Exoten

De voortgaande globalisering waarbij grenzen vervagen en de afstanden kleiner worden zorgt ervoor, dat meer en meer planten en dieren op reis gaan. We zien het overal. Dit proces is al lang bezig. Waar na 1960 maisvelden kwamen waren daarvoor velden met tarwe en rogge te vinden. Voordat de bemesting toenam waren weidevogels in veel groter aantal aanwezig. In de stad is de flora tussen de stoeptegels en tegen de gevels van huizen een heel andere dan in de 19e eeuw toen Hildebrand de Camera Obscura schreef. Kuifleeuweriken en mussen liepen tussen paardenwagens en hondenkarren en pikten graantjes uit de rijkelijk aanwezige poep. De natuurlijke historie van de straat was totaal anders. Over 100 jaar zal zij weer anders zijn.

Maretak, Mistletoe

 

Vogellijm is de andere Nederlandse naam voor deze bijzondere plant. Zij groeit als parasiet op fruitbomen, populieren en meidoorns. In het zuiden van Limburg vallen in de winter de ronde groene bossen op die soms met tientallen in de bomen zitten. De witte, giftige, glasachtige bessen zijn rijp met kerstmis. Ze laten zich makkelijk uitsmeren op boomschors om daar dan te kiemen. In 2007 nam ik een paar bessen mee van de Pietersberg bij Maastricht en smeerde ze uit op onze appelboom.

Mannelijke kiemplant van de maretak. Je ziet het witte restant van de bes en twee groene kiembuizen. Verder zijn lange kiemwortels te zien (wit) die over de schors lopen. Zij leveren de kiemplant water en voedsel. Zodra de maretak zich onder de schors gevestigd heeft sterven de wortels af.

Twee bessen kiemden en tot mijn verrassing bleek de ene tot een mannetjesplant uit te groeien en de andere tot vrouw. Maretak, Viscum album, blijft het hele jaar groen. In de voorbije koude weken heb ik een aantal keren een eenzame, hongerige kramsvogel in mijn appelboom gehad die probeerde van de vruchten te eten. Dat valt niet mee, want het vruchtvlees is zo kleverig, dat zijn snavel er vol mee zat. Dan rest maar één oplossing: die lijm afsmeren aan een tak. En daar is de maretakvrouw op uit, want dankzij de vogels kan zij haar zaden verspreiden naar andere bomen.

De naar wat later bleek eerste bladen van de vrouwelijke plant in de zomer van 2007.

Na vijf jaar zijn de twee maretakken op de appelboom uitgegroeid tot respectabele planten met een doorsnede van meer dan 50 cm. De boom lijdt er niet echt onder. Elke zomer nog maken we appelmoes.

Voor het eerste bericht uit 2010 over de maretak in onze tuin zie hier

De maretak is tweehuizig. Dit is de vrouwtjesplant met vruchten begin februari 2013

 

En hier het mannetje. Meeldraden verborgen onder de gele schutbladen tussen de bladparen. Foto's AvBH

 

Spinduizendpoot komt er aan

 

Het zit er dik in, dat we binnenkort een nieuw huisdier mogen verwachten: de zes centimeter lange spinduizendpoot, Scutigera coleoptrata. Oorspronkelijk alleen rond de Middellandse Zee te vinden, de laatste honderd jaar door de mens verscheept naar andere delen van Europa, Noord-Amerika en Azië.

 

Op de Olympische Spelen voor dieren winnen deze vijftien paar poten met gemak de sprint van duizend- en miljoenpoten. Foto gemaakt in de Ardèche in Frankrijk.

  

De duizendpoot heeft na haar succes in de Verenigde Staten nu ook haar eigen lied: de Centipede Song. Zodra de duizendpoot zich in ons land meldt zal Wilde Wijde Wereld de song gaan pluggen.

 



 


Het seksleven is bijzonder. Het mannetje deponeert zijn sperma in een pakketje op de grond. Het vrouwtje loopt erover heen en neemt het sperma op. Na de geboorte verzorgt moeder twee weken haar kroost. Vers uit het ei heeft de larf maar vier paar poten. Na iedere vervelling komt er een paar bij totdat er 14 paar zijn.

 

Ze zijn te vinden in badkamers, kelders en – zoals hier – verdronken in het zwembad van een vakantiehuis in Frankrijk. Foto’s AvBH

 

Het zijn jagers pur sang, die met hun lange poten meer prooien tegelijk vast kunnen houden die ze vervolgens achter elkaar opeten. De prooi wordt gedood met gif. In huis pakken ze kakkerlakken, zilvervisjes, spinnen e.d.

