Schrijvers

Wie heeft gelijk?

 
Uit: De doodshoofdvlinder van Jan Wolkers (1979):

Voordat hij ermee op zijn hotelkamer was had het beest zijn vleugels strak langs zijn lichaam gevouwen en was verstard. Hij leek op een spaander houtskool, fluweelzwart, met een okerkleurige tekening.  En op de rug van zijn borststuk, vlak onder zijn kop, die afgrijselijke afbeelding van dat doodshoofdje met zwarte oogkasjes die je priemend aankeken.

Uit: Laatste zomernacht van Maarten ’t Hart (1977):

De vlinder fladderde zo hevig in de pot dat we eerst niets zagen ook al scheen de lichtbundel op de grote vleugels. De pot lag op de grond, de lantaarn verlichtte de glazen pot, we zaten er zwijgend omheen en ik had er geen idee van wat me te wachten stond totdat de vlinder, doodstil gezeten nu, langzaam de toegevouwen vleugels uitspreidde en ik in het licht van de lantaarn het doodshoofd zag, dat op de binnenvleugels getekend was.

‘De doodskopvlinder’ , zei Jakob triomfantelijk.
 

Doodshoofdvlinder collectie Museon. Foto: AvBH