Reptielen

Wildlife Photographer of the Year 2013

 

In Londen zijn de winnaars bekend gemaakt van de 49ste editie van de Wildlife Photographer of the Year. Vanaf 23 november zijn alle foto’s in het Museon te zien. De wedstrijd wordt georganiseerd door het Natural History Museum in Londen en BBC Worldwide. Wilde Wijde Wereld zet de komende twee weken telkens een van de winnende foto’s in het zonnetje.

 

gaviaal_Mothers little headful Rao Pawar

Vandaag de jeugdwinnaar, een foto van een gavialenmoeder, een soort krokodil, met haar jongen zonnend op haar hoofd. Plaats van handeling is de rivier de Chambal in India. De maker, Rao Pawar, won met deze foto de prijs voor Talent van het Jaar. Foto Udayan Rao Pawar / Mother’s little headful

 

Judith en Bob

 

Veel voorwerpen in de museumcollectie dragen verhalen met zich mee. Dat is ook het geval bij het afgietsel van een Mississippi-alligator, Alligator mississippiensis, die het museum in 1991 geschonken kreeg van Diergaarde Blijdorp. De schedel werd door de preparateur uit het karkas verwijderd en van het dode dier werd een afgietsel gemaakt.

 

Kop en voorpoten van Judith

De afgegoten en beschilderde alligator werd ingeschreven onder Museoncollectienr 100980.

 

Geboren omstreeks 1920 overleefde zij, 20 jaar oud het bombardement van Rotterdam in de meidagen van 1940. In 1991 stierf zij, 70 jaar oud. De preparateur van het Museon maakte een afgietsel van haar en toen bleek, dat Judith haar leven lang een geheim bewaarde. Zij was namelijk geen vrouw, maar een man. Zij deelde haar verblijf met een andere man, ‘allimacho’ Bob die, vooral wanneer het onweerde, zijn hormonen liet spreken en vele jaren lang vergeefs wachtte op een reactie van Judith.

 

Het zijn gevaarlijke dieren, hoewel de kop een vriendelijke uitstraling heeft. Maar pas op, onder de overhangende bovenlip gaan vervaarlijke tanden schuil.

Het blijven gevaarlijke dieren hoewel de kop een vriendelijke uitstraling heeft.

 

Shedel van Mississippi alligator

Maar pas op, onder de overhangende bovenlip gaan vervaarlijke tanden schuil. (Museoncollectienr 100981). Foto’s AvBH

De fameuze Bobby had het nakijken en bleef eenzaam achter. Vijf jaar later op 77-jarige leeftijd, stierf ook hij.

 

Dodelijke slang

Bungarus candidus

De dodelijke slang van Java: Bungarus candidus (Linnaeus, 1758), Maleise krait. Foto: Wikimedia Commons

Bericht uit het  “Dagblad van Zuidholland en ‘s-Gravenhage” van donderdag, 14 Februarij. No. 38. 1861: Onder de kop Kolonien staat het volgende relaas:

 

“Twee heeren officieren vonden op hunne wandeling eene slang en nadat dezelve bijna doodgeslagen was, gaven zij die aan de heer van Lammeren, officier van gezondheid 3de klasse, alhier in garnizoen, die een vrij aanzienlijke collectie hiervan bezittende, ook deze daaraan willen toevoegen.
Het dier slechts bijna dood zijnde, kwam langzamerhand weder bij en werd nu een voorwerp van meerdere beschouwing.
De heer van Lammeren had de onvoorzigtigheid het dier spelende te tergen en werd door hetzelve in de hand gebeten, waarop men hem den raad gaf, naar spoedige hulp uit te zien, doch deze vertrouwende, dat eene uitzuiging van de wond voldoende was, oordeelde dit overbodig.
Zeer spoedig daarna openbaarden zich de hevigste vergiftigingsverschijnselen met mondklem, in den dood eindigende, vier uren nadat de beet was toegebragt.
De heer van Lammeren had eene groote voorliefde voor zijne slangencollectie en bezat daarvan ook eene groote verzameling op liquor en een acht à tiental levend in een kist, waarmede hij voortdurend aardigheden vertoonde, niettegenstaande door zijne kameraden op het gevaar daarvan was gewezen.
De slang, welke hem de doodende wond toebragt, was eene oeler welang, en wordt nu in leven gehouden, ten einde daarmede op dieren proeven te nemen aangaande de uitwerkselen van den zoo befaamden Rhinoceroshoorn.
Volgens zeggen, zijn hier proeven genomen met de slang, die den heer v. L. den doodelijken beet heeft toegebragt. Een hond werd in eene kist, waarin zich de slang bevond, gedaan; daar de slang echter niet door den hond werd aangevallen en ook niet getergd werd, zoo heeft zij den hond ook niet gebeten. Des anderendaags heeft men een kip erbij gebragt; de slang getergd en door de kip gepikt wordende, bragt haar al spoedig een beet toe, met dat gevolg, dat een en een halve minuut daarna de kip reeds dood was. Hieruit kan men zich een denkbeeld vormen van de spoedige en verschrikkelijke uitwerking van dat venijn. Deze soort slangen Oeler Wellang staat ook bij den Inlander als Radja darie Oeler, zijnde bij hen geen middel bekend tegen den beet dier slang, die altijd doodelijk zou zijn.”

