Kreeftachtigen

Kannibaal: de Rode Amerikaanse rivierkreeft

 
Vijf maanden geleden kwam de conciërge van het Coornhert Gymnasium in Gouda naar de biologieleraar met een emmer waarin een zwangere rivierkreeft rondliep. In de klas werden een paar kleine kreeftjes losgelaten in een aquarium. Zij groeiden voorspoedig op. Tenminste, zij die overbleven. Want een kreeft die zijn pantser vervelt loopt tijdens en vlak na de vervelling groot risico. Zijn broertjes en zusjes proberen hun slag te slaan door te proberen zolang zijn nieuwe schild nog niet is uitgehard hem op te eten. Zo blijven er na iedere vervelling steeds minder kreeften over. In een niet zo groot aquarium aquarium uiteindelijk een. En zodra die vervelt, eet hij zijn eigen afgeworpen schild op. Dat hergebruik is belangrijk, want in het water is niet genoeg chitine en kalk voorradig.
 

Kort na de vervelling. Op de voorgrond een restantje van een schaar. Foto AvBH
 

Hierboven is het laatst overgebleven jong in mijn aquarium te zien. Het is nu vrijwel volwassen . Dan komt ook de tijd, dat de kreeften op zoek gaan naar ander water. Vorig jaar liep er een op de tennisbaan waar ik speelde. Hij kleurde nog roder door al het gravel waar hij doorheen liep.
 

Amerikaanse rode rivierkreeft die door de kat is meegenomen. Foto AvBH

 

Ze zijn onverzadigbaar. Ze eten alles op dat op hun weg komt. Al mijn aquariumplanten zijn verknipt en verorberd. De vissen vielen vroeger of later in de scharen en verdwenen in zijn maag. Al het eetbaars verdwijnt. Vijanden hebben ze hier wel. Reigers, katten en ratten en zijzelf. Maar kennelijk zijn die niet in staat hun toename te stoppen.

 

De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Foto AvBH

 De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Een beetje verwaand kijkt hij naar mij. Foto’s AvBH

 

 

Mislukte invasie op het land

 

Lang geleden kropen kreeften, krabben en pissebedden het water uit in een poging het land te veroveren. Om te kunnen ademen zijn ze afhankelijk van koper dat hun bloed groen kleurt. Koper is in zee overal voorhanden, maar op het land niet. En daar wringt de schoen. Telkens wanneer landpissebedden poepen of plassen verliezen ze een beetje koper. Om het verlies te beperken eten ze hun eigen en elkaars poep op. Maar dat blijft behelpen. Ver van het water weg zijn ze dan ook niet gekomen. Je zult ze vergeefs zoeken in woestijnen, want hun kalkschaal laat makkelijk water door waardoor ze snel uitdrogen. Om daar wat tegen te doen zijn de meeste soorten alleen ‘s nachts actief. Overdag kruipen ze weg.

Bij eb gaan deze wenkkrabben tot 100 meter van zee. Verder niet, dan drogen ze uit. Bij gevaar vluchten ze in hun holletjes in het zand. Foto AvBH

Bij eb gaan deze wenkkrabben tot 100 meter van zee. Verder niet, dan drogen ze uit. Bij gevaar vluchten ze in hun holletjes in het zand. Foto AvBH

Pissebedden hebben het wat verder gebracht, maar zij zijn nog steeds gebonden aan een vochtige omgeving. In de zon drogen ze snel uit. Foto AvBH

Pissebedden hebben het wat verder gebracht, maar zij zijn nog steeds gebonden aan een vochtige omgeving. In de zon drogen ze snel uit. Foto AvBH

 

Nee, dan zijn de insecten veel beter geslaagd. Ook hun voorouders leefden in het water. Zij hebben hun kalkschaal ingewisseld voor een veel betere bescherming tegen uitdroging. Dankzij de ‘wonderstof’ chitine in hun huid redden zij het zelfs in de droogste gebieden op aarde, ook overdag. En voor het gebrek aan koper bij de ademhaling hebben zij een andere oplossing. Zij ademen via tracheeën, een met lucht gevuld buizensysteem dat door het hele lichaam loopt en een aantal uitgangen naar buiten heeft. Het haalt van buiten de zuurstof en levert het af waar het nodig is. Het systeem is te beschouwen als een bloedvaatstelsel zonder bloed, dat alleen uit lucht bestaat.

 

In rood, het tracheesytseem bij insecten. De blauwe punten zijn de tracheeopeningen waar contact met de lucht plaats vindt. Afb. BugwoodWiki

In rood, het tracheeademhalingssysteem bij insecten. De blauwe punten zijn de trachee-openingen, spiracula, waar contact met de buitenlucht plaats vindt. Head, Thorax, Abdomen is de vaste indeling van het insectenlichaam in drie delen: kop, borststuk en buik. Afb. BugwoodWiki

En hoe hebben zoogdieren het opgelost? In ons bloed zit in plaats van koper ijzer. Onze voorouders die honderden miljoenen jaren geleden nog in zee leefden, konden het land op dankzij het daar overal aanwezige ijzer. Omdat hun levensverrichtingen steeds intensiever werden kwam er een inwendige pomp bij om de levering van zuurstof door het lichaam te versnellen: het hart.

