Insecten

Ruggenzwemmers

 

Ruggenzwemmers zijn insecten die ondersteboven zwemmen. Je ziet het terug in de wetenschappelijke naam Notonecta, een samenvoeging van noto = rug en necton = zwemmen. Met hun poten omhoog en hun rug omlaag hangen ze roerloos aan de onderkant van het wateroppervlak, wachtend op een prooi. Wanneer je ze beet pakt kunnen ze venijnig steken met hun snuit, die ze normaal gebruiken om hun prooi leeg te zuigen. Vijvers kunnen vol zitten met deze insecten. Ze vallen kleine vis en kikkerlarven aan. Zelf worden ze gegeten door grote libellenlarven en roofvis als baars en snoek.

 

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

 

Hun achterpoten zijn afgeplat en van zwemharen voorzien. Wanneer de poot naar voren beweegt zijn de haren aangelegd, en ze staan uit wanneer ze naar achteren slaan. Zo werken ze als roeispanen. De luchtvoorraad wordt tussen haren aan de buik vastgehouden. Dat zorgt ervoor, dat de buikzijde lichter is dan de rug waardoor de dieren vanzelf ondersteboven blijven. De haren staan uit wanneer ze de lucht aan hun buik verversen.

 

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

 

Om minder  op te vallen is hun rug- en buikkleur verwisseld. Dat is een aanpassing tegen rovers die het op hen gemunt hebben.  Van buiten het water dreigen reigers en waadvogels. De onderstboven hangende wants heeft een donkere buik. Omdat de bodem van het water zwart is, valt de wants minder op. De rug is licht van kleur waardoor een roofvis de roerloze wants boven hem minder snel opmerkt. De andere waterwantsen keren hun zwarte rug naar boven en hun witte buik naar onder. Er zijn zo’n zeven soorten in ons land. de algemeenste is Notonecta glauca, ofwel het bootsmannetje.

 

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto's AvBH)

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto’s AvBH)

 

Tegen de warme muur

 
Op de ochtend van 24 februari leek het voorjaar definitief. Op de zuidmuur van het huis zaten vliegen, hommels en een eerste vlinder zich op te warmen. Een eerste kleine vos, net ergens uit zijn pop gekropen vloog wat onwennig rond en ging op de keukendeur zitten. In de appelboom glinsterde een verse spindraad.
 

Een mediterraan tafereel zo op die witte muur.

Een mediterraan tafereel zo op die witte muur.


 
Helaas voor de fotograaf was het van korte duur. Hij moest zich haasten, want al snel betrok de lucht, daalde de temperatuur en weg waren al deze koudbloedige dieren. Verstijfd onder een eerste blad, verdwenen in een gat in de muur, platgedrukt tussen schuurbalken. Tot een spinnenweb is het nog niet gekomen.
 
Er zijn een paar soorten aardhommels die sterk op elkaar lijken. Deze warmde maar heel langzaam op en vloog als een zatlap door de tuin.

Er zijn een paar soorten aardhommels die sterk op elkaar lijken. Deze warmde maar heel langzaam op en vloog als een zatlap door de tuin.


 
De volgende ochtend stond het ijs weer op het garagedak. Alleen de warmbloedige mezen en roodborstjes zongen voluit. Maar de geest is uit de fles, over een paar dagen is het niet meer bij te houden, overal in de tuin is moois te zien totdat de zomer aanbreekt, dan zakt alles weer een beetje in.
 
In een spleet tussen de muurstenen zat deze vlieg warm te blijven. Hij is kort tevoren nog op bloembezoek geweest, waarschijnlijk op hazelaar. Er zit wat stuifmeel op poten en lichaam. Foto's AvBH

In een spleet tussen de muurstenen zat deze vlieg warm te blijven. Hij is kort tevoren nog op bloembezoek geweest, waarschijnlijk op hazelaar. Zie het stuifmeel op poten en lichaam. Foto’s AvBH


 