99761a 99761d

In de collectie van het Museon vonden we deze pot. De dood van de heer van Lammeren door de beet van deze slang staat op het etiket op de pot. Het bericht in de krant over dit voorval waaruit wij veel meer informatie kregen is pas kort geleden door ons gevonden (met dank aan collega Frits van Rhijn, afdeling Collecties van het Museon). Het geeft de slang, een Maleise Krait, Bungarus candidus, een bijzondere lading.
 

Dino- en reptieleneieren zijn vogeleieren.

 
De vrouwen van alle gewervelde dieren maken eieren. Reptielen ontwikkelden als eerste in de evolutie eieren met een leerachtige schaal, een aanpassing die het mogelijk maakt dat hun eieren niet uitdroogden en dat ze zich verder weg van water konden voortplanten. De meeste reptielen leggen witte eieren die ze begraven en aan hun lot overgelaten. Vogels gaan een stapje verder: hun ei is uit het reptielentype ontstaan. Het kreeg een kalkschaal met een vaste vorm. Op een heel enkele uitzondering na begraven ze hun eieren niet, maar houden ze die warm met hun lichaam. Daarbij ontstonden allerlei nestvormen: van een simpel gedraaid kuiltje in de grond bij de scholekster tot de meterslange gevlochten manden van de wevervogels. Een vogelei kan zichzelf bedruipen. Het belangrijkste is dat er zuurstof naar binnen kan en koolzuur en water naar buiten. Omdat een actief ademhalingssysteem met kieuwen of longen ontbreekt gaat de uitwisseling langs de weg van diffusie. De eischaal is een heel klein beetje poreus: alle poriën bij elkaar opgeteld levert 0,02% van het oppervlak van een eendenei.

 

Vogeleieren zijn er in vormen en maten. Aalscholvers leggen witte die weinig gevaar lopen gevonden te worden door eierrovers, want aalscholvers broeden in kolonies en altijd slaat er wel een aanwezige vogel alarm. Collectie Museon

 
Eieren van reptielen, vogels en ook van zoogdieren hebben een gezamenlijke oorsprong. De eerste zoogdieren legden ook eieren met kalkachtige of leerachtige schaal. De voorbeelden van nu zijn het vogelbekdier en de mierenegel die leerachtig geschaalde eieren leggen. De zoogdieren ontwikkelen hun nageslacht in het lichaam en zogen dat. De eischaal is daarbij niet langer nodig en verdween. Vissen en amfibieën leggen ook eieren, maar die missen de kalkschaal. Daarom keren amfibieën tijdens de voortplanting tijdelijk terug naar het water. Vogels en reptielen nemen in feite het water mee op het land, terwijl zoogdieren nog verder gaan en water in hun lichaam gebruiken om hun eieren zich te laten ontwikkelen.
 

Kieviten leggen meestal vier eieren. Ze zijn bijzonder goed gecamoufleerd. Collecie Museon. Foto's: Winfried van Meerendonk en Leon van den Berg.

Reuzenhagedissen in de Maas

 
Mosasaurus betekent letterlijk Maashagedis. De naam komt van de plaats waar de eerste is gevonden, de Sint Pietersberg in Maastricht. Het waren in zee levende hagedissen, die geen verwantschap hebben met dinosaurussen, maar wel met slangen en varanen. Geologisch gezien leefden ze van het Midden-Krijt (van ongeveer 120 miljoen jaar tot aan het einde van het Krijt zo’n 65 miljoen jaar geleden), toen ze tegelijk met de dinosaurussen uitstierven. De grootste werden zestien meter lang.

Na de Pietersberg zijn later vondsten gedaan over de hele wereld. Deze onderkaak komt uit Marokko. Museoncollectienummer 217690

Onderzoekers dachten dat de vondsten in Maastricht een ademhalende visachtige betrof, waarmee toen een dolfijn, een walvisachtige (Pisces cetacei), werd bedoeld. De in 1766 gevonden fossielen, een onder- en bovenkaak van imposante afmeting, zijn verworven door Teylers Museum in Haarlem.

Aan de spitse vorm van de tanden is te zien, dat de Maashagedis een vleeseter is. Dat is te voelen aan de zijrand die na vele miljoenen jaren nog steeds even scherp is. Je kunt er vlees mee snijden. Mosasaurussen wisselen hun tanden doorlopend.

Nederlandse musea met mooie fossielen van maashagedissen zijn Naturalis, het Natuurhistorisch Museum in Maastricht en Teylers Museum in Haarlem.