Kreeftachtigen

Zeepokken

 

Bovenaanzicht van één zeepok, Balanus crenatus. De poten zitten verborgen onder de twee klepjes en zien eruit als veertjes. Foto gemaakt door een binoculaire loep

Zeepokken komen nooit van hun plaats. Ze zitten vast op rotsen, houten palen, slakkenhuizen waarin een heremietkreeft leeft, scheepshuiden en zelfs op walvissen. Het skelet bestaat uit een bodemplaatje, een aantal opstaande wanden en een paar sluitkleppen. Dat zeepokken kreeftachtigen zijn, kunnen we zien aan de larven, die vrij in zee zweven totdat ze zich hechten aan een ondergrond. Voorwaarde voor een gezond pokkenleven is voldoende waterstroming, want met hun tot veren omgevormde poten bewegen ze water naar binnen waarin voedsel en zuurstof zit.

 

Deze petklep heeft lang in zee gedreven. De zeepokken erop tonen aan, dat ze als vrij zwemmende larve erop terecht zijn gekomen en zich hebben vastgehecht. Foto’s: AvBH

 

Zoetwaterkreeften

 
In ons land komt van nature één soort zoetwaterkreeft voor. Kwam is beter, want de Europese zoetwaterkreeft, Astacus astacus, was hier vroeger in beken gewoon. Door vervuiling en kanalisatie van beken in het oosten en zuiden van het land is hij echter verdwenen, op een paar na in de omgeving van Arnhem.

Dreigende Amerikaanse rode rivierkreeft

De aquariumhandel en de viskwekerijen zorgden voor aanvulling met andere soorten. In 1970 werd de eerste niet-inheemse galicische riverkreeft, Astacus leptodactylus, gevonden. Daarna volgden nog zeven soorten.

Het eind is nog niet in zicht. Ik heb de eer al in 1985 in Den Haag als eerste zo’n nieuwkomer te hebben gevangen. En nu zie ik hem weer, die Amerikaanse rode rivierkreeft, Procambarus clarkii. Mijn collega Christine Gündisch was vorige week na een fikse regenbui op weg naar het museum en fietste er bijna eentje plat. Hij wilde niet graag op de foto. Een dag later werd langs de museumvijver nog een kreeft gezien. Nu heeft deze soort zich over een groot deel van ons land verspreid. Zie het kaartje hieronder. Ze worden verkocht in tuincentra.

Foto's: Christine Gündisch, Museon

Zolang dat niet tegengegaan wordt, blijven we last houden. Natuurlijke vijanden hebben ze hier niet en ze blijven zich voortplanten. Ze eten de waterplanten op, en daar blijft het niet bij: ze vernietigen complete levensgemeenschappen. Als bioloog die zich met waterinsecten bezig houdt, ben ik altijd blij een water zonder kreeften te vinden. Ik moet daarvoor steeds verder weg. Kreeftloos water laat nog het beeld van vroeger zien met de oorspronkelijke waterplanten, kevers, wantsen e.d. Veel waterkevers verdwijnen, omdat hun eieren worden opgegeten.

De verspreiding van de Amerikaans rode rivierkreeft. Bron: EIS Nederland

De rode rivierkreeft kom je nogal eens tegen in restaurants als gerecht of als versiering van visgerechten. Erg veel vlees zit er niet aan. Wat de culinaire waarde betreft, hebben we een slechte zaak gedaan. Onze rivierkreeft heeft veel dikkere scharen en levert meer vlees van naar het schijnt betere kwaliteit. De paar inheemse rivierkreeften die nog over zijn mag je niet meer eten, die zijn beschermd.

Wie verder wil grasduinen in de zoetwaterkreeften van ons land klikt hier. Op de website van Naturalis nog deze uitgebreide informatie. Met dank aan Hans Adema en Bram Koese.