Wilde Wijde Wereld, kleurrijke nieuwtjes over de natuur

Het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit 2010: Wilde Wijde Wereld

2010 is het Jaar van de Biodiversiteit. Daarom brengt het Museon dit blog over de grillige wereld van de natuur. Wat gaat er om in een jaar van de eerste lentedag van 2010 tot de laatste winterdag in 2011? Welke gebeurtenissen de revue passeren is ongewis, want biodiversiteit heeft veel gezichten, is overal en verandert met de dag. Het Museon vertelt erover.

Abonneer u via het RSS icoontje onderaan en blijf op de hoogte van de dagelijkse wonderen om ons heen.

Papiervisje, de schrik van de boekenkast

Je wilt je eerste jeugdboek weer eens doorbladeren. Je pakt het uit de kast en ja, de titel op de kaft is weggevreten door een papiervisje, Ctenolepisma longicaudatum. Geen visje, maar een  primitief insect dat uit de tropen afkomstig is. Bestrijding is erg moeilijk. Omdat ze niet tegen gladde wanden op kunnen klimmen, zet je een lege jampot neer waar je aan de buitenkant ruw papier op plakt. Eenmaal in de pot gevallen zijn ze ten dode opgeschreven. Om dat helemaal tot een succes te maken moet er wel eerst een lokstof worden gevonden. De bedenker daarvan hoeft nooit meer te werken.

Franjestaarten is de naam van de groep insecten waar het papiervisje bij hoort. Ze missen – zelfs in aanleg - de voor insecten kenmerkende vleugels.

Kop en borststuk van het papiervisje. Niemand lette er op in de vorige eeuw en specialisten hielden alle waargenomen visjes voor het ovenvisje, Thermobia domestica, dat in bakkerijen leeft. Typisch geval van overheen kijken.

Het beschubde achterlijf van het papiervisje. In 1989 werd het eerste Nederlandse papiervisje dat wel als zodanig werd herkend gevonden in Purmerend. Maar dat was zeker niet de eerste!

Door papiervisjes aangevreten papier. Zelfs uit de lijm weten ze nog eiwitten en vetten te halen. Foto’s en film: AvBH

Voor een uitgebreid artikel over de in ons land gevonden soorten: zie hier.

Kemphaan, voorbije broedvogel

Kemphanen, Philomachus pugnax, broedden vroeger in groot aantal in ons land. In de negentiende eeuw zag je, roeiend door het polderland, honderden kemphanen pronkend op de dijkjes en weides staan met hun veelkleurige halsveren. Dit jaar werden er trots een paar nesten in Friesland gemeld. Naar het oosten, in Polen en Rusland, broeden nog grote aantallen. Hoe lang nog? Verandering in landgebruik en ontwatering zal die gebieden, die nu onder EG-regels vallen, ontdoen van deze karakteristieke weidevogels.

In het jonge natuurgebied van Staatsbosbeheer De Groene Jonker bij Zevenhoven zijn ze te zien. Het zijn meestal uitgekempte mannetjes. In het filmpje een voedselzoekend mannetje dat zijn sierveren al kwijt begint te raken. Later kom ik er op terug met aandacht voor het interessante balts- en voortplantingsgedrag waarin namen als honkman, satellietman en faar een rol spelen.

Kogelspin in de groene bak

In groene afvalbakken kom je veel en mooie dieren tegen. Wanneer je de deksel optilt zie je huisjesslakken in alle leeftijden, vraatzuchtige naaktslakken, pissebedden, spinnen enz. Mijn oog viel op een klein licht gekleurd spinnetje van iets meer dan een halve centimeter, dat netjes op haar witte eiklompje bleef zitten. Met een spinnenboek kwam ik uit op de groepsnaam kogelspinnen en vervolgens op een vreemde soortnaam: gewoon tandkaakje, Enoplognatha ovata. De naam Tandkaakje slaat op de vorm van de monddelen, in spinnenland cheliceren genoemd. Het zijn de kaken, waarmee het voedsel wordt vastgehouden. Wanneer een spin bijt, maak je er kennis mee. Soms injecteren ze er gif mee.

Dit spinnetje komt in veel kleurvariaties voor, deze is wit, maar felrode achterlijven komen ook voor. Wel constant is het vlekkenpatroon en de dunne zwarte lijnen op het midden en langs de zijrand van het glanzende kopborststuk (bij spinnen is de kop vergroeid met de borst)

Het spinsel waarin de eieren zitten is lichtblauw. Bij verdere lezing zag ik, dat ze verwant zijn aan de giftige zwarte weduwen. Foto’s: AvBH

Boerenzwaluw: tweede lichting

Op 25 juni vloog het eerste broedsel van de boerenzwaluw, Hirundo rustica, uit. Na een paar dagen pauze zijn de ouders met het tweede legsel begonnen. De jongen daarvan zijn vorige week uitgevlogen. Pech hebben ze wel. Al enige tijd teisteren slagregens en harde wind de polders. Voor de ouders zijn het zware tijden om aan genoeg insecten voor hun jongen te komen. Eigenlijk nog te zwak om op weg te gaan, zullen vele straks onderweg omkomen.

Jonge boerenzwaluw op Schouwen zondagmiddag. Deze foto is gemaakt door mijn telescoop met een eenvoudige Sony camera die achter het oculair van de telescoop wordt bevestigd

De volgende foto is gemaakt met de Canon met 300mm lens en converter 1.4x.

Regen aan het eind van de zondagmiddag in de Meerpolder bij Zoetermeer. En storm. Voor de hongerige, een paar dagen eerder uitgevlogen jonge zwaluwen zat er niets anders op, dan urenlang achter een bomenrij een plekje op een draad te zoeken, wachtend op de ouders

Zoenende zeehonden

Ik keek wel op gistermiddag, toen ik langs de Brouwersdam twee zoenende grijze zeehonden, Halichoerus grypus, tegenkwam. Ze dreven al een tijdje vlak voor de uitwatering aan de zeezijde. Hun zoenpartij duurde zeker een minuut. Volgens een collega bij Ecomare op Texel zouden ze nu niet aan voortplanting moeten doen. De paartijd is al voorbij, de wijfjes zijn al lang in verwachting en krijgen omstreeks oktober hun jong.

Zoenende grijze zeehonden. Een verliefd stel? Twee mannen? Twee vrouwen. Foto: AvBH

Mijn oudcollega Pierre Bonnet die bij Ecomare werkt schreef mij: “Het paarseizoen is inmiddels lang verstreken voor de grijze zeehond. Wel zien mijn collega’s dit gedrag vaker in onze bassins. Vooral als er nieuwelingen bij de vaste groep komen zien ze dit gedrag vaak. Zoiets van; “wie ben jij en wat kom je doen? “ Grijze zeehonden zijn veel closer met elkaar dan gewone zeehonden. Ook op een zandbank zie je grijze regelmatig tegen elkaar aan liggen. Gewone houden altijd afstand.”

Er kwam nog een tweede reactie van Sophie Brasseur, zeezoogdierspecialist bij Imares: “….. Het is echt een vorm van kennismaking. Bij dieren die elkaar goed kennen zie je het niet of hoogst zelden. Komen er nieuwe dieren in de groep dan zie je dit verschijnsel…. Gewone zeehonden doen dit overigens ook.”