Over Wilde Wijde Wereld
Wat is biodiversiteit? Het is de variatie in levende organismen op het land, in het water en in de atmosfeer. Wilde Wijde Wereld biedt originele, nieuwe invalshoeken en gezichtspunten en stimuleert op een andere manier naar de natuur te kijken.
Trappen in de Extremadura
Rond de Middellandse Zee en in het midden van Europa leefde vroeger over een veel groter gebied de Kleine trap, Tetrax tetrax. Zijn grotere broertje de Grote trap, Otis tarda, kan wel 15 kilo zwaar worden. De kleine trap is een steppevogel die zich in de loop van de tijd aan de mens heeft aangepast. Ze kwamen vroeger voor in landbouwgebieden. Door modernisering van de bedrijfsvoering en intensivering van de landbouw werden ze teruggedrongen en verdwenen bijna overal. In Duitsland broedde hij voor het laatst in 1907. Op verschillende plaatsen worden herintroductieprogramma’s opgezet om de soort te behouden. In Spanje komt de Kleine trap nog op een aantal plaatsen voor. Daar zie je ze dan samen met de Grote trap. We weten nog niet precies hoe het kan, dat deze twee verwante soorten samen één leefgebied kunnen delen zonder dat er een wordt weggeconcurreerd.
De Grote trap is in grote delen van Europa uitgeroeid. Het herstel begon in Oost-Duitsland en Tsjechoslowakije in de jaren vijftig van de vorige eeuw waar bescherming ertoe leidde dat er weer zo’n 3.000 trappen waren. Ze houden van open gebieden met een lage vegetatie. Tegenwoordig zie je ze ook op landbouwgronden. Het herstel is nog niet volledig doorgezet. In ons land zien we soms in strengere winters invasies van deze soort. Dat blijven incidenten, want het zijn vogels die het liefst in hetzelfde gebied blijven.

Grote trap, een van de zwaarste vogels van Europa. Het mannetje weegt tot 15 kilo en kan dan nog vliegen. Boven de 20 kilo wordt het moeilijk voor vogels om nog te vliegen. Foto’AvBH
Spaanse mus
Onze mussen zijn nauw verwant aan de in tropisch Afrika veel voorkomende wevervogels. De laatsten bouwen ingenieuze nesten van plantenstengels. Soms is het nest meer dan een meter lang waarbij de ingang aan het ondereinde zit. Het schijnt dat dit een verdediging is tegen eieretende slangen. Mussen gebruiken ook veel droge stengels en strootjes om hun nest mee te bouwen. Maar zij zijn slordiger in het gebruik ervan.
De twee mussensoorten die je in heel europa en Azië tegenkomt zijn de huismus, Passer domesticus en de ringmus, Passer domesticus. Oorspronkelijk was de huismus alleen verspreid rond de rivieren de Euphraat en de Tigris in wat nu Irak is. Huismussen zijn typische cultuurvolgers: ze reisden met de mens mee naar alle hoeken van de wereld. Dat geldt in mindere mate ook voor de ringmus.
Over een kleiner gebied verspreid is de Spaanse mus, Passer hispaniolensis. Je krijgt ze moeilijk te zien, want de meesten leven in dicht struikgewas en mijden bebouwde omgevingen, hoewel ze soms wel in gebouwen worden gevonden. De naam Spaanse mus is misleidend, want het gebied waar ze leven is behalve Spanje ook Noord-Afrika, griekenland, Turkije, Irak en Iran. Mannetjes zijn in het voorjaar en de zomer makkelijk te herkennen aan de zwarte streping op de buik en de flanken. Huismusmannen hebben een grijze buik
En dan is er nog een soort mus in Europa, de Italiaanse mus, Passer italiae, die in Italië ten zuiden van de Alpen voorkomt. Persoonlijk vind ik dat de mooiste van alle Europese mussensoorten. Ze zijn heel zuiver van kleur. Je herkent ze aan de kleur van de kop: roodbruin in plaats van grijs zoals bij de huismus.
Spanjemaand
Tot einde van deze maand aandacht voor de natuur van Spanje. Omdat ik er heel graag kom en omdat de natuur daar zo anders is dan de onze. Spanje is een vleugje Afrika dat tegen Europa is gebotst. De Pyreneeën zijn er het gevolg van. Zij houden de koude lucht uit het noorden tegen. Veel dier- en plantensoorten komen er niet overheen, de zuiderlingen niet naar het noorden en omgekeerd de noordelijken niet naar Spanje.

Flamingo’s leven op zoutmeren en lagunes langs de kust. Hier zijn we in de Ebrodelta ten zuiden van Barcelona. Foto AvBH

Ze voeden zich door met hun snavels door het bovenste sliblaaagje op de bodem te maaien. Dat maakt, dat ze gevoelig zijn voor zware metalen. Soms hebben ze een hoog gehalte aan lood in hun lichaam en veren, dat afkomstig is van het lood dat jagers via hun patronen in het milieu brengen. Foto AvBH
Flamingo’s vormen hechte groepen van soms wel vele duizenden vogels. Ze nestelen niet ieder jaar. Maar als ze het wel doen, bouwen ze van modder een 30 cm hoog nest waarop ze één ei leggen.
Holenduiven
Hoe klein ze ook zijn, holenduiven zijn in staat om een broedende bosuil uit zijn nestkast te verdrijven. Behalve door ze weg te pesten, doen ze dat spoms ook doodleuk hun nest bovenop een broedende bosuil te maken. De uil werd later dood teruggevonden onder een laag takken waarop de duiven hun eieren hadden uitgebroed. Maar het kan ook goed gaan, want normaal broedt een bosuil al in januari. Zodra de jongen in april of soms al maart de kast verlaten hebben krijgen de holenduiven, die later broeden, hun kans. Een opmerkelijke manier van de voordeur delen.
In gemeentes waar bomen op een bepaalde leeftijd geveld en vervangen worden zijn maar weinig natuurlijke nestholten te vinden. Dit is waarschijnlijk het enige paartje holenduiven dat in het Westerpark in Zoetermeer broedt. Vorig jaar viel de kast van de boom. op dit moment wordt een nieuwe kast gemaakt door de gemeente. Het betekent dat de duiven dit jaar naar een andere broedgelegenheid moeten uitkijken. Of een jaartje moeten overslaan. Toch waren ze een paar weken terug te vinden in de boom waar voorheen de uilenkast had gehangen. De duiven vergeten hun nestplek niet makkelijk.
Zomertortel
Onze enige duif die de winter in tropisch Afrika doorbrengt is de zomertortel, Streptopelia turtur. Het is een duif die in ons land steeds zeldzamer wordt. Gebrek aan het juiste voedsel lijkt de oorzaak te zijn. Maar misschien ligt het ook wel aan de omstandigheden in het overwinteringsgebied. Ze zijn nogal gevoelig voor de kou. Hun verenpak is niet dik genoeg om hier de winter te overleven. Daarom gaan ze direct na het broedseizoen in augustus alweer op weg naar het warmere zuiden.
Ze keren omstreeks half april terug. In mijn woonplaats zingen deze duiven elk jaar wel een paar dagen in het heempark. Daarna verdwijnen ze, waarschijnlijk bij gebrek aan het juiste voedsel. De Turkse tortel is veel talrijker in ons land. Na 1950 heeft die ons land helemaal veroverd en ontbreekt nergens meer in onze gebouwde omgeving. Deze soort is een standvogel geworden, dus het hele jaar in de tuin te zien.






