Bomen

Plantje? van de week: Zwavelzwam

 
Iets meer dan een jaar geleden (zie hier) schreef ik over een Prunusboom in de museumtuin die aan zijn voet was aangetast door de zwavelzwam, Laetiporus sulphureus. Volgens collega Hans Adema was daarmee het lot van de boom bezegeld. Maar zij staat er nog steeds, zij het in mindere staat. Vorige week zag ik na een melding door een collega, dat er weer een paddenstoel op de stam zit. Nu alleen hoger. Het blijkt dezelfde soort. Ik blijf het in de gaten houden.
Maar ik vermoed, dat binnenkort de bijl in de boom gaat.

Over de plaats van de paddenstoelen is sinds Linnaeus eeuwenlang gezwamd. De uitkomst is heel verrassend: wij hebben meer met zwammen dan met planten. Daarover later meer. Foto’s AvBH.
Twee foto’s van de boom met zwavelzwam, links de situatie in september 2010 en rechts de situatie een jaar later.

 

Tijdens de tentoonstelling Plantastic verzorgt Wilde Wijde Wereld blogs over alles wat met planten te maken heeft.
 

Okkernoten

 
Op de bosbodems liggen nog overal eikels en beukennoten. In de museumtuin liggen Canadese okkernoten, Juglans cordiformis, die afkomstig zijn van twee bomen. Deze bomen zijn in 1935 ter gelegenheid van de opening van het Haags Gemeentemuseum geschonken door de directeur van de plantsoenendienst. De bomen hebben hun langste tijd gehad. De bouw van het Omniversum heeft bij een boom het wortelstelsel bijna gehalveerd. Deze zal het niet lang meer maken. De andere boom staat iets verder van de bebouwing af en levert elk jaar een groot aantal noten die familie zijn van de walnoot. Voor muizen en vogels is een zo’n noot een hele maaltijd.

De vruchten van de canadese okkernoot zijn kleiner dan die van de walnoot. Foto’s AvBH

De twee notenbomen in de tuin van het Gemeentemuseum hebben hun langste tijd gehad. Een eerste klap kregen ze bij de bouw van Museon en Omniversum, toen hun wortelstelsel door de bouwactiviteiten werd aangetast. Nu zitten ze vol met boktorren, waar de spechten van komen eten.

Elzen, oerhollands

 
De zwarte els, Alnus glutinosa, was in de tijd dat ik in Zoetermeer ging wonen een algemeen voorkomende boom. De katjes trokken veel vogels aan. Vooral sijsjes die in het najaar op de katjes die nog aan de boom zaten afkwamen en die tegen het eind van de winter de op de grond gevallen zaden aten. Maar al snel zag ik dat op veel plaatsen de elzen werden weggehaald. En daarmee verdwenen de sijzen uit onze achtertuin.

Zwarte elzen hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen die in katjes zitten. De zwarte proppen zijn de vrouwtjeskatjes van vorig jaar. Daaruit vallen nu de zaden. De vrouwelijke katjes van dit jaar zijn nog klein. De lange katjes zijn mannetjes.

Veertig jaar geleden zijn goedkoop elzen uit Oost- en Zuidoost-Europa ingekocht om aan te planten langs singels, dijken en in parken. De els was even dé modeboom van menige Plantsoenendienst. Daarbij werd onze inheemse zwarte els verdrongen. Jammer, want die is veel beter bestand tegen het hoge grondwater hier. De nieuwe elzen werden veel vaker ziek. In die tijd ging Bert Maas van de Stichting Bronnen oude Hollandse kades af, verzamelde daar zaden en  kweekte die op. Grote afnemers zoals Staatsbosbeheer plantten deze bomen die beter zijn aangepast aan onze omstandigheden.

De zaden van de zwarte els zijn ongeveer 2 mm groot. Ze worden in de winter door sijzen en barmsijzen en ook wel door andere vinken gegeten.

Nog maar vijf millimeter groot vrouwelijk katje dat later in het jaar uitgroeit tot de bekende elzenprop. Foto’s: AvBH

Met dank aan Johan Vos, stadsecoloog bij de Gemeente Zoetermeer.
 

Atlasceder geveld

 
Gisteren is de oudste Atlasceder, Cedrus atlantica, in mijn straat geveld. De boom is 36 jaar geleden direct na de oplevering van de huizen als tweejarig boompje door de eerste bewoners geplant in hun tuin. Deze boom was sfeerbepalend voor het uitzicht uit mijn huis. Beetje jammer wel.

De boomspecialist, de heer Maarten Splinter, in actie

De Atlasceder, de naam zegt het al, groeit in het wild in Noord-Afrika. De gemeente Zoetermeer voert een beleid om de plaatsing van inheemse soorten te bevorderen. Daar is het wachten nu op. Ik heb het vellingsproces gisteren gevolgd en een schijf meegenomen om de jaarringen te tellen. Ondanks zijn Afrikaanse herkomst draagt zo’n boom bij aan de biodiversiteit in de wijk. Vogels van naaldhout zoals goudhaantjes, kruisbekken en vinken komen in najaar en winter op de zaden in de kegels af en ekster en vlaamse gaai broeden er graag. Het verdwijnen van de ceder zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de vogelwereld rondom mijn huis.

De boomadviseur zaagde voor mij deze schijf van 70 cm doorsnede waarvoor dank. Er zijn achtendertig jaarringen op te zien.

Zwavelzwam maakt einde aan boom

 
In de museumtuin zijn vanaf de opening van het Gemeentemuseum in 1935 en veel later het Museon verschillende bomen geplant. Sommige daarvan zijn nu aan hun einde toe. Op deze Prunus op leeftijd staat nu aan de voet de zwavelzwam, Laetiporus sulphureus. Hans Adema schreef mij dat deze zwam het einde van de boom inluidt. De zwam slaat sluipend van binnenuit toe. De boom laat nu nog geen tekenen van ziekte of verval zien, komt normaal in blad, maar binnenkort zal het plotseling met hem gedaan zijn.

Binnen in de boom is een uithollingsproces aan de gang als gevolg van de werking van de paddenstoel. Het hout verkleurt roodbruin en verdroogt. Er is nu nog niets te zien

De zwavelzwam aan de voet van de Prunus in de museumtuin. Foto’s AvBH