 

Boomkikker

 

De meeste boomkikkers leven in de tropen van Amerika, Zuidoost Azië en Australië. Bij ons komt één soort, Hyla arborea, voor. Dit beestje van nauwelijks vier centimeter is door zijn aandoenlijke gedrag en groene kleur in het verleden massaal weggevangen voor de handel. Nu is de boomkikker een beschermde soort. Maar nog steeds maken we de gevolgen mee van hun gevangenschap. Liefhebbers zetten boomkikkers overal uit. En soms slaan ze aan. Dat gebeurde eerder in stadstuinen in de binnenstad van Den Haag en nu weer in de duinen tussen Wassenaar en Scheveningen. Jaargenoot Herman Berkhoudt stuurde mij een foto van zo’n kikkertje. Je voelt je bijna tot kabouter vervallen bij het zien van zoveel bevalligs.

De oog- en flankstrepen en de opvallende zuignapjes aan de tenen maken de boomkikker onmiskenbaar. Foto Herman Berkhoudt

Goede kans, dat deze vestiging in de duinen blijvend is. Het gebied is niet lang geleden op de schop genomen en schoongemaakt en min of meer teruggebracht in de staat van voor de infiltratie die begon in 1940. Dat maakt dat de kikkers zich misschien blijvend gaan voortplanten in de vochtige duinvalleien.

Met dank aan Herman Berkhoudt. Meer foto’s van hem zijn hier te vinden.

 

Canadese ganzen

 

Van alle ooit hier losgelaten ganzensoorten is de Grote Canadese gans, Branta canadensis, de allergrootste. Al enkele jaren broeden ze met succes in de museumtuin vlakbij een van de drukste kruispunten van Den Haag. Al eerder betoogde ik, dat die nieuwelingen het alleen redden als ze zich maar agressief genoeg opstellen. Daar hoort ook bij, dat ze brutaal de ogenschijnlijk minst aantrekkelijke plaatsen bezetten, plaatsen die door andere soorten worden gemeden. Het gevolg is, dat door ons toedoen deze gans zich snel aan het verspreiden is. De nieuwelingen bestrijden ook elkaar. Jaren eerder streek de Nijlgans, Alopochen aegyptiacus, al bij ons neer. Ook door ons toedoen. Jaarlijks zagen we ze met hun jongen in de vijver, maar sinds de komst van de Canadees, zijn we de Egyptenaar als broedvogel kwijt.

Canadese gans op zijn nest bij de kruising van de Kennedylaan en de Stadhouderslaan. De gent blijft in de buurt en stuift op iedereen af die te dicht bij komt. Foto AvBH

Nadat de eieren uit waren gekomen trokken de ouders na een paar dagen met hun vijf jonkies weg. Ik vermoed naar een omgeving waar voldoende voedsel te vinden is. Daarbij moesten ze de drukke Kennedylaan oversteken. Een volle maand later kwamen ze plotseling weldoorvoed en grootgegroeid terug. Na een week vertrokken ze definitief. Tot volgend jaar. Er is veel over door ons losgelaten soorten te doen. Ze vestigen zich en verspreiden zich verder. Je ziet vaak, dat zo’n nieuwe soort zich eerst explosief vermeerdert en na verloop van tijd weer afneemt. Dan hebben ze hun plekje in onze fauna gevonden.

Om tien uur ‘s morgens staan de eerste bezoekers al te dringen om naar binnen te mogen

Keizergans, Anser canagicus

 

In ons land is al jaren een discussie gaande over wilde ganzen die overlast veroorzaken. De grauwe gans wordt daarbij genoemd en ook de kolgans. Boeren klagen over schade aan hun gewassen en vervuiling van hun grasland door uitwerpselen. Vrijwel alle ganzen in ons land zijn ooit door de mens uitgezet. Dat geldt voor de grauwe gans, de kolgans, de canadese gans en ook voor deze Keizergans, Anser canagicus. Elk jaar worden ze op dezelfde plaatsen gezien. Ganzen zijn zeer honkvast. De Canadese ganzen die langs de vijver van het Museon broeden doen dit nu voor het derde opvolgende jaar. En ook zij stammen af van door de mens losgelaten ganzen. De Keizergans wordt nog maar op weinig plaatsen broedend aangetroffen. Ik ken twee paartjes die al een paar jaar op dezelfde plek broeden. Maar dat kan zo maar veranderen. De Keizer kan zo maar Koning worden en in een paar jaar tijd overal opduiken. Dan zullen boeren opnieuw in het geweer komen.

De Keizergans, oorspronkelijk afkomstig uit Alaska en NO-Siberië. Geïmporteerd en meestal in gevangenschap. Dit ontsnapte exemplaar is al verwilderd. Foto Henny Cuper