wildlife Photographer of the Year, de Hongaarse fotograaf Bence Máté, maakte deze foto van bladsnijdermieren in het oerwoud van Midden-Amerika.

Wildlife Photographer of the Year 2010 in het Museon

Deze foto kreeg een speciale onderscheiding in de categorie Dierportretten bij de Wildlife Photographer of the Year competitie die georganiseerd wordt door het Natural History Museum in Londen. Foto: Thomas P. Peschak

Reuzenlandschildpadden waren vroeger op eilanden over de wereld verspreid. Nu vinden we ze alleen nog op de Galapagoseilanden ten westen van Zuid-Amerika en op de Seychellen ten oosten van Afrika. De Seychellenschildpad onderscheidt zich door het extra nekschildje in het midden boven de kop. Bij alle Galapagoslandschildpadden ontbreekt dit schild.

Seychellenlandschildpad in de collectie van het Museon met het extra nekschildje in het midden. Foto: AvBH

Galapagoslandschildpad in de collectie van het Museon. Foto: AvBH

Wildlife Photographer of the Year 2010 in het Museon

Deze foto kreeg een speciale onderscheiding in de categorie Dierportretten bij de Wildlife Photographer of the Year competitie die georganiseerd wordt door het Natural History Museum in Londen. Foto: Juan Jesus Gonzalez Ahumada

Voor oliekevers, Meloe proscarabaeus,  pas ik altijd een beetje op. Ze scheiden een stof af die bij aanraking blaren veroorzaakt. De volwassen kevers zijn bloembezoekers die blad eten.  Ze hebben een ingewikkelde voortplanting. Er worden ruim duizend eitjes in de grond gelegd. De larven moeten vervolgens een bij zien te vinden. Ze kruipen naar een bloem en wachten totdat een solitair levende bij de bloem bezoekt. Ze klampen zich vast aan de bij en komen in haar nest terecht. De bij legt één ei, verlaat het nest en de keverlarve eet vervolgens het ei op en vervolgens leeft zij van de honing. Aan het einde van de zomer vervelt en verpopt de larve om pas het volgende voorjaar als volwassen oliekever het bijennest te verlaten. Deze ingewikkelde levenswijze brengt risico’s mee, want als het de bijen minder goed gaat, doen de kevers het ook slechter.