Weekdieren

Steur, Europa’s grootste zoetwatervis

 

Onlangs was er nieuws over een van de meest bedreigde en zeldzaamste vissen van Europa, de steur, Acipenser sturio. In de oceaan vlak voor de noordwestkust van Spanje werd op 23 november 2010 een steur gevangen van ruim twee meter en 120 kilo. Onlangs maakte natuurbericht er melding van. De Europese steur is in vrijwel alle West-Europese rivieren uitgestorven door overbevissing omwille van de kaviaar. Latere vervuiling van de grote rivieren gaf ze het laatste zetje. Steuren leven in zee niet ver van riviermondingen, maar trekken de rivier op om zich voort te planten. De laatste jaren worden er nog maar weinig gemeld. Bijna altijd zijn het soorten die uitgezet zijn. Wilde wijde wereld schreef hier eerder over.

Afgietsel van een meer dan een meter lange steur, Museoncollectienummer 211544. Foto Museon

In 1953 werd een van de laatste steuren in ons land gevangen. Daarna zijn vrijwel geen waarnemingen meer gedaan.

Er zijn alleen nog levensvatbare steurpopulaties in de Franse rivieren Gironde, Garonne en Dordogne. Met vissen uit die populatie is in 2007 een kweekprogramma opgezet om de steur terug te brengen in andere Europese rivieren. Wanneer dit programma slaagt, gloort er misschien ook hoop voor de zeldzame rivierparelmossel, Margaritifera auricularia, die voor zijn voortplanting afhankelijk is van de steur. Daarover meer in een komende bijdrage.
 
De kaviaarprijs is inmiddels erg hoog geworden. De meeste kaviaar is overigens niet meer afkomstig van de Europese steur maar van een andere soort die in zuidoost-Rusland leeft, de huso, Huso huso. Zijn kaviaar wordt door gourmands hoger ingeschat, waarmee de huso dezelfde weg kan gaan als onze steur.
 

Meerkoeten, profiteurs in de winter

 

In het winterhalfjaar trekken Oost-Europese meerkoeten, Fulica atra, massaal naar het westen om hier te overwinteren. Ze eten grassen die ze grazen op dijken en in weiland. Verder duiken ze in plassen driehoeksmossels op, die ze in een keer doorslikken.

Meerkoet aan het begin van een duik. De poten spelen een belangrijke rol bij de afzet.

Driehoeksmossels zitten net als mossels uit zee met draden vast aan elkaar of aan stenen of andere grotere schelpen. Dat maakt het moeilijk voor meerkoeten om de kleinere mossels te vangen. Kuifeenden zijn daar veel beter voor uitgerust. Ze duiken dieper en zwemmen beter onder water. Meerkoeten weten dat en pikken menige mossel uit de snavel van kuifeenden die net boven komen.

Driehoeksmossels zitten met draden vast aan de veel grotere eenden- en zwanenmossels. De meerkoet moet dan naar de kant om de driehoeksmossels eraf te halen. Foto's: AvBH

Piratenseks

 

Een eicel heeft een zaadcel nodig om uit te groeien tot nieuw individu. Wanneer geen bevruchting plaats vindt, sterven ze. De versmelting van zaad- en eicel is wat we seksuele voortplanting noemen. Daartegenover staat aseksuele voortplanting. Omdat eicellen reservestoffen bevatten houden ze het langer vol en kunnen ze uitgroeien tot nieuwe individuen, vrouwen dus. Al die vrouwen zijn een exacte kopie van hun moeder. Mannelijke zaadcellen brengen het niet zo ver. Ze sterven roemloos door uitputting als gevolg van het ontbreken van reservestoffen.

Aziatische korfmossels waren alleen fossiel uit ons land bekend. Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw zijn ze weer in ons land te vinden, maar nu als exoot. Ze zijn langs de grote wateren zeer talrijk. Foto: Ben van Arkel

De mannen van de Aziatische korfmossel, Corbicula fluminea, verrassen hun vrouwen. Eerst doen ze of er niets aan de hand is: hun zaadcellen versmelten met de eicel. Gewoon seksuele voortplanting zou je denken. Maar dan gebeurt er iets vreemds. De mannelijke chromosomen vallen de vrouwelijke aan en verwijderen die uit de cel. Daarna begint de cel te delen en groeit uit tot een nieuw individu, een man dus. Alle mannen van dezelfde vader zijn een exacte kopie van hem. Het is seksuele voortplanting met een aseksueel resultaat. Zo’n chromosomenaanval wordt ook wel genetische piraterij genoemd.
 
