best swiss replica watches with professional customer services.

japanese richard mille replica.

we offer richard mille replica in low price.

Flatslachtoffer

 

In de nacht van 8 op 9 september vloog een klein vogeltje tegen een ruit van een Zoetermeerse flatwoning. De volgende ochtend vond Piet Guijt hem. Hij was van plan het vogeltje snel te begraven, maar belde eerst mij nog even. Ik vroeg hem nog even te wachten en foto’s te maken. Want vooral in de trektijd komen er ook zeldzame soorten voorbij die bij ons niet broeden. Een dode vogel is soms moeilijker te herkennen dan een levende soortgenoot in de vrije natuur. Dat komt omdat in de moderne veldgidsen de nadruk wordt gelegd op kenmerken van vogels op afstand. Vooral kleine zangvogels zoals fitis, tjiftjaf, bladkoninkje, fluiter, tuinfluiter, enz. verschillen niet heel veel van elkaar. Juist aan de zang, roepjes en hun gedrag worden ze herkend waarbij de ervaring van de vogelaar van groot belang is. Daarom vraag ik altijd om foto’s wanneer iemand een verongelukt vogeltje vindt. Met een goed handboek is dan veel meer te ontdekken. Hoe oud is de vogel, in welk stadium van de rui zit hij of heeft ie een fris verenpak. Door hem te wegen kom je erachter of de vogel vet opgeslagen heeft voor de energieverslindende trekperiode. Wanneer de vogel niet al te lang dood is, kunnen er parasieten tussen zijn veren zitten, etc.

 

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Tuinfluiters hebben zo weinig kleur, dat het moeilijk is ze te onderscheiden van verwante soorten.

Met hun zang steken ze de nachtegaal naar de kroon. De tuinfluiter mag voor mij onze Nationale Vogel zijn. Luister maar naar deze zanger die ik op 23 mei 2012 in het Zoetermeerse Westerpark heb opgenomen.
 


 

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto's Piet Guijt.

In de nek is een grijze band zichtbaar, een belangrijk kenmerk van de tuinfluiter. Foto’s Piet Guijt.

 

Dankzij de uitstekende foto’s die ik ontving, zag ik direct dat het geen alledaagse soort is. De tuinfluiter is weliswaar niet zeldzaam als broedvogel in onze parken, maar toch, hij is veel minder algemeen dan de er op lijkende fitis en tjiftjaf die tijdens de trek ook verongelukken. De tuinfluiter, Sylvia borin, heeft een olijfbruine rug, een grijze halsband achter het oor, de onderstaartdekveren zijn witachtig zonder vlekken of schubben, de bovensnavel is leigrijs en de ondersnavel is licht van kleur. De poten zijn grijsbruin. Het vogeltje is 13 cm lang en het weegt 19 gram. Er zijn meer soorten met een vergelijkbaar signalement. Van karekieten en spotvogels verschilt hij met name in de snavel die bij hem korter en stomper is. En het voorhoofd is plat, terwijl spotvogels een steil voorhoofd hebben.

 

Kannibaal: de Rode Amerikaanse rivierkreeft

 
Vijf maanden geleden kwam de conciërge van het Coornhert Gymnasium in Gouda naar de biologieleraar met een emmer waarin een zwangere rivierkreeft rondliep. In de klas werden een paar kleine kreeftjes losgelaten in een aquarium. Zij groeiden voorspoedig op. Tenminste, zij die overbleven. Want een kreeft die zijn pantser vervelt loopt tijdens en vlak na de vervelling groot risico. Zijn broertjes en zusjes proberen hun slag te slaan door te proberen zolang zijn nieuwe schild nog niet is uitgehard hem op te eten. Zo blijven er na iedere vervelling steeds minder kreeften over. In een niet zo groot aquarium aquarium uiteindelijk een. En zodra die vervelt, eet hij zijn eigen afgeworpen schild op. Dat hergebruik is belangrijk, want in het water is niet genoeg chitine en kalk voorradig.
 

Kort na de vervelling. Op de voorgrond een restantje van een schaar. Foto AvBH
 

Hierboven is het laatst overgebleven jong in mijn aquarium te zien. Het is nu vrijwel volwassen . Dan komt ook de tijd, dat de kreeften op zoek gaan naar ander water. Vorig jaar liep er een op de tennisbaan waar ik speelde. Hij kleurde nog roder door al het gravel waar hij doorheen liep.
 

Amerikaanse rode rivierkreeft die door de kat is meegenomen. Foto AvBH

 

Ze zijn onverzadigbaar. Ze eten alles op dat op hun weg komt. Al mijn aquariumplanten zijn verknipt en verorberd. De vissen vielen vroeger of later in de scharen en verdwenen in zijn maag. Al het eetbaars verdwijnt. Vijanden hebben ze hier wel. Reigers, katten en ratten en zijzelf. Maar kennelijk zijn die niet in staat hun toename te stoppen.