 

Hadden de eerste landpissebedden hun koper maar ingewisseld voor ijzer: we zouden in een wereld vol van geharnaste ridders leven. Lang voor Ivanhoe.

 

Blauwe pissebedden

 

Zo nu en dan krijg ik vragen over blauwpaars gekleurde pissebedden. De blauwe dieren lijden aan een besmettelijke ziekte veroorzaakt door het Iridovirus, genoemd naar de blauwe kleur die de aangetaste pissebed aanneemt. Vier weken na de besmetting sterft het dier.

 

Porcellio-scaber_IMG_9184_121113_800x600

Zieke pissebed. De mooie blauwpaarse kleur bedriegt.

 

Het virus maakt dat de dieren nauwelijks nog kunnen bewegen. Ze verzwakken verder en worden door andere pissebedden opgegeten. Zij worden op hun beurt blauw en ziek. Je kunt spreken van een epidemie. Deze virussen tref je bij veel meer diersoorten aan o.a. bij aquariumhouders is het gevreesde visziekte.

 

Porcellio-scaber_IMG_0075_130104_800x600

Gezonde pissebed. Foto’s AvBH

 

 

Vlucht Regenwulpen

 

cap rregenwuilp

Regenwulpen, Numenius phaeopus, broeden boven de boomgrens in hoogvenen op de Faeröereilanden, Shetlands, IJsland, het hoge noorden van Scandinavië en Rusland. Foto AvBH

De zomer duurt maar kort in het hoge noorden, wat betekent, dat Regenwulpen weinig tijd hebben om te broeden. Het grootste deel van het jaar brengen ze in West-Afrika door. Eind april trekken ze in drie tot vier dagen naar de Waddenzee om zich nog een keer vol te eten voor de laatste etappe naar de broedgebieden. In hun overwinteringsgebied in West-Afrika is maar beperkt voedsel aanwezig voor de vele miljoenen steltlopers uit het noorden. Voordat ze in het voorjaar naar hun broedgebieden vertrekken moeten ze extra eten om voldoende vetreserve op te bouwen om de lange tocht te kunnen maken. Uit een detailstudie aan de Regenwulp op de Banc d’Arguin bleek dat hun opvetting voordat ze op trek gaan afhangt van het voortplantingsgedrag van hun voornaamste voedsel de wenkkrab, Uca tangeri.

 

In Europa komen wenkkrabben, Uca tangeri, alleen voor langs de zuidkust van Portugal tot Gibraltar in Spanje. Deze zag ik daar vorig jaar.

Uca-tangeri_IMG_6815_120917_600x450

Alleen de mannetjes hebben een vergrote wenkschaar waaraan de groep zijn naam dankt. Foto’s AvBH

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De paartijd van deze Wenkkrabben is gebonden aan het maandelijkse tijdstip van volle en nieuwe maan, en die varieert van jaar tot jaar. En dat bepaalt weer of de regenwulpen voldoende krabben kunnen vinden om zich mee te voeden en aansluitend naar het noorden te trekken. En dat verklaart ook het moment van doortrek van Regenwulpen door Nederland in april. Afhankelijk dus van de dag dat het volle maan is. Als er op de Banc d’Arguin wadvogelvoedsel genoeg zou zijn, dan zou zo’n strak verband met de maanstand niet worden gevonden. Regenwulpen zouden dan gewoon doen wat gemiddeld het beste voor hen is, en dat betekent dat ze ieder jaar op hetzelfde moment door Nederland trekken.

 

 

Walvisluizen

 
We noemen ze walvisluizen (Cyamidae), maar het zijn kreeften en geen luizen. Ze leven behalve op walvissen ook op dolfijnen. Op verzwakte en zieke dieren nemen ze snel in aantal toe. Die kunnen aanspoelen en een onaangename dood sterven. Als ze op tijd gevonden worden, belanden ze in een opvangcentrum en worden daar van hun parasieten verlost. Na aangesterkt te zijn kunnen ze terug naar zee.

bruinvis

Dode bruinvis, Phocoena phocoena, met wonden over de hele huid. Links zijn grote aantallen walvisluizen te zien.

Close-up opname van de walvisluizen op dezelfde bruinvis die op 29 maart 2010 aanspoelde op Vlieland. Foto’s Pierre Bonnet, Ecomare

Parasieten zijn deel van de biodiversiteit. Net als hun slachtoffers waar ze van afhankelijk zijn. Wij zien ze niet zitten, verachten ze, en bestrijden ze op alle mogelijke manieren. Kattenvlooien verlammen we met vlooienpoeder, luizen doden we met elektrisch geladen kammen en voor de uitdrijving van wormen bij koe en hond geven we pillen. Al die middelen willen vriendelijk zijn voor de gekwelden, maar ze zijn onvriendelijk voor de parasieten en slecht voor het milieu.

 

Met dank aan Pierre Bonnet en Rob Hammer van Ecomare op Texel.