Insecten

Oorwormen, stinkdieren onder de insecten

 
Middeleeuwers geloofden heilig dat oorwormen, Dermaptera, het trommelvlies doorboorden en in de hersenen kropen. Dat bijgeloof heeft zich over heel Europa verspreid, want in de meeste Europese talen hebben deze insecten dezelfde naam: Ohrwurm, Earwig (letterlijk oorwaggelaar wat slaat op hun soms wiebelende beweging), Perce-oreille (oorboorder). Hun naam ontlenen zij aan het gedrag dat ze vertonen bij verstoring. Dan trekken zij zich terug in een holletje, volgens de mythe onze oren.

 

Oorwormen zijn vooral planteneters, de vlieg op de foto heeft niets te duchten. Foto AvBH

Oorwormen zijn vooral planteneters, de vlieg op de foto heeft niets te duchten. Foto AvBH

Andere eigenschappen van oorwormen versterken dit negatieve beeld. De dieren zien er gevaarlijk uit met de twee tangen waarmee ze kunnen knijpen. Wie een oorworm oppakt voelt het knijpen zonder dat de huid wordt doorboord. Ze spuiten dan een onaangename geurstof, Benzochinon, tot wel 10 cm ver om zich te verdedigen. Je handen stinken een half uur later nog.

 

Vrouwtje van de gewone oorworm met haar kroost in het nest. Photo-by-Tom-Oates-2010.

Vrouwtje van de gewone oorworm met haar kroost in het nest. Photo-by-Tom-Oates-2010.

Moeder oorworm doet aan broedzorg. In haar holletje legt ze 20 tot 50 eieren die worden bewaakt en schoongehouden. Twee weken lang brengt zij voedsel naar de jongen. In deze periode eet ze zelf niet en verzwakt ze steeds meer. Op het laatst slaat haar zorgzaamheid om in kannibalisme en begint ze haar kinderen op te eten. Omgekeerd beginnen zij aan hun moeder te knagen. Moeder sterft, ongeveer 18 maanden oud.

 

Vrouwtje van de gewone oorworm, Forficula auricularia. Foto AvBH

Vrouwtje van de gewone oorworm, Forficula auricularia, dreigend met naar voren opgestoken tangen. Op de rug zijn de uitgangen van de vier stinkklieren goed zichtbaar. Foto AvBH


 

Seks overslaan

 

Bladluizen zijn meestal ongevleugeld. En bij hun voortplanting hartje zomer slaan ze de seks wel eens over. Moeders legt dan geen eieren, maar baart dochters die het kunstje herhalen. Alle dochters van een moeder zijn genetisch identiek. We spreken van een kloon. Zie hier de ingrediënten voor een insectenplaag.

Bladluismoeders met nakomelingen. Foto AvBH

Bladluismoeders met nakomelingen. Foto AvBH

 

Bladluizen steken hun snuit in een plant en zuigen water op. Hun darmen halen de meeste suiker en eiwit eruit en het water wordt weer uitgescheiden. In mijn jeugd fietste ik dagelijks in de zomer over het Rapenburg in Leiden van school naar huis. Op warme middagen motregende het zoetsmakende bladluispoep van de lindes langs de gracht.

 

Bladluizen klaar om naar een nieuwe waardplant te vertrekken. Foto AvBH

Bladluizen klaar om naar een nieuwe waardplant te vertrekken. Foto AvBH

Lieveheersbeestjes, gaasvliegen, zweefvliegen, parasitaire wespen, schimmels, zij kunnen zo’n plaag indammen. Maar soms kunnen zij het niet aan. Dan komen de bladluizen zelf in actie. Ze baren nakomelingen met vleugels. Die vliegen naar nog lege planten. Als dan nog steeds de plaag op de plant niet voorbij is, beginnen de jonge bladluizen elkaar op te eten.

 

bladluizen in spinnenweb

 

Spinnen profiteren van de massale vlucht van bladluizen in de zomer.

 

Het venijn zit in de kop

 

Ik werd een paar weken terug op een warme nazomerdag gestoken door een daas, Haematopota cf pluvialis. Ongemerkt gaan ze op je zitten en weten snel een ader onder de huid te vinden. Een venijnig prikje waarschuwt je terwijl de vlieg razendsnel haar werk doet. Zij is zo druk in de weer met het opzuigen van je bloed, dat ze sloom wordt. Dan kun je slaan. Dazen steken met hun kaken die vergroeid zijn tot een steeksnuit. Ze leggen hun eieren op vochtige plaatsen zoals modderige oevers van sloten.

Daas op zoek naar een geschikt bloedvat in mijn hand. Even later zou ik opschrikken door een venijnig steekje. Foto AvBH

Daas poseert op mijn hand. Voor een beetje foto moet je soms wel afzien. Even later zou ik opschrikken door een venijnig steekje. Foto AvBH

 

Dazen worden heel vaak horzels genoemd. Dat klopt niet, want horzels steken niet. Toch kunnen horzels wel degelijk schadelijk zijn. Bij schapen leggen ze eieren in het neusgat en bij koeien op de vacht. De eitjes komen snel uit, veroorzaken jeuk en worden opgelikt. In het lichaam van hun gastheer brengen zij hun jeugd door. Het volgende voorjaar niest de gastheer de jongvolwassenen horzels uit of ze vreten zich door de huid naar buiten. Horzels zijn zeldzamer dan dazen. Paarden en koeien zijn banger voor hen dan voor dazen.

