Paddenstoelen

Broodschimmel

 

In de Museoncollectie zit dit prachtige onderwijsmodel van een schimmel, stammend uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Het zijn schimmels die na een dag of wat verschijnen op brood dat ze wattenachtig overwoekeren. De door de schimmel geproduceerde stoffen verteren het brood. De stoffen die daarbij gevormd worden zijn vaak giftig. Bij toeval ontdekte de Brit Fleming in 1928 bij een andere schimmel, een stof die bacteriën kon doden: penicilline. Die ontdekking heeft de wereld veranderd. Bacterie-infecties konden vanaf toen veel beter en vooral sneller genezen worden.�

Het sterk vergrote schaalmodel van de schimmel, Mucor mucedo, laat zogenaamde zwamdraden, de hyphen, zien die over de ondergrond, bijvoorbeeld brood of een vrucht lopen. Het model stamt uit de tijd van Fleming. Museon 220548.


 

Dit onderwijsfilmpje van 8 minuten is gemaakt in een voor de medische wetenschap opwindende tijd van grote vooruitgang, dezelfde tijd waarin ons onderwijsmodel is vervaardigd.

 

NB wie geïnteresseerd is in de wijze van voorplanting bestudeert dit schema waarin de twee manieren van voortplanting, ongeslachtelijk door sporen en geslachtelijk door versmelting van twee celkernen waarbij van een + en – kern wordt gesproken, omdat er niet zoiets als mannelijk of vrouwelijk aan te herkennen is.

 

Plantje? van de week: Zwavelzwam

 
Iets meer dan een jaar geleden (zie hier) schreef ik over een Prunusboom in de museumtuin die aan zijn voet was aangetast door de zwavelzwam, Laetiporus sulphureus. Volgens collega Hans Adema was daarmee het lot van de boom bezegeld. Maar zij staat er nog steeds, zij het in mindere staat. Vorige week zag ik na een melding door een collega, dat er weer een paddenstoel op de stam zit. Nu alleen hoger. Het blijkt dezelfde soort. Ik blijf het in de gaten houden.
Maar ik vermoed, dat binnenkort de bijl in de boom gaat.

Over de plaats van de paddenstoelen is sinds Linnaeus eeuwenlang gezwamd. De uitkomst is heel verrassend: wij hebben meer met zwammen dan met planten. Daarover later meer. Foto’s AvBH.
Twee foto’s van de boom met zwavelzwam, links de situatie in september 2010 en rechts de situatie een jaar later.

 

Tijdens de tentoonstelling Plantastic verzorgt Wilde Wijde Wereld blogs over alles wat met planten te maken heeft.
 

Gele trilzwam en gele korstzwam

 

Op 29 november besteedde ik aandacht aan paddenstoelen. De foto die daarbij is gepubliceerd, is niet een gele trilzwam, maar een gele korstzwam, Stereum hirsutum. Voor een leek als ik die naar zo’n foto kijkt is er weinig verschil, noch in de Nederlandse naam, noch in het uiterlijk. Hans Adema die de foto stuurde, heeft zich in de naam vergist. Ger Boogaers die mij erop wees, stuurde de foto van een heuse gele trilzwam, Tremella mesenterica, mee.

Gele trilzwam, Tremella mesenterica. Trilzwammen hebben een geleiachtig uiterlijk. Korstzwammen zijn stevig en van boven behaard. Foto: Ger Boogaers

Ter vergelijking de gele korstzwam, Stereum hirsutum. Foto: Hans Adema.

Met dank aan Ger Boogaers voor de foto van de gele trilzwam en de correctie.

 

Gele korstzwam

 

Een van de meest opvallend gekleurde paddenstoelen is de gele korstzwam, Tremella mesenterica. Het is een zwam die er niet uitziet als paddenstoel, maar bestaat uit een eenvoudige, geplooide korst. Er zijn geen plaatjes of buisjes aan de onderkant van waaruit de sporen worden weggeschoten. De plooien doen aan hersenplooien denken. De zwam staat op diverse soorten dood loofhout en hoort tot de top tien van soorten die het hele jaar door gevonden kunnen worden.

Hoewel gele korstzwammen, Stereum hirsutum, op het dode hout staan en daar ook op lijken te groeien, zijn het in werkelijkheid parasieten op andere zwammen die in hetzelfde hout zitten. Foto: Hans Adema

Judasoren, een recept

 

Zaterdag organiseerde het Museon de jaarlijkse vriendendag. Deze keer met een binnen- en buitengebeuren. Binnen lezingen en een spel en buiten excursies. Arthur Oosterbaan ging met het kornet vissen in zee, Hans Adema ging naar Park Sorghvliet achter het Catshuis bij het museum. Het had flink gestormd en Arthur vroeg mij het kornet in de kast te laten. Te hoge golven. Omdat ook hij een paddenstoelenkenner is, bleef het tot die ene excursie beperkt. Het werd de middag van de judasoren, want er werden twee soorten gevonden. Het viltig judasoor, Auricularia mesenterica en het gewoon judasoor, Auricularia auricula-judae.

Viltig judasoor is een nauwe verwant van het gewoon judasoor, maar is steviger en heeft een viltige bovenzijde. Het is een kieskeurige soort, die alleen op dode iepen voorkomt. De deelnemers aan de wandeling waren verrast te horen dat je aan de paddenstoel de boom kan determineren en omgekeerd!

Gewoon judasoor. Een goed eetbare paddenstoel. Gedroogd verkrijgbaar bij Chinese toko’s onder de Chinese naam Muerh (wolkenoor), Black Fungus of onder de Indonesische naam Kuping Tikus, muizenoortjes. Foto’s: Hans Adema

Tot verbazing van de aanwezigen vertelden Hans en Arthur dat zij ze vaak eten in heldere bouillon. Je moet ze wel eerst droog in stukjes knippen, want opgeweekt zijn ze daar te taai voor. Vermoedelijk hebben alle deelnemers aan de wandeling ze wel eens gegeten bij de Chinees. Vooral in de restaurants met authentieke keuken worden ze gebruikt.

Met dank aan Arthur en Hans die op een Haagsche Vriendendag de Haags Chinese en de Haags Indische keuken presenteerden tijdens een prachtige excursie naar een Haags juweel, Park Sorghvliet.