 

De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Foto AvBH

 De uitgegroeide aquariaan bij mij thuis. Een beetje verwaand kijkt hij naar mij. Foto’s AvBH

 

 

Safety first: spinnen met koplampen

 

Springspinnen bouwen geen web, maar hebben wel spintepels. Ze springen en lopen even makkelijk over horizontale als verticale vlakken. Voordat ze springen plakken ze een spindraad op de ondergrond om veilig verankerd te zijn. Safety first. Wanneer ze springen zetten ze zich af met hun derde en vierde pootpaar. Het gaat niet mis, want altijd blijven ze als een bergbeklimmer verzekerd door hun safety-line, de spindraad. Springen doen ze niet zo goed als vlooien en sprinkhanen, maar ze komen toch ver genoeg om hun prooi te verrassen.
Aan beide zijkanten van de kop staat een paar ogen waarmee ze niet scherp kunnen zien. Die waarschuwen voor gevaar of voor de nabijheid van een prooi. Daarmee vergroten ze hun gezichtsveld aanzienlijk. Met de vier koplampogen zien ze een beeld met diepte van hun omgeving. Samen met de vier ogen aan de zijkanten van de kop leidt dit tot een uniek gezichtsvermogen in het dierenrijk.

 

Deze Bonte springspin, Evarcha falcata,  zag ik op De Hoge Veluwe.

Deze Bonte springspin, Evarcha falcata, zag ik op De Hoge Veluwe. Hij kijkt mij met belangstelling aan en ik zie mijzelf vier keer weerspiegeld.

Scherpstellen doen ze ongeveer zoals een microscoop of een verrekijker scherp stelt. Ze bewegen hun netvlies naar voor of naar achter. Of naar opzij, naar omhoog of omlaag, zodat ze ook zonder hun kop te draaien iets dat niet recht voor hen staat scherp kunnen zien. Wonderogen.

 

Het is een algemene soort die je bij mooi warm weer op droge plaatsen aan kunt treffen. Foto’s AvBH.

Het is een algemene soort die je bij mooi warm weer op droge plaatsen aan kunt treffen. Foto’s AvBH.

Stadsmeeuwen

 

Mijn vriend Ruud Hisgen schreef eerder in zijn blog Word of the Day een gedicht over de Haagse zilvermeeuwen.OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

De zilvermeeuw

 

Sinds Reinaert al haar kuikens vrat
en eieren roofde in het duin,
voedt zij haar kroost op in de stad
en broedt platdak op grind en puin.

 

Uit haar zandig paradijs
vol zeebanket verdreven,
moet zij vogelvrij en wereldwijs
van ranzig afval leven.

 

De zee kan zij nu wel vergeten:
vissen is voortaan taboe.
“Verandering van spijs doet vreten,”
bijt kokmeeuw haar venijnig toe.

 

 

Ook dit jaar zullen veel inwoners van Den Haag zich weer ergeren aan de meeuwen in de stad. Zolang er niet genoeg afsluitbare vuilcontainers zijn zullen er vuilniszakken aan de straat gezet blijven worden. De oorzaak van de toename van het aantal meeuwen in de stad moet langer geleden gezocht worden. Voordat de visserij voor onze kust fabrieksmatige vormen aannam was het aantal meeuwen klein. Toen de open vuilnisbelten kwamen was een eerste toename van het aantal meeuwen merkbaar. Broeden deden ze toen nog in de duinen en heel vroeger op het strand: zilvermeeuwen, stormmeeuwen en kokmeeuwen. Toen de vos kwam verdween eerst de kleinere en kwetsbaarder kokmeeuw. Die trokken niet naar de stad, maar gingen naar kolonies in het binnenland. De zilvermeeuw, Larus argentatus, was de volgende op het menu van de vos. Zij weken uit naar de stad om daar op daken veilig te broeden. De derde soort, de stormmeeuw, overleefde de komst van de vos. Bovenop dicht en stekelig struikgewas legden zij voortaan hun eieren. Daar konden de vossen niet bij.
 
Op Ruuds blog ‘Word of the Day‘die hij ooit begonnen is om expats onze taal te leren zijn behalve allerlei leuke weetjes over de Hofstad ook Haagsuh Meeuwen te vinden.
 

Een jaar later

 
Een jaar geleden postte ik het laatste bericht. Dat ging over de bruine kikker. Het voorjaar is tot nu zeer koud geweest. De kikkers hebben zich daar niets van aangetrokken. Op 19 maart hoorde ik de eerste kikker brommen in de vijver. Het duurde nog tot 30 maart voordat de eerste eiklomp in het water dreef.

 

Deze vrouw zeulde de halve dag met een van de mannen rond in de tuin. Zij puilt uit van de eieren. Foto AvBH

Deze vrouw zeulde de halve dag met een van de mannen rond in de tuin. Zij puilt uit van de eieren. Hij heeft nog wel wat ruimte op zijn buik… Foto AvBH

 

Het ging er net als andere jaren weer heftig aan toe. De vrouwen werden van alle kanten besprongen. Sommige waren hier kennelijk niet zo van gediend en verlieten de vijver met man erbij. Ik heb alweer wat eieren in het warmere water van het aquarium gedaan. Dan kun je zien hoe snel de ontwikkeling gaat. Het net gelegde kogelronde ei verandert in een dag in een platte zogenaamde neurula. Deze weg zijn wij ook gegaan. Leuk om eens per jaar te volgen.