 

Hommelhotel

 

Het vorige bericht gaat over de sterfte van aardhommelkoninginnen waarschijnlijk veroorzaakt door mijten. Donderdag 15 augustus kwam de buurman vertellen, dat bij hem voor de deur vijf hommels lagen. Vier leefden nog, maar bewogen nauwelijks. Het bleek om koninginnen van een andere soort te gaan: de steenhommel, Bombus lapidarius.

 

Steenhommel Bombus lapidarius koningin

Hotel voor een nacht. De kleur van de haren op de achterpoten is zwart en dan is het de steenhommel. Ze zijn ruim 3 cm lang en op het rode achterlijf na zijn ze zwart: dan zijn het koninginnen. Foto AvBH

 

Ik stond voor een raadsel, dat zich langzaam liet oplossen. Het regende die dag en de temperatuur was niet hoog. Ik raapte de verkleumde hommels op en nam ze mee naar huis. Na de met mijten overdekte hommel van een paar dagen geleden wilde ik weten waarom ze in slechte conditie verkeren. Ik las, dat onder bloeiende zilverlindes veel dode hommels worden gevonden. In mijn woonplaats ben ik een paar zilverlindes langs gegaan om te kijken of er dode hommels onder zouden liggen. Nergens was wat te zien. Geen enkele linde droeg bloemen. Ondertussen waren bij mij thuis de vier koninginnen opgewarmd. Ik besloot te wachten tot vrijdag en ze dan los te laten in de warme ochtendzon. Een voor een zette ik ze op een blad. Na een paar seconden werden ze actief, bromden wat en stegen op. Steeds grotere rondjes draaiend vlogen ze weg.

 

Bombus-lapidarius_IMG_6892_130816_1280x960

Een kwam terug op de bloemen van de guldenroede. De lange tong gulzig in de vele bloemen stekend sloeg zij nectar op. Na een klein kwartier vloog ze met volle tank weg met alleen nog een paring voor de boeg om dan bevrucht de grond in te gaan voor de overwintering. Foto AvBH

Het verschijnen in de tuin van een nieuwe generatie kleine mannetjes en een week daarna veel grotere koninginnen is een teken dat het nest waarin ze zijn opgegroeid op zijn eind loopt. De voornaamste taak van de mannetjes is de voortplanting. Ze vliegen een groot gebied af en laten overal geursporen achter die door de koninginnen worden opgepikt. De steenhommelman vliegt meestal van boomtop naar boomtop, mannen van andere soorten blijven lager bij de grond. Na de paring zoekt de koningin een donkere plaats – vaak lege muizennesten onder de grond – om te overwinteren en daar in het vroege voorjaar een nieuw volkje te stichten.

 

Hier is goed te zien hoeveel groter de koningin is. Tijdens de paring steekt de angel naar buiten. Het mannetje moet daardoor wel een beetje afstand houden. Foto Jan Jongen

Hier is goed te zien hoeveel groter de koningin is. Tijdens de paring steekt de koninginne-angel naar buiten. Het mannetje moet daardoor wel een beetje afstand houden. Foto Jan Jongen

 

De zeldzame foto van de paring dank ik aan natuurfotograaf Jan Jongen. Voor zijn prachtige foto’s zie HIER.

 

Hommelsterfte

 

Vorige week hing er een enorme aardhommelkoningin, Bombus terrestris, roerloos in de berenklauw. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat de hommel onder de mijten zat. Helemaal dood was ze niet, zo nu en dan bewoog er een poot.

 

Het laatste bezoek aan de bloemen van de berenklauw door een aardhommelkoningin. Meer dood dan levend hangt ze aan de bloemen.

Het laatste bezoek aan de bloemen van de berenklauw door een aardhommelkoningin. Meer dood dan levend hangt ze aan de bloemen.

 

En vandaag was het weer raak. Een grote koningin vloog de kamer in. Zij wreef haar achterpoten over haar rug om de vele mijten kwijt te raken. Maar ze kon ze net niet bereiken. Opnieuw een hommelkoningin op het einde van haar leven. Wat dat betreft kun je spreken van hommelherfst. De oude koninginnen beginnen nu te sterven en straks ook al haar werksters. De nieuwe koninginnen die dit jaar geboren zijn overwinteren en beginnen volgend jaar in hun eentje een nieuw nest. Met een beetje warme januari kun je ze dan alweer zien vliegen.

 

Deze aardhommelkoningin vloog bij ons naar binnen. Ze werd volledig in beslag genomen door de pogingen zich van de mijten te ontdoen.

Deze aardhommelkoningin vloog bij ons naar binnen. Ze werd volledig in beslag genomen door de pogingen zich van de mijten te ontdoen.

 

Deze zomer staan de hommels op de eerste plaats wat betreft bloembezoeken. Bijen zijn er weinig en wespen komen, als gevolg van het koude voorjaar, maar mondjesmaat langs. De aardhommel herken aan de goudgele haarband op de rug direct achter de kop, een gele haarband aan het begin van het achterlijf (op de foto’s bedekken de vleugels de gele band) en de witte staartpunt.