Bruine stinkerd

 
Nu de lente eraan komt, zie ik in de tuin het ene na het andere insect in beweging komen. Op het water van de vijver zijn de schaatsenrijders actief, op 26 februari zat de eerste kleine vos zich op te warmen op de keukendeur en op de roos zat een groene stinkwants, Palomena prasina wakker te worden na een winterslaap van een paar maanden. Deze wants neemt voordat ie in winterslaap gaat een andere kleur aan. Het groen verdwijnt en in het vroege voorjaar wanneer de hazelaar bloeit zie je ze weer. Over een paar weken verkleuren ze naar een prachtig fris groen daarmee opnieuw de ontwikkeling van het nieuwe blad imiterend. Met hun bruinkleuring imiteren ze de verkleurende bladeren aan de bomen in de herfst.

 

Het volwassen stadium in de zomer. De vleugels zijn uitontwikkeld en er komt geen vervelling meer.

Het volwassen stadium in de voorzomer.

 

Groene stinkwantsen vervellen vijf keer. Na iedere vervelling wordt een beetje meer van het volwassen insect herkenbaar. Hier een nimf begin oktober vorig jaar.

Groene stinkwantsen vervellen vijf keer. Na iedere vervelling wordt een beetje meer van het volwassen insect herkenbaar. Hier een nimf zomer vorig jaar.

 

Na een paar weken zal deze wants prachtig groen verkleuren. Foto's AvBH

Na een winterslaap van een paar maanden zal deze wants binnen een paar weken naar een prachtig groen verkleuren. Foto’s AvBH

 

Rotjes, gelukkig nieuwjaar!

 

In de zomer en nazomer zitten de bloemen vol met vliegen die door velen voor bijen worden gehouden. Ze hebben twee vleugels en geen vier zoals bijen. Ondanks hun grote ogen worden ze blinde bijen genoemd. Blind slaat op het ontbreken van een angel. De vliegen leggen in het najaar eieren in modderpoeltjes, vervuilde tuinvijvers en afvoergoten.

 

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

De drie centimeter lange larven zijn door een tot vijftien centimeter uitschuifbare adembuis met de atmosfeer verbonden. Daardoor zijn ze in staat in zuurstofloze omgevingen te leven. Vanwege de vuurwerkgelijkenis worden ze rotje genoemd. Aan het einde van de adembuis zitten waterafstotende haren die uitzetten aan het wateroppervlak om zo de verbinding met de lucht tot stand te brengen.

 

Eristalis larve

Rotje, ook wel rattenstaartlarve genoemd met uitgeschoven adembuis die werkt als een snorkel. Er zijn twee plekken met lange haren zichtbaar, halverwege en vlak voor het dunne zwarte einde. Dat zijn de punten waar de buisstukken in elkaar schuiven. Foto AvBH

 
De larven eten door met hun mond modder te zeven. Na verpopt te zijn komen in het voorjaar de vliegen tevoorschijn.

 

Rotjes, happy New Year

 

During summer and early autumn flowers are full of Syrphid flies. Many people think they are bees. But they have just one pair of wings, not two as in bees. Despite their large eyes they are called Blind bees. “Blind” means in this case stingless. The flies deposit their eggs in the autumn in mudpools, polluted ponds and waste pipes.

 

The Dutch name is “Doodskopvlieg”, literally skull fly after the drawing of a skull on the pronotum.

De Nederlandse naam voor deze zweefvlieg is doodshoofdzweefvlieg, naar de tekening op het halsschild.

 
The larvae reach a length of three centimeter. They are connected with the outer world via a long extension breathing pipe that reaches a length of fifteen centimeters. That makes it possible for them to live surroundings that lack oxygen. Because of their resemblance to a piece of firework the Dutch name them “rotje”. At the end of the breathing pipe there are water-repellant hairs that help in making the connection with the air.

 

Eristalis larve

“Firecracker” or rattail, is named after its long telescopic breathing pipe that acts like a snorkel. You can see two rings with longer hairs indicating where, dependant on the water depth, the length of the snorkel can be changed. Foto’s AvBH

 
The larvae feed by seeving mud. After pupation the adult flies emerge in the spring.