En dan blijkt het nog vreemder te zijn. Normale lichaamscellen hebben een set chromosomen van de moeder en een set chromosomen van de vader. Voortplantingscellen hebben de helft van dat aantal. Maar de zaadcellen van de korfmossel hebben een dubbele set chromosomen, die exacte kopieën van elkaar zijn. Daarmee wordt het verlies van de chromosomen van de moeder goed gemaakt. Deze vorm van voortplanting is enorm zeldzaam. Het is bekend bij ongeveer tien soorten. Omgekeerd, eicellen die na bevruchting de chromosomen van de man vernietigen en die toch uitgroeien tot nieuw individu komen veel meer voor.
 
Meestal leidt aseksuele voortplanting tot een versneld uitsterven van een soort. Maar bij de piratenseks van mannen die de vrouwen eruit gooien leidt het al veel eerder tot niets. Immers, er komen steeds meer mannen en dat betekent, steeds minder eieren om aan te vallen.  Toch gebeurt het in dit geval niet, want de korfmosselschelp is hermafrodiet: de schelpdieren maken zowel eieren als spermacellen. Daardoor vertraagt het proces van uitsterven.
 

Zeekatten op het strand

 
Het strand veranderde vorige week in een inktvissenkerkhof. Van de pier in Scheveningen tot zover ik kijken kon richting Katwijk waren rugschilden van inktvissen aangespoeld. Het zijn de inwendige schelpen van de gewone zeekat, Sepia officinalis. Pas nadat ze dood en vergaan zijn, wordt hun ware schelpdierenaard duidelijk. De mannen worden twee tot drie keer zo oud als de vrouwen, die net één jaar halen. En dan te bedenken dat er onder de verwante slakken en schelpen soms honderden jaren oude grijsaards voorkomen! Maar die leven hun leven heel traag; inktvissen eten en bewegen veel sneller.

‘s Nachts worden zeekatten actief en eten dan garnalen en krabben, die ze met de twee lange vangarmen grijpen. In de mond zit een snavel van hoornstof waarmee de prooien worden doorgebeten.

Kooivogels houden van de schilden, ook wel zeeschuim genoemd, vanwege de kalk en om hun snavel aan te scherpen.

Twee 25 centimeter lange schilden van de gewone zeekat, de bovenste is een bovenzijde. Het kleine puntje rechts is het rostrum. Het is hetzelfde als de complete schelp van een belemniet, een al lang uitgestorven inktvis. Vergelijk met de laatste foto.

Tot zover het oog reikt….. Een telling over honderd meter strand resulteerde in zeshonderd schilden. Over een kilometer liggen er dan zesduizend. Tot aan de Wassenaarse Slag zijn dat er … en tot Katwijk … reken maar uit.

Rostrum van 15 centimeter lang van de belemniet, Belemnitella mucronata, een inktvis uit het Krijt van Maastricht, Museon 38027. Foto’s: AvBH

Wegslakken

 

Gisteren en eergisteren regende het langdurig. Toen ik gistermiddag naar huis liep zag ik verdronken naaktslakken, Arion cf rufus,  liggen. De vliegen zaten er bovenop. Toen het weer opklaarde zag ik ze overal kruipen en blaadjes eten.

Er is geen uitwendig zichtbare schelp. Een ademopening is er aan de rechterzijde van het weke rugschild.

In tuinen kunnen ze een plaag vormen en veel planten wegeten. Ik bestrijd ze door ze met een blaadje op te pakken en uit de tuin te verwijderen. Dat ze snel terugkruipen naar hun favoriete plekje weet ik inmiddels zeker. Homing heet dat in de biologie. Ze zijn gek op de Hosta’s die ik aardig weet te beschermen door de pot op een onderzetter die in het water staat te plaatsen. De onderzetter staat weer op twee klinkers.

Slakken die gestoord worden, bijvoorbeeld door aanraking, nemen deze houding aan. De kop verdwijnt onder de rand van de voorkant, de ademopening sluit en de slak zet een ‘hoge’ rug op.

Op het Iberisch schiereiland komt een andere wegslak, de Spaanse wegslak, Arion lusitanicus, voor. Deze heeft zich niet lang geleden over heel West- en Noord-Europa verspreid en kruist succesvol met onze soort. Naar het schijnt zijn de gekruiste slakken extra schadelijk.

Parende wegslakken bevruchten elkaar. Omdat een penis ontbreekt wordt het sperma in pakketjes, de spermatoforen, door uitstulping van het orgaan waar ze gevormd worden overgebracht naar de partner. Foto’s: AvBH