Zee en strand

Witsnuitdolfijn

 
Op de bruinvis na is de witsnuitdolfijn, Lagenorhynchus albirostris, de talrijkste dolfijn in de Noordzee. Omdat ze niet vaak bij de kust komen, zijn de meeste waarnemingen afkomstig van schepen. Van onze kust zijn meer dan 200 strandingen bekend.

witsnuitdolfijn

De witsnuitdolfijn van het Museon, een volwassen vrouwtje, is op 15 december 1980 aangespoeld op het strand van de Kaloot bij Vlissingen. Museoncollectienummer 216367b

Een stranding is meestal een teken, dat het dier niet in goede conditie verkeert of ziek is. Dat was het geval bij de witsnuitdolfijn die op 4 december bij Den Helder aanspoelde. Dit dier heeft het niet gered in tegenstelling tot de witsnuitdolfijn die eerder op Ameland aanspoelde. Na opgeknapt te zijn – in dit geval bij opvangcentrum SOS-Dolfijn in Harderwijk – wordt dit dier weer in zee uitgezet.

 

NASCHRIFT: Helaas, de dolfijn van Ameland heeft het niet gered. Op 12 december is dolfijn Robbie gestorven.

witsnuitdolfijn afgietsel museon

Het beschilderde afgietsel van het vrouwtje witsnuitdolfijn van de Kaloot in Zeeland. In onze collectie is het skelet aanwezig met inschrijfnummer 73515.

Bruinvis

 
Bruinvissen, Phocoena phocoena, hebben een snuit die kort en stomp is en de tanden zijn niet spits, maar spatelvormig. Ze nemen een aparte plaats in binnen de grote groep van 88 soorten walvissen en dolfijnen.

Dit bruinvisvrouwtje was ongeveer een jaar oud toen zij op Tweede Kerstdag 1980 op het strand van Castricum werd gesmeten. Aquarel Museon 216366

Bruinvistanden zijn spatelvormig. Andere dolfijnen hebben spits toelopende tanden. Schedel Museon 93394.

 

Gewezen bruinvis

 
Bruinvissen, Phocoena phocoena, leven dichter bij de kust dan andere dolfijnen. Bij ons is de kans om ze te zien het grootst voor de havenhoofden van Scheveningen en IJmuiden, de uitwatering in Katwijk en langs de Oosterscheldedijken in Zeeland. Sinds 1848 zijn meer dan 5500 gevallen bekend van bruinvissen die op onze kust zijn aangespoeld.

Door meeuwen aangevreten bruinvis. We vonden dit pas aangespoelde kadaver op de Zandmotor bij Ter Heijde op 23 oktober 2011

Hoger op het opgespoten strand lag dit schouderblad.

Schouderblad van een bruinvis op de Zandmotor gisteren. Foto's AvBH

 

De zandmotor bij Ter Heijde: met mijn neus in het gruis

Een dagje strand kun je afsluiten door eens een hoopje gruis mee te nemen. Behalve massa’s schelpfragmentjes kun je er de kleinste slakkenhuisjes, zee-egeltjes en schelpjes in vinden.

Op de foto zie je veel zeeboontjes, Echinocyamus pusillus, liggen. Met 3-5 mm zijn het de kleinste zee-egeltjes die je in het gruis kunt vinden. Verder zie je veel stukjes schelp die soms nog te herkennen zijn als soort. De donkere houtstukjes komen uit veenafzettingen onder de Noordzeebodem. Het hout bewijst, dat de Noordzee ooit droog heeft gestaan en bedekt was met moerassen en vochtige bossen die later het veen vormden.

Het gat in het midden is de mond, het kleinere gat achteraan is de anus. Op de bovenzijde is een vijfarmige figuur te zien. Uit de gaatjes steken bij levende zee-egels buisjes waarmee ze zich ingraven en verplaatsen. Foto's AvBH

Op ons strand vinden we vrijwel nooit zeeboontjes waar nog stekels op zitten. En dat terwijl ze vlak voor de kust leven.
 

De zandmotor bij Ter Heijde: bouwen met de natuur

 
Voor de kust bij Ter Heijde is het eens zo smalle strand onherkenbaar veranderd. Waar eens badgasten bij vloed elkaar tussen de Delflandse Hoofden verdrongen op het slinkende strand ligt nu een grote zandvlakte waar botten en tanden van mammoet, neushoorn, bever en paard worden gevonden. De zogenaamde zandmotor is bedoeld om het westen van het land langer boven water te houden. In plaats van verdediging op bestaande duinen en dijken is voor de aanval vooruit gekozen. Wind, golven en stroming verspreiden de komende twintig jaar het opgespoten zand langs de kust tussen Hoek van Holland en Scheveningen. Het vormt daar nieuw strand en duin, dat beschermt en extra ruimte biedt voor natuur en recreatie. Het is een moderne vorm van bouwen met de natuur, iets waar ons lage land altijd goed in is geweest.

Sleephopperzuigers halen het zand tien kilometer uit de kust en leggen het op de juiste plek. Met het zand komen levende schelpdieren en ook fossielen mee. Foto AvBH

Het schiereiland voor de kust bij Ter Heijde meet 128 hectare, net zoveel als 256 voetbalvelden. Zaterdag mocht ik mee op excursie. In latere bijdragen meer over de prachtige vondsten.