Over Wilde Wijde Wereld

Wilde Wijde Wereld biedt originele, nieuwe invalshoeken en gezichtspunten en stimuleert op een andere manier naar de natuur te kijken.

Ring uit Parijs

 
Eergisteren kreeg de website van het Museon uit Otterlo op de Veluwe een berichtje over een vogel die dood was gegaan in een tuin. Bijzonder deze keer was, dat de vogel een ring droeg. Omdat er Museum Paris op staat betekent het, dat de vogel ergens in Frankrijk is geringd. Onze oudconservator biologie kon de vraag wel beantwoorden. Hij vroeg direct foto’s en andere gegevens van de vogel op bij de vinder Marian in Otterlo. Het bleek om een vink, Fringilla coelebs te gaan.
 

Fringilla coelebs_20160401_154524_MarianVerveer_web
 

De vinder schreef, dat de vogel verzwakt in haar tuin was gekomen en dat hij na nog wat voer te hebben gekregen was doodgegaan. De vogel was tijdens zijn trektocht iets overkomen. Wat daar komen we niet meer achter. We zitten nu middenin te trektijd. Miljoenen vogels verplaatsen zich nu ik dit zit te schrijven van hun wintergebieden naar hun broedplaatsen in het noorden van Europa. Het zijn gevaarlijke tochten en onder die miljoenen trekvogels zijn er altijd wel een paar die het niet halen of verongelukken. En dus had deze vink pech en haalde het niet.
 

Fringilla coelebs_20160401_154640_MarianVerveer_web
 

Ik heb het nummer dat op de ring staat zojuist naar het Natuurhistorisch Museum in Parijs gestuurd en kreeg prompt een automatisch antwoord. Daarin schreven ze, dat ze de plaats in Frankrijk waar de vogel eerder gevangen en geringd is zullen opsturen. Dan kom ik ook te weten hoe oud de vogel geworden is en dus hoeveel keer hij die gevaarlijke trektocht heeft gemaakt. De natuur is nooit aardig voor haar bewoners…
 

Kroeskarper: de enige echte goudvis

 
Zaterdag was de jaarlijkse landelijke Natuurwerkdag. In Zoetermeer was de Natuurtuin in het Westerpark aan een schoonmaakbeurt toe. Met harken werden planten verwijderd uit de sloten en vijvers. Een schelpen- en slakkenkenner ging te water met een korf. En in de tuin waren tafels met waterbakken neergezet om de dieren die met de planten mee kwamen te bekijken.
 

Op zoek naar waterleven.

Op zoek naar waterleven.

 
Klap op de vuurpijl was een kroeskarper, Carassius carassius, van tien centimeter. Een prachtig goudgekleurde vis met een hoge rug. Deze vis zou door zijn prachtige kleur eigenlijk goudvis moeten heten en de meestal rode goudvis op zijn beurt zou een andere naam moeten hebben. Want die is allesbehalve goudkleurig. De kroeskarper is vooral te vinden in plantenrijke wateren die ’s nachts zonder zuurstof raken omdat planten de zuurstof opnemen. Kroeskarpers voelen zich goed thuis in water dat uitdroogt. Ze kruipen dan weg in de modder totdat er weer water komt.
 
Kroeskarper, de enige echte goudvis  

Deze prachtige vis zit nu tijdelijk bij mij thuis in een aquarium. Het is lang geleden, dat ik kroeskarpers in het schepnet kreeg. Zo herinner ik mij dat ik ze wel eens levend op het strand vlakbij de uitwatering in Katwijk heb gevonden. Tijdens het spuien door Rijnland via de Oude Rijn waren ze met andere zoetwatervissen waaronder zeelten en voorntjes in zee geloosd. Ik vond toen twee nog levende kroeskarpers die ik bij Rijnsburg heb losgelaten in een sloot.
 

Behalve kroeskarpers vingen we zaterdag nog drie zeelten, Tinca tinca, een groot aantal tiendoornige stekelbaarzen, Pungitius pungitius, en een paar rietvoorns, Scardinius erythrophthalmus.
 

Waterbeestjes op zaterdag 7 november in het park

 

Ik heb wat waterdiertjes verzameld die ik als illustratie gebruik bij een excursie hier in de natuurtuin in november. We gaan dan met kinderen de sloten schonen. Wat er aan levende dieren en planten uitkomt kunnen ze bij mij brengen. We doen de dieren in aquaria en zoeken samen uit wat er gevangen is. Hoewel het water in de tuin niet heel erg rijk aan waterleven is, blijft het toch de moeite waard. Want wie heeft er wel eens een bloedzuiger gezien, of een waterwants of waterkever in zijn hand gehad?

 

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

Bovenaanzicht van de Brede bloedzuiger, Glossiphonia complanata. Rechts zijn zes piepkleine ogen te zien. De zwarte vlekken in het midden zijn blindzakken die deel uitmaken van de darm

 

Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto's AvBH

Onderaanzicht. Links is de zuignap te zien. De bloedzuiger beweegt zich voort door de kop vast te zetten en dan de zuignap daar vlak achter te plaatsen. Foto’s AvBH

 
Maak kennis met het leven in het zoete water en kom op 7 november naar de natuurtuin in het Westerpark en vang libellenlarven, waterkevers, bloedzuigers en vele andere dieren en planten.
 

Ruggenzwemmers

 

Ruggenzwemmers zijn insecten die ondersteboven zwemmen. Je ziet het terug in de wetenschappelijke naam Notonecta, een samenvoeging van noto = rug en necton = zwemmen. Met hun poten omhoog en hun rug omlaag hangen ze roerloos aan de onderkant van het wateroppervlak, wachtend op een prooi. Wanneer je ze beet pakt kunnen ze venijnig steken met hun snuit, die ze normaal gebruiken om hun prooi leeg te zuigen. Vijvers kunnen vol zitten met deze insecten. Ze vallen kleine vis en kikkerlarven aan. Zelf worden ze gegeten door grote libellenlarven en roofvis als baars en snoek.

 

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

Ondersteboven hangt een ruggenzwemmer tegen het wateroppervlak wachtend op prooi.

 

Hun achterpoten zijn afgeplat en van zwemharen voorzien. Wanneer de poot naar voren beweegt zijn de haren aangelegd, en ze staan uit wanneer ze naar achteren slaan. Zo werken ze als roeispanen. De luchtvoorraad wordt tussen haren aan de buik vastgehouden. Dat zorgt ervoor, dat de buikzijde lichter is dan de rug waardoor de dieren vanzelf ondersteboven blijven. De haren staan uit wanneer ze de lucht aan hun buik verversen.

 

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

De achterpoten zijn afgeplat. Hier zijn de zwemharen te zien. Wanneer de poot naar achter beweegt staan zij uit.

 

Om minder  op te vallen is hun rug- en buikkleur verwisseld. Dat is een aanpassing tegen rovers die het op hen gemunt hebben.  Van buiten het water dreigen reigers en waadvogels. De onderstboven hangende wants heeft een donkere buik. Omdat de bodem van het water zwart is, valt de wants minder op. De rug is licht van kleur waardoor een roofvis de roerloze wants boven hem minder snel opmerkt. De andere waterwantsen keren hun zwarte rug naar boven en hun witte buik naar onder. Er zijn zo’n zeven soorten in ons land. de algemeenste is Notonecta glauca, ofwel het bootsmannetje.

 

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto's AvBH)

Op de buik zit een haarvacht. Hier ververst de wants de zuurstof die hij op zijn buik meedraagt door de haren die de lucht vasthouden te spreiden (foto’s AvBH)

 

Verongelukte ijsvogel

 

In de herfst krijg ik nogal eens vogels gemeld die zich doodvliegen tegen een ruit. Het zijn bijna altijd ‘s nachts trekkende soorten die dit overkomt. Overdag gebeurt het ook, dan zijn het vooral sperwers die zich tijdens een achtervolging van een prooi over heggen en schuttingen tegen een ruit te pletter vliegen. In de meeste gevallen zie ik dan jonge onervaren vogels als slachtoffer van zo’n botsing. Je maakt ook mee, dat ze voor dood onder de ruit liggen en na een poosje toch weer wegvliegen. Is hun nek gebroken, dan is het einde verhaal. De eerste melding van dit jaar kwam uit Brielle waar een ijsvogel een vroegtijdig einde vond tegen een ruit.

 

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevolgen. Foto Hans Beers

Volwassen vrouwtje ijsvogel. In Brielle tegen een raam gevlogen. Foto Hans Beers

IJsvogels, Alcedo atthis, zijn op dit moment heel algemeen. Ze worden vaak gezien. Waar ik woon hoef ik maar even het park in te gaan en hups, er vliegen er een paar voorbij. Meestal verraden ze zich door hun harde roep.
 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Deze ijsvogel is in de rui. Toch kan hij nog broeden. Er zijn jaren, dat vier keer gebroed wordt. (foto